Stoelendans om voorzitterschap commissie

Wie wordt de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie? De EU-leiders willen het daarover morgen proberen eens te worden.

Wie gaat het worden? De Belg Verhofstadt, de Luxemburger Juncker, de Oostenrijker Schüssel, de Deen Rasmussen, de Portugees Vitorino, de Brit Patten of misschien toch de Ier Cox. Oftewel: wie moet de Italiaan Romano Prodi opvolgen en de komende vijf jaar de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, gaan leiden?

Het is aan de Europese regeringsleiders van de 25 lidstaten van de Unie hierover morgen tijdens hun tweedaagse top in Brussel een beslissing te nemen. Maar dat dit ook werkelijk zal lukken, is nog niet zeker. Een unanieme kandidaat is er nog niet en de regeringsleiders zitten met een toch al loodzware agenda omdat zij ook een akkoord willen bereiken over de veelbesproken grondwet. Een bijeenkomst waar `macht' het centrale thema vormt krijgt al gauw een eigen dynamiek. Die kan er toe leiden dat men het `omwille van de sfeer' heel snel met elkaar eens wordt over een nieuwe voorzitter, maar eveneens kan men besluiten de zaak enkele weken uit te stellen om de besprekingen over de grondwet niet extra te belasten.

Vooralsnog staat het aanwijzen van de aanvoerder van de commissie nog gepland als gespreksonderwerp tijdens het diner morgenavond. De afgelopen weken heeft de Ierse premier Ahern als huidig voorzitter van de Unie alle hoofdsteden afgereisd om de meningen over de nieuwe commissievoorzitter te polsen. De naam die op de meeste steun kan rekenen is die van de Belgische premier Guy Verhofstadt, de liberale politicus die sinds 1999 leiding geeft aan de paarse coalitie van zijn land. Frankrijk en Duitsland zouden een voorstel van Ahern om Verhofstadt te benoemen ondersteunen, zo werd begin deze week nog in de bij dit soort zaken altijd actieve `regeringskringen' in Berlijn en Parijs gezegd.

Daar staat tegenover dat de `kringen' in Londen juist weer laten weten dat de Britse premier Blair zeer veel bezwaren heeft tegen Verhofstadt die hij onder andere veel te veel als een federalist beschouwt. Een woord dat in Groot-Brittannië, zeker na de Europese verkiezingen van vorige week waar de Onafhankelijkheidspartij als grote winnaar uit tevoorschijn kwam, een zeer negatieve lading heeft.

Van belang voor het beraad over de nieuwe voorzitter is dat de benoeming niet meer zoals vroeger met unanimiteit hoeft te worden genomen, maar met een gekwalificeerde meerderheid. Anders gezegd: als Blair de benoeming van Verhofstadt tegen zou willen houden moet hij onder zijn collega's in totaal 37 stemmen zien te vergaren. Het aantal stemmen dat de regeringsleiders bezitten is afhankelijk van de grootte van het land. Groot-Brittannië beschikt volgens de nu nog gehanteerde rekenmodellen net als de andere grote landen over tien stemmen; een land als Nederland over vijf.

Maar de vraag is of de Ierse voorzitter het bij dit soort songfestival-achtige toestanden zal laten aankomen of dat er toch nog een compromiskandidaat kan worden gevonden. In dat geval komt de naam van de Luxemburgse premier Juncker weer op, die in elk geval kan terugzien op een goed verkiezingsresultaat voor zijn christen-democratische partij bij de Europese verkiezingen. Probleem is alleen dat Juncker nog afgelopen zondag te kennen heeft gegeven niet beschikbaar te zijn. Dat zei de toenmalige Nederlandse premier Kok ook in 1999 toen hij brede steun genoot onder zijn collega's om commissievoorzitter te worden. Maar toen tijdens het finale beraad in Berlijn de anderen dit argument van Kok al te letterlijk namen en de Italiaan Prodi naar voren schoven, was de teleurstelling in Nederlandse delegatiekringen opeens groot. In de politiek is een `nee' nu eenmaal iets anders dan elders. Dat kan ook voor Juncker gelden als er straks een klemmend beroep op hem wordt gedaan.

Wat hierbij ook een rol speelt is dat de Luxemburger voor een flink aantal regeringsleiders over het juiste partijlidmaatschap beschikt. De christen-democraten zijn bij de verkiezingen voor het Europees Parlement de grootste partij gebleven en eisen om die reden het voorzitterschap van de Commissie op. Voor de andere regeringsleiders zou een zo duidelijke partijpolitieke voordracht ook weer reden kunnen zijn om hun aanvankelijke steun voor Juncker in te trekken. En dan komen de outsiders weer in zicht.

Een ding is al wel duidelijk: mochten de regeringsleiders erin slagen het eens te worden over een nieuwe grondwet, dan zal in 2009 de volgende voorzitter van de Europese Commissie op een minder aan pausbenoemingen herinnerende wijze worden aangesteld. Die grondwet zegt namelijk dat het rechtstreeks gekozen Europees Parlement de voorzitter van de Europese Commissie aanwijst.