China stelt bezoek van VN-inspecteur uit

China heeft uitstel gevraagd van het bezoek van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties inzake marteling, de Nederlander Theo van Boven. Peking zegt meer tijd nodig te hebben om het bezoek voor te bereiden. Over de VN-inspectie van mensenrechten in China, wordt al meer dan tien jaar onderhandeld. Afgesproken was dat Van Boven eind deze maand zou komen.

De Chinese mensenrechtenorganisatie HRiC heeft teleurgesteld gereageerd. Volgens de organisatie verzaakt China zijn internationale verplichtingen door voortdurende tegenwerking van VN-inspectie. Hoewel China al in 1988 de VN-conventie tegen martelingen heeft ondertekend, wordt in het land nog steeds systematisch gemarteld, aldus de mensenrechtenorganisatie Amnesty International.

Het uitstel van het bezoek van Van Boven heeft waarschijnlijk te maken met de voorwaarde die de VN stellen bij het uitvoeren van de inspectie. Van Boven wil in beslotenheid met gevangenen en anderen over eventuele martelingspraktijken kunnen praten, zonder dat represailles dreigen. Ook zijn voorganger, Sir Nigel Rodley, stootte met dergelijke eisen steeds op verzet van Peking.

De VN hadden het bezoek van Van Boven in april aangekondigd, nadat Peking schriftelijk had beloofd de inspectie niet te belemmeren. Van Boven presenteerde in maart zijn jaarverslag inzake martelingen in tal van landen. Het hoofdstuk over China was één van de langste en bevatte meer dan 130 gevallen van mishandeling.