Sharon heeft nu handen vrij voor zijn Gaza-plan

De Israëlische justitie vervolgt premier Sharon niet wegens corruptie. De beslissing geeft Sharon de kans zich in te zetten voor de verwezenlijking van zijn controversiële Gaza-plan.

Justitiële onderzoeken naar corruptie zijn een min of meer permanent verschijnsel in de Israëlische politiek. Zelden echter wordt onomstotelijk bewezen dat campagnevoerende politici op illegale wijze fondsen accepteerden van invloed zoekende zakenlieden. Het besluit van de hoogste openbare aanklager in Israël, advocaat-generaal Menachem Mazuz, om premier Sharon niet te vervolgen wegens gebrek aan bewijs, lag daarom in de lijn van de verwachtingen van de meeste Israëliërs.

Een rokend pistool in de handen van de vermeende dader ontbrak, het bewijsmateriaal in de ,,Griekse eiland-affaire'' had een sterk indirect karakter en de wetgeving met betrekking tot het financieren van verkiezingscampagnes laat in Israël, net als in de VS, ruimte voor creatief boekhouden.

Hoe het mogelijk is dat Mazuz géén gronden voor vervolging ziet en de toenmalige hoofdofficier van justitie in Tel Aviv, mevrouw Edna Arbel, sinds kort rechter in de Hoge Raad, eerder dit jaar vond dat Sharon wél vervolgd moest worden, is een raadsel dat de Israëliër zelf mag oplossen. In menig commentaar, bijvoorbeeld op de Carmel-markt in Tel Aviv, was de verzuchting `we leven in een bananenrepubliek' nog de vriendelijkste reactie.

Mazuz suggereerde gisteren dat Arbel gedreven werd door persoonlijke motieven en uit was op het hoofd van Sharon. Een zwaar verwijt, begrijpelijkerwijs stof voor nieuwe opwinding in de media. Hoe dan ook, Sharon is, net als destijds zijn voorgangers Netanyahu en Barak, na een lang onderzoek gevrijwaard van een zware last: een besluit tot vervolging en een rechtszaak zou het einde van zijn politieke loopbaan hebben ingeluid.

De oud-generaal, die in zijn lange, openbare leven talrijke crises op wonderbaarlijke wijze heeft doorstaan, kan nu de onzekerheid over zijn politieke toekomst is opgeruimd met hernieuwde stootkracht aan de slag om de 21 joodse nederzettingen in de Gazastrook op te heffen.

Tegenstanders die hoopten dat het mistige schandaal het einde van Sharon en zijn omstreden plan zou betekenen, hebben zich misrekend. Dat wil niet zeggen dat zij zich gewonnen geven. In Sharons eigen partij zinnen rebellen op strategieën om de oud-generaal, aan wie velen overigens hun Knesset-zetels en ministersposten te danken hebben, te dwarsbomen. En een ambitieuze minister als Netanyahu zit het intrigeren in de genen.

Of Sharons minderheidsregering het Gaza-plan daadwerkelijk kan uitvoeren moet betwijfeld worden. Het plan om de 21 nederzettingen, sommige niet groter dan een gehucht, te ontmantelen is op het oog een overzichtelijke operatie die met een goede voorbereiding en de nodige fondsen om de tuinbouwondernemingen op ordentelijke wijze te verplaatsen en de huiseigenaren te compenseren, perfect uitvoerbaar is. Maar er wordt veel religieus getint misbaar over gemaakt. De kolonisten zijn goed georganiseerd, weten de stemming op te zwepen en zijn invloedrijk in Likud. Andere tegenstanders vrezen dat het niet bij de Gaza-nederzettingen blijft, maar dat Sharon ook op de bezette Westelijke Jordaanoever tot opheffing van joodse plaatsen zal overgaan.

Zijn eigen partij is diep verdeeld en de kleinere one-issue-partijen, zoals de Nationale Unie en de Nationale Religieuze Partij, kunnen niet aan dit project meewerken, omdat zij de Gazastrook en de bezette Westelijke Jordaanoever voor Israël opeisen en het liefste zien dat de Palestijnen opkrassen naar Jordanië, Egypte en Syrië. Hoe hard Sharon ook optreedt tegen de Palestijnen en hoe hoog hij het tempo van de bouw van de `veiligheidsafscheiding' op en langs de Westelijke Jordaanoever ook opvoert – de bulldozers stoppen alleen op sabbat – zijn tegenstanders zijn onvermurwbaar.

Sharon heeft daarom de steun van de Arbeidspartij van Shimon Peres nodig om te kunnen overleven en het Gazaplan uit te voeren. Dat is een tijdelijk arrangement, omdat Peres vanuit de oppositie de regering van Sharon in stand houdt en door het mijnenveld van moties van wantrouwen loodst. De twee nog overgebleven grand old men van de Israëlische politiek, de laatste, nog altijd actieve leiders die alle oorlogen van Israël hebben meegemaakt, lijken daarom aan een mogelijk laatste gezamenlijke regeringsdans te willen beginnen.

Zij beseffen dat het ontruimen van de joodse nederzettingen in de Gazastrook een test is. Voor de internationale gemeenschap een test om te zien of Israël in staat is om voor de hand liggende concessies uit te voeren. En voor de Israëlische bevolking een test om te zien of Sharon het meent als hij zegt dat hij de veiligheid en de economische groei wil vergroten.

Als Sharon, de rechtse houwdegen, de bouwer van talrijke nederzettingen, aanhanger van de Groot-Israël-gedachte, er niet in slaagt Gaza 37 jaar na de Zesdaagse Oorlog van 1967 te ontruimen, dan lukt dat niemand, is de vrees van veel Israëliërs én Palestijnen. En als het al niet lukt met de Gaza-nederzettingen dan lijken pijnlijke concessies op de Westelijke Jordaanoever uitgesloten.