Controverse in VS rond VNU's Nielsen Media

VNU-dochter Nielsen Media Research is het onderwerp geworden van een steeds heviger controverse over de manier waarop het bedrijf kijkcijfers meet in grote steden van de Verenigde Staten.

De kwestie, die zich toespitst op de meting van minderheden onder het televisiepubliek, en daardoor een politiek karakter heeft, begint te knagen aan de reputatie van Nielsen. Het bedrijf is van oudsher monopolist op het gebied van kijkcijferonderzoek.

Gisteren meldde nieuwsagentschap Reuters dat de grootste belangenorganisatie voor Amerikaanse reclamekantoren, de American Association of Advertising Agencies, Nielsen per brief een ultimatum had gesteld om uiterlijk per 31 juli een oplossing te vinden voor het conflict over de accuratesse van zijn kijkcijfers.

Onder Nielsens grootste critici bevinden zich het netwerk CBS, het Spaanstalige station Univision en een minderhedenlobby genaamd Don't Count Us Out, die wordt gefinancieerd door Fox Television, een dochter van News Corp. De AAAA maakt zich zorgen dat, zolang de onzekerheid voortduurt, in- en verkopers van advertentieruimte moeilijk deals kunnen sluiten.

Nielsen is al geruime tijd bezig met een grootscheepse vernieuwing van zijn kijkcijfermetingen, door de tv-kijk-dagboeken, die worden gebruikt sinds de jaren vijftig, te vervangen door zogenaamde Local People Meters (LPM), die individueel kijkgedrag elektronisch vastleggen. Maar volgens sommige critici worden hierdoor grote groepen kijkers over het hoofd gezien, en daardoor advertentie-inkomsten misgelopen. Met name in grote steden zoals New York en Los Angeles hebben Afro-Amerikaanse en Latijns-Amerikaanse groeperingen geprotesteerd omdat hun kijkgedrag niet juist zou zijn weergegeven. In New York organiseerde dominee Al Sharpton, de bekende politieke activist, zelfs een demonstratie voor het hoofdkantoor van VNU.

In een intern rapport, opgesteld door Ernst & Young, waaruit de Los Angeles Times eerder deze week citeerde, worden sommige van de bezwaren van Nielsens critici bevestigd. Maar volgens Ernst & Young zou het probleem niet zozeer liggen bij de technologie van de LPM's, als wel bij de samenstelling van de statistische steekproeven, en de opleiding van de mensen die de LPM's installeren.

Nielsen, dat gisteren niet bereikbaar was voor commentaar, heeft eerder gezegd dat de LPM's juist een veel beter beeld geven van wie wanneer waarnaar kijkt, hoewel het bedrijf toegeeft dat het systeem niet feilloos is. Inmiddels hebben Black Entertainment Television, een groot station bedoeld voor zwarte Amerikanen, alsmede het vooraanstaande Democratische Congreslid Charles Rangel zich achter Nielsen geschaard.