Van nijdige betonboer tot busbaas

,,Wij hebben een bouwvakker als directeur'', zegt buschauffeur Aaldert Haveman. Hij heeft het over zijn baas bij bus- en treinbedrijf Arriva. De directeur heet eigenlijk Reijer, maar iedereen noemt hem Rob. Doe maar gewoon. Doet hij zelf ook. ,,Ik ben een betonboer. En ik ben er trots op'', zegt hij bijvoorbeeld. Of, hoe hij recentelijk een meute boze werknemers gerust wilde stellen: ,,Als mens ben ik niks meer waard dan jullie. Misschien nog minder.''

Het werkt soms, deze aanpak van Rob van den Hoek. Toen hij eerder deze maand tweehonderd werknemers van het noordelijke vervoersbedrijf NoordNed duidelijk maakte dat ze hun zin niet zouden krijgen (ze wilden dat hun directeur opstapte, maar zijn baas Van den Hoek liet hem niet vallen) wist hij de boze mannen te kalmeren met oneliners zoals hierboven, het herhalen van beloftes als ,,ik geef iedereen een tweede kans'' (twee keer) of ,,we moeten respectvol met elkaar omgaan'' (vier keer). De verwachte staking werd afgewend, maar vanochtend werd bekend dat de werknemers wel naar de rechter stappen om het ontslag af te dwingen.

Rob van den Hoek (1948) is een selfmade man, zo verklapte hij de mannen. Zonder opleiding begonnen als ijzervlechter. Zwaar werk. Daarna opgeklommen. Timmerman. Toen uitvoerder in de woningbouw, daarna projectleider en bedrijfsleider van een dochteronderneming van het Rotterdamse bouwbedrijf Troost Pernis Groep. In deze tijd leerde Paul de Beijer hem kennen. Ze zijn nu nog vrienden. De Beijer roemt Van den Hoek omdat hij zonder opleiding carrière wist te maken en denkt dat hij een ,,natuurtalent'' is. Maar: ,,Als ik over een zakelijk besluit nog eens twee keer moest nadenken, had Rob al ja gezegd. Waarbij ik er niet geheel van overtuigd ben dat hij alle risico's wel gezien had.''

Zo herinnert hij zich hoe ze gezamenlijk naar Shell togen, toen deze als klant van de onderneming de financiële verplichtingen slecht nakwam. ,,Rob, toch al een grote vent, stond op van de tafel, boog zich langzaam voorover naar dat Shell-mannetje, keek hem indringend aan en zei: `Wij komen hier voor poen.' Daarna kwam er snel beweging in de zaak.''

Na vijftien jaar bij Troost Pernis nam Van den Hoek ontslag, mede omdat ,,steeds meer energie dreigde verspild te worden aan het afweren van factoren die niet ten gunste kwamen van de bedrijfsvoering'', zo schrijft Van den Hoek in zijn cv. ,,Een voortdurende en uitzichtloze belangenstrijd'' tussen de bestuurders en de aandeelhouders was de oorzaak.

Van den Hoek houdt niet van traagheid, stroperigheid, onduidelijkheid. Dat weet ook Mieke Boas Van der Tas, voormalig programmadirecteur op Nyenrode, waar Van den Hoek een cursus volgde voor directeuren. Boas ziet hem – zeven jaar nadien – nog steeds. ,,Hij is behoorlijk confronterend, kort door de bocht. En met de reactie die daarop komt heeft hij snel in de gaten wat voor persoon hij voor zich heeft.'' Zijn directheid is meteen ook zijn grootste zwakte, vindt Boas. Niet iedereen kan er tegen. Boas en Van den Hoek zien elkaar nog een paar keer per jaar om te sparren. Ze eten dan wat, Van den Hoek vertelt, ,,en dan mag ik kritische vragen stellen''. En opmerken dat hij verstandiger met zijn lichaam moet omgaan. ,,Hij werkt te hard.''

Van den Hoek (twee keer gescheiden) is meermaals aan zijn rug geopereerd – een erfenis uit zijn tijd als ijzervlechter – ongelukkig genoeg samenvallend met een van zijn grootste mislukkingen. Tussen 1998 en 2001 was hij bestuursvoorzitter van De Vries Robbé, een bedrijf dat in die tijd bekender was door de affaires, rechtszaken en ,,lijken in de kast'' (citaat van Van den Hoek) dan door wat de onderneming daadwerkelijk deed. Ook bij een eerdere werkgever waar hij directeur was, een dochteronderneming van bouwer VolkerWessels, ,,accordeerde het minder'', zegt jarenlange vriend De Beijer. ,,VolkerWessels is natuurlijk een nette elite-aannemer. Rob was daar niet zo tactvol.'' Hij hield het een jaar vol.

Net zo impulsief als hij zijn baan opzegde, kocht hij – zonder vaarbewijs – ineens een boot. De boot ligt voor de deur bij zijn huis in Almere in een moeilijk te manoeuvreren sloot. De Beijer: ,,Je denkt: die tweemaster gaat zo door de steiger heen. Maar toch lukt het hem elke keer weer.''

In maart 2001 werd de man die niet alleen bekend staat om zijn interesse in filosofie (Boas) maar ook om het talent voor knallende ruzies (De Beijer en Haveman) directeur van Arriva, wat hij zelf consequent omschrijft als ,,mijn baantje''.

Chauffeur Haveman, die lid was van de ondernemingsraad, waardeert zijn baas omdat hij touwtjes kan aantrekken en tegelijkertijd ,,gevoel voor mensen'' heeft. Of, zoals een van de boze NoordNed-werknemers het eerder deze maand zei: ,,Hij is niet alleen de directeur, maar heeft ook psychologie gestudeerd. Hij weet ons gewoon om te praten.''