Nieuwbouw voor Maritiem Museum

Dankzij een schenking van drie miljoen euro van het bedrijf Nedlloyd kon het Maritiem Museum in Rotterdam uitbreiden. Zaterdag openen er vier nieuwe tentoonstellingen.

Zaterdag opent een nieuw, en niet van oud te onderscheiden gedeelte van het Maritiem Museum in Rotterdam. Coen Schimmelpenninck van der Oije, directeur van het inmiddels honderddertig jaar oude museum, zal vrijdag minister Peijs van verkeer ontvangen voor de officiële opening. De nieuwe vleugel is ingericht met vier eveneens nieuwe tentoonstellingen.

Architect Paul Wintermans bouwde in twee jaar tijd een nieuw deel aan het bestaande grijsstenen gebouw aan de Leuvehaven. De driehoek die tegen de diagonale gevel van het museum is bevestigd beslaat zevenhonderd vierkante meter en twee verdiepingen. Van buiten is nauwelijks te zien waar het oude gedeelte ophoudt en het nieuwe begint. Wintermans gebruikte dezelfde steensoort, kleur en bouwstijl als de eerste architect van het museum, Wim Quist, in 1986 deed. Op de eerste verdieping van de driehoek huist de opvallendste tentoonstelling, Schatten van Nedlloyd.

Deze permanente expositie toont schilderijen, scheepsmodellen, scheepsmeubilair, eeuwenoude kaarten en beroemde affiches, afkomstig van de schepen en de rederijkantoren van Nedlloyd, een samengaan van verschillende rederijen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. Semi-permanent is de tentoonstelling eigenlijk, want altijd dezelfde objecten laten zien zou saai worden, vindt Schimmelpenninck van der Oije. De in totaal ruim veertienhonderd objecten worden afgewisseld, vertelt hij.

De scheepsmodellen achter glas en delen van sjiek scheepsinterieur geven een idee van de scheepvaart in de vorige eeuw. Computers bedienen de bezoeker van aanvullende informatie. Een sleutelrol voor het tot stand komen van deze expositie speelde Jacques van der Hidde, een oud-stuurman van Nedlloyd, vertelt Schimmelpenninck: ,,Hij heeft in kaart gebracht wat voor objecten zich bevonden in het bezit van Nedlloyd. We wilden niet dat ze in particuliere handen zouden vallen.'' Nedlloyd richtte daarom een stichting op die de collectie nu uitleent aan het museum. Ook stelde Nedlloyd bijna drie miljoen euro ter beschikking voor uitbreiding van het museum, op voorwaarde dat er een plek werd ingeruimd voor de objecten van Nedlloyd.

Ook binnenin het gebouw, waar op de begane grond een collectie oude land- en zeekaarten van de familie Van Keulen en een permanente tentoonstelling over de Holland-Amerika Lijn gepresenteerd zijn, is geen grens aan te wijzen tussen oude en nieuwe bouw. Architect Wintermans verwijst naar hoe men vroeger te werk ging: ,,Het kwam voor dat verschillende architecten achtereenvolgens aan hetzelfde gebouw werkten, denk aan de Sint Pieter in Rome en de Sagrada Familia in Barcelona. Technieken, ideeën en materialen veranderden intussen. Architecten en kunsthistorici van nu smullen daarvan. Dit kan bizarre gevolgen hebben: een architect die voor het laatste raam dat geplaatst moet worden een andere stijl kiest.''

Wintermans vond bovendien de uitbreiding van het museum niet groot genoeg ten opzichte van het al bestaande gebouw voor een eigentijds tegenwicht. Eenheid werd zijn uitgangspunt. Maar, zegt Wintermans, ,,diegenen met een architectonische blik kunnen het onderscheid tussen oud en nieuw best vinden.''