Amerikaanse dreiging 1

De wereld waaraan Bush en zijn neoconservatieve kameraden een einde hebben gemaakt, moet paradijselijk zijn geweest. ,,Een relatief stabiele en vreedzame samenleving van staten'' is vernietigd, schrijven Karel van Wolferen en Jan Sampiemon in hun stuk over de nieuwe Amerikaanse dreiging (Opinie & Debat, 12 juni).

De ,,vreedzame internationale orde die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan'', de ,,humanitaire en democratische idealen'' [...] die zich ,,wijd en zijd verspreid'' hadden ze zijn allemaal ruw opzij gezet. Dit is ee van de meest bizarre beschrijvingen van de wereld in de tweede helft van de vorige eeuw die ik heb gelezen. Nooit gehoord van de Berlijnse Muur, de bezetting van Oost-Europa, de verwoesting van Vietnam en omstreken, van Afghanistan? Nooit gehoord van de incompetentie, de terreur en de perverse corruptie van een groot deel van de postkoloniale potentaten, overeind gehouden door Moskou of Washington? Schurkenstaten bestaan niet, aldus Sampiemon en Van Wolferen. Ze zijn een uitvinding van het Witte Huis.

De overzichtelijke en vreedzame wereld die in de verbeelding van Sampiemon en Van Wolferen bestaat, bestond juist bij de gratie van de schurkenstaat. En deze orde is niet om zeep geholpen door het vermeende unilaterialisme van Bush c.s.. Ze hield op te bestaan toen de Sovjet-Unie en het wereldcommunisme ineenstortten, en er een einde kwam aan wat in politicologische groepstaal de bipolaire wereldorde heet.

Amerika ,,vernielt de politieke beschaving'', ,,vernietigt de alliantie'', het zijn forse krachttermen als substituut voor serieuze analyse. Wat is dat ,,schaamteloos imperialisme'' waarvan Van Wolferen en Sampiemon, langs de omweg van ,,traditioneel links'', de Verenigde Staten beschuldigen? Het is vooral een dooddoener. Bush gaf voor september 2001 geen enkele aanleiding te veronderstellen dat hem een bijzonder activistisch buitenlands beleid voor ogen stond, Unilateraal, ja, maar dat is, anders dan Van Wolferen en Sampiemon ons willen doen geloven, geen uitzondering geweest in het Amerikaanse buitenlandse beleid; maar activistisch, nee!

Het huidige veiligheidsbeleid van de Verenigde Staten, onverstandig en kortzichtig of niet, heeft weinig van doen met neoconservatief samenzweringsdenken of met het veiligstellen van de belangen van het grootkapitaal, maar alles met de pijnlijke, paradoxale combinatie van precedentloze militaire en politieke macht en de enorme klap die 9/11 de Amerikanen heeft toegebracht. Onvermijdelijk komen Van Wolferen en Sampiemon op de proppen met die obligate en tot vervelens toe herhaalde ,,enkelvoudige Europese politieke stem''. Maar wat zou die stem moeten zeggen? Daar gaat het om. De auteurs komen niet veel verder dan het voortborduren op de ,,arrangementen () waarmee de VS in de jaren vijftig zijn begonnen''. Maar die jaren komen niet terug, en zeker niet in de geïdealiseerde vorm die Van Wolferen en Sampiemon eraan geven. De tovenaarsleerling heeft alle kaarten door elkaar geschud, waarschuwen beide auteurs. Zeker, en dat is maar goed ook. Als het spel is veranderd, kunnen maar beter ook de regels worden veranderd. En voorlopig dank ik onze lieve heer op mijn blote knieën dat de VS (desnoods met, maar liever zonder Bush) de enige mogendheid is die daartoe bereid en in staat blijkt.