Werknemers zonder inspraak

Het mag dan de laatste tijd wat onrustiger zijn geworden in Al-Mutthanna, `onze provincie' in Irak, maar vergeleken met wat hun Amerikaanse en Britse wapenbroeders moeten opknappen, lijken de Nederlandse soldaten nog altijd meer op gewapende welzijnswerkers. Laten we hopen dat het zo blijft.

Vorige week heeft de Veiligheidsraad unaniem zijn steun gegeven aan een resolutie waarin wordt bepaald dat op 30 juni de souvereiniteit zal worden overgedragen aan de interim-regering in Bagdad. Daarmee is de bezetting formeel beëindigd. De strijdkrachten van de Coalitie, 160.000 man van wie 130.000 Amerikanen, zullen vervolgens in nauwe samenwerking met de Irakezen ,,alle noodzakelijke maatregelen'' nemen tot herstel van een ordelijke samenleving. Nadat de oorlog was begonnen zonder dat enige internationale organisatie er zijn zegen aan had gegeven, is de legaliteit hersteld. Eind goed al goed. Met goed fatsoen kan nu ook de Nederlandse militaire aanwezigheid voor acht maanden worden verlengd.

Is het zo simpel? In deze krant van gisteren worden de avonturen beschreven van Ismael Zayer, hoofdredacteur-uitgever van het dagblad De Nieuwe Morgen. Hij heeft een Nederlands paspoort, is met de Nederlandse Anneke van Ammerooy getrouwd. De krant werd al vlug een succes. Toen werden eerst de chauffeur en de lijfwacht van de hoofdredacteur ontvoerd en vermoord. Vervolgens werd per decreet van proconsul Paul Bremer de krant ingelijfd bij een soort staatsorganisatie die niet van kritiek op het Amerikaanse gezag houdt. ,,De Amerikanen hebben onze krant gekaapt'', zei Zayer.

Begin deze week heeft een groep vooraanstaande Amerikaanse politici, Republikeinen en Democraten, zich tegen de buitenlandse politiek van George W. Bush gekeerd. Ze zijn van mening dat zijn unilateralisme, het terzijde stellen van internationale organisaties en het behandelen van bondgenoten als knechten het maakt niet uit of ze doen wat Washington zegt, of niet `desastreus' voor het land is. Ze zijn de enigen niet. Een paar weken geleden hebben 52 Britse ex-diplomaten en politici al op overeenkomstige manier stelling tegen Blair genomen. Met het aantal uiterst kritische boeken van serieuze Amerikaanse auteurs over hun eigen regering valt inmiddels een bibliotheekje te vullen.

Vorige maand werd het schandaal van de martelingen in de Abu Graib-gevangenis bekend. The Economist, overigens een trouwe vriend van de Amerikaanse president, zette minister Rumsfeld op zijn omslag met het bevel: AFTREDEN! In de nasleep van het schandaal, met de stroom van nadere ophelderingen in de Amerikaanse pers, blijkt dat juristen in regeringsdienst hun best hebben gedaan, de definitie van `martelen' zo vaag mogelijk te maken, en de definitie van het geoorloofd zijn zo ruim mogelijk. Intussen zitten in Guantánamo al tweeënhalf jaar een paar honderd enemy combatants gevangen, zonder enige wettelijke status, zonder uitzicht op een openbaar proces. Vandaag blijkt dat een meningsverschil dreigt tussen de Amerikaanse regering en de voorlopige Iraakse regering over de overdracht van Saddam Hussein. De berechting van de dictator veroorzaakt complicaties waarover we nog meer zullen horen.

Mogen we nog een keer over de casus belli beginnen? Vandaag heeft de New York Times een hoofdartikel over de CIA en Irak, het 400 pagina's tellende rapport van een Senaatscommissie over ,,de slordigheid, de hype en de wensdromen die voor president George W.Bush de rechtvaardiging waren om de oorlog te beginnen''. De Amerikaanse regering doet haar best, publicatie te verhinderen. ,,The painful truth must emerge'', zo eindigt dit hoofdartikel. In deze krant van het afgelopen weekeinde staat een artikel van Joost Oranje, Hollandse oorlogslogica. Het is een uitvoerige reconstructie van de manier waarop Nederland in de oorlog betrokken is geraakt. In kringen van ons kabinet is dit onderwerp niet reçu. Onder andere blijkt dat in tegenstelling tot de CIA de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst behoorlijk twijfelde aan het wereldgevaar van Saddams massavernietigingswapens. Die zeer genuanceerde en behoedzame diagnose is toen niet tot de Tweede Kamer doorgedrongen. Een grondig onderzoek, zoals de Amerikaanse Senaat heeft ondernomen, wordt hier niet nodig gevonden.

Toen de Nederlandse soldaten het vorige jaar arriveerden, leek althans voor de optimisten de oorlog nagenoeg voorbij. End of major operations. Daarna is het land opnieuw strijdtoneel geworden. Een mengsel van verzet tegen de Amerikanen, een burgeroorlog en fundamentalistisch terrorisme. Dit betekent ik heb het al een paar keer geschreven - dat het Nederlandse detachement zich in een principieel andere situatie bevindt dan die toen werd verwacht. Wordt met de souvereiniteitsoverdracht de vrede hersteld? Pakken de terroristen hun biezen, nu, nadat ze dit ongedroomd vruchtbare werkterrein hebben gevonden? Is er een geloofwaardige termijn gesteld aan de aanwezigheid van alle buitenlandse troepen? Op alle vragen is het antwoord: nee. En nu, afgezien van alle verdere bedoelingen, staat één ding vast. De langdurige aanwezigheid van westelijke strijdkrachten in welk buitenland dan ook betekent verzet, en in deze tijd voortgezet terrorisme.

Op het ogenblik begint het in Saoedie-Arabië, buurland van Irak waar het Saoedisch vorstenhuis, zeer bevriend met de familie Bush, het zonder enige democratische poespas voor het zeggen heeft. Het is niet uitgesloten dat het terrorisme in beide landen elkaar over en weer steunt en bevordert. Dan hebben we het nog niet over de zweer van het Israëlisch-Palestijns conflict, of over het gebrek aan herstel in Afghanistan. Kortom, in bijna drieënhalf jaar is onder leiding van deze Amerikaanse regering de toestand in de regio ingewikkelder en gevaarlijker geworden. Was het Midden-Oosten een bedrijf, dan zou je spreken van manifest wanbeheer.

Met een bescheiden bijdrage van omstreeks duizend soldatenlevens neemt Nederland daaraan deel, zonder uitgesproken kritiek, zonder enige mogelijkheid om invloed op het grote beleid uit te oefenen. Dat kunnen niet eens de Britten met hun 30.000 man ter plaatse. Nogmaals, als het om een bedrijf ging, zou je voor de eer bedanken. Dat is geen kwestie van lafheid versus dapperheid, en het gaat in dit geval ook niet om een ,,investering in de band met Amerika''. Als straks een werkelijk soevereine regering van Irak de soevereine regering in Den Haag om Nederlandse wederopbouwers zou vragen, wie weet met hoeveel gerechtvaardigde gretigheid `wij' aan het verzoek zouden voldoen. `Onze' aanwezigheid nu is principieel anders en niet gerechtvaardigd.