`Belasting op geldhandel helpt armen'

Zou een belastingheffing op de valutahandel de wereld beschermen tegen valutacrises? De Indiase ex-handelaar Sony Kapoor meent van wel. In Amsterdam verdedigde hij zijn plan tegen hoogeleerde criticasters.

Hij wordt wel vergeleken met Donald Duck. Net zo naïef. Maar de voormalige derivatenhandelaar en zakenbankier Kapoor is bloedserieus. Hij wil een belasting op de valutahandel en met de opbrengst ontwikkelingslanden beschermen tegen valutacrises.

De 29-jarige Sony Kapoor denkt dat de opbrengst 17 à 20 miljard euro kan bedragen. Dat is 30 procent van wat de rijke industrielanden gezamenlijk aan ontwikkelingshulp verstrekken.

De in India geboren voormalig derivatenhandelaar was gisteren in Amsterdam, waar hij in het vakbondsmuseum discussieerde met de hoogleraren Clemens Kool van de Universiteit Utrecht, Casper de Vries van de Erasmus Universiteit Rotterdam en Hans Visser van de Vrij Universiteit in Amsterdam. De drie zien zichzelf als de ,,weldenkende neefjes van de naïef optimistische Donald Duck'' Kapoor, zei Kool. Een belasting op de valutahandel werd al in 1972 door econoom en Nobelprijswinnaar James Tobin bepleit. De drie hoogleraren zien geen heil in Kapoors variant. ,,De financiële markten zijn de meest efficiënte ter wereld, waarom nou juist die markten [met een belasting] verstoren?'' vraagt Kool zich retorisch af.

Dat moet, zegt Kapoor, omdat de geldmarkten slachtoffers maken. Hij heeft in India de schadelijke gevolgen van de ongebreidelde valutahandel met eigen ogen gezien. Als derivatenhandelaarin Londen zag Kapoor de koers tussen twee munten op de drukste dagen 20.000 keer per uur veranderen. ,,Zulke koersbewegingen hebben helemaal niks meer te maken met de relatieve kracht van een economie. Op die momenten domineert de speculatieve handel.''

Valutacrises, waarbij munten snel in waarde dalen zoals in 1997 in Azië gebeurde, worden erger doordat er geen enkele demping in de geldhandel plaatsvindt. Handelaren reageren op de kleinste koersbewegingen – en ook allemaal tegelijk. Een kleine beweging in de koers kan een zichzelf versterkende vrije val worden. Het zijn vooral de ontwikkelingseconomieën die kwetsbaar zijn. Deze landen zijn volgens Kapoor nog bezig de stabiliteit en het vertrouwen van de andere economieën te winnen.

Tobin wilde in 1972 al een belasting op het verhandelen van geld om de grootste pieken en dalen in de koersverhoudingen af te vlakken. Dat is de zogeheten Tobin-tax. Maar eigenlijk wist niemand hoe de belasting op de valutastromen te innen. De ideologisch zwaar omstreden belasting is dan ook nooit ingevoerd.

De variant die Kapoor wil invoeren bestaat uit twee onderdelen: een `fiscale' en een `monetaire belasting'. Hij wil beginnen met de eurotransacties. Op elke transacties in euro's moet in Kapoors plan 0,05 procent belasting worden betaald. Opbrengst: 17 tot 20 miljard euro. Dit is de fiscale belasting. Daarnaast moet er een virtuele bandbreedte komen waarbinnen de koers van de munt zich mag bewegen. Als die meer dan 5 procent afwijkt van de slotkoers van de dag ervoor, moet er een boete worden betaald. Dat is de monetaire belasting. Kapoor vergelijkt dit met de aandelenbeursen. Daar wordt een aandeel uit de handel gehaald als de koers te veel stijgt of daalt. Hierdoor wordt een overreactie van de markt afgeremd.

Kapoor ziet heel goed de logica in van de valutahandel, zo meldt hij ter geruststelling van de aanwezigen. ,,Elke handelaar doet zijn best zoveel mogelijk te verdienen aan de koersverschillen.'' Hij zet zich tegenwoordig volledig in voor zijn plan en leeft van zijn als handelaar verdiende geld.

Visser van de Vrije Universiteit denkt dat handelaren gemakkelijk de belasting kunnen ontduiken. Bovendien: ,,Niemand weet hoe duur het is en, omdat er zoveel uitwijkmogelijkheden zijn, kost het nog meer om de gaten te dichten.''

De Vries is principieel tegen. Volgens de Rotterdamse hoogleraar moet de vrije markt zijn werk doen. ,,Een valutacrisis is altijd het gevolg van slecht fiscaal en monetair beleid. Als er een dempingsmechanisme wordt ingevoerd, is er voor corrupte leiders in ontwikkelingslanden geen enkele reden om nog een behoorlijk beleid te voeren.'' Hij meent dat de ontwikkeling van de Derde Wereld anders kan worden gestimuleerd. ,,Wij moeten onze markten open gooien voor hun producten. Als daardoor de boeren in Europa verdwijnen, dan komt dat doordat ze in een vrije economie geen bestaansrecht hebben.''

Voor Kapoor draait het daar niet om. India houdt 20 procent van zijn BNP aan in laagrenderende reserve om zich te beschermen tegen een instabiele munt. ,,Als dat geld in de snel groeiende Indiase economie was geïnvesteerd, had dat 5 miljard dollar opgeleverd. Dan was de economie daar nog harder gegroeid.''

    • Arjan Zweers