Koštunica besluit niet af te treden

De Servische premier Vojislav Koštunica heeft na de voor hem en zijn regering rampzalige uitslag van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen overwogen af te treden en vervroegde verkiezingen uit te schrijven, maar daar toch maar van afgezien.

Dat melden Servische media.

Koštunica staat sinds zondag, toen Dragan Maršicanin, kandidaat van zijn partij en van zijn regeringscoalitie, op een uiterst teleurstellende vierde plaats eindigde, onder zware druk. Maršicanin kreeg maar dertien procent van de stemmen, tegen Tomislav Nikolic van de ultra-nationalistische Servische Radicale Partij SRS 30 procent en Boris Tadic van de oppositionele Democratische Partij DS 27 procent. Zij maken zondag over een week uit wie president wordt.

De druk op Koštunica concentreert zich op twee thema`s: de lage populariteit van zijn regering – met als uitweg vervroegde verkiezingen – en de noodzaak, voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen een voorkeur uit te spreken voor ofwel Nikolic, ofwel Tadic. Nikolic wordt algemeen gezien als een extremist voor wie een democraat geen stem kan uitbrengen. Tadic is een democraat, maar wel een die Koštunica tot zijn grootste rivalen rekent; de vroegere leider van die partij, de vorig jaar vermoorde premier Zoran Djindjic, was Koštunica's grootste politieke vijand. Ook binnen Koštunica's partij bestaat grote afkeer van Tadic' Democratische Partij.

Alle ter zake doende democratische partijen hebben inmiddels hun voorkeur voor Tadic uitgesproken, behalve Koštunica's Democratische Partij van Servië (DSS). De premier reageerde gisteren kwaad op de vraag van een journalist wie hij als president liever ziet, Nikolic of Tadic. ,Bemoei je met je eigen zaken. Is dat begrepen?'', zo snauwde hij.

De Servische regering ontkende gisteren formeel dat Koštunica na zondag heeft overwogen af te treden, maar uit bronnen rond de regering vernamen Servische media gisteren dat hij daar wel over heeft gedacht. Ze vernamen bovendien dat de DSS heeft besloten geen stemadvies voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen te geven. Diverse politieke leiders hielden gisteren de mogelijkheid van een vervroegd aftreden van de regering uitdrukkelijk open. De minister van Buitenlandse Zaken van de unie Servië-Macedonië, Vuk Draškovic, bijvoorbeeld zei gisteren in Luxemburg, waar hij met vertegenwoordigers van de Europese Unie sprak, dat Servië voor het eind van dit jaar een nieuw parlement kiest en een Servisch radiostation meldde dat die verkiezingen op 19 september plaatsvinden.