India `schijnt' niet voor allen

Op het Indiase platteland moeten steeds meer mensen rondkomen van steeds minder geld. Het moderne India `schijnt' vooral voor stedelingen.

In New Delhi is vorige maand een nieuwe regering aangetreden, en nu zal alles beter gaan, efficiënter, eerlijker en inzichtelijker. Dat beloven de nieuwe ministers in koor. Maar mevrouw Sita Pati Yadav verwacht geen wonderen in Diha, een dorpje in de buurt van de Indiase miljoenenstad Allahabad.

Sita Pati Yadav (40) is de pradhan, het gekozen dorpshoofd, van Diha waar ongeveer 250 families wonen, in totaal zo'n drieduizend mensen. De vorige Indiase regering, van de verslagen premier Atal Bihari Vajpayee, maakte werk van economische hervormingen, trok buitenlandse investeerders aan en begon met de modernisering van snelwegen door heel het land. Ze liet India `schijnen' zoals ze onderstreepte in haar campagneslogan: India Shining. Maar het arme platteland werd vergeten en daarom, zeggen analisten, keerde de leus zich tegen Vajpayee en werd hij niet herkozen.

Ook tussen de heilige stad Varanasi (Benares) en Allahabad wordt volop gewerkt aan verbreding van de doorgaande weg. Even buiten Varanasi worden grote viaducten aangelegd. In enkele dorpen verderop zijn de uitstekende delen van de voorgevels van huizen gesloopt om ruimte te maken voor asfalt. De stalletjes aan de oude klinkerweg zullen moeten verdwijnen.

Maar de dorpelingen in Diha schieten weinig op met een nieuwe snelweg tussen Varanasi en Allahabad, zegt Sita Pati Yadav. Ze klaagt over de steeds haperende stroomvoorziening, het ontbreken van waterleiding, gebrek aan middelen om de school te repareren en om de bestrating in het dorp zelf te verbeteren, en het tekort aan banen. En, zegt ze ten slotte, het liefst zou ze willen dat er een vroedvrouw in het dorp komt.

Er zijn vele redenen waarom dorpen als Diha ook de komende jaren met de tekortkomingen zullen moeten leven. Een ervan is dat Uttar Pradesh, de deelstaat waarin Diha ligt, net als de meeste Indiase deelstaten vrijwel bankroet is en diep in het krijt staat bij Delhi. ,,Aan rente-inkomsten over schulden van de deelstaten ontvangt de centrale overheid jaarlijks meer dan uit de totale belastinginkomsten'', schetst de plattelandseconoom Aijit Sen. ,,Dat schreeuwt natuurlijk om schuldsanering en hervorming van de budgetstromen om de deelstaten nieuwe financiële armslag te geven. Jammer genoeg hoor je daar niemand over.''

De Indiase praktijk leert evenwel dat niet alleen beschikbaarheid van fondsen een rol speelt, maar meer nog de besteding van het budget. Veel geld verdwijnt in de zakken van corrupte politici of wordt aangewend om de eigen achterban tevreden te stellen.

In Uttar Pradesh, met 170 miljoen inwoners India's grootste deelstaat, is de Samajwadi Partij aan de macht. Ook bij de recente verkiezingen ging de grootste winst naar die partij. Samajwadi trekt vooral stemmen van de lagere kasten, met name van de Yadavs, terwijl zijn regionale tegenstrever, de Bahujan Samaj Partij, zich traditioneel opwerpt als vertegenwoordiger van de kastenlozen. Zo worden in Uttar Pradesh de meeste stemmen volgens kaste-lijnen verdeeld, en in Diha was dat niet anders. De Yadavs in het dorp stemden overwegend op de Samajwadi Partij; de minderheid van de kastelozen koos voor de Bahujan Samaj Partij.

Diha is een gewoon Indiaas plattelandsdorp, niet bijzonder arm maar ook niet erg welvarend. Een hobbelig weggetje voert langs kleine lemen huizen en door groene velden. Pradhan Sita Pati woont in het mooiste huis: twee verdiepingen, opgetrokken van baksteen en fleurig beschilderd. Misschien kan ze zich dat veroorloven omdat haar 46-jarige echtgenoot, die tijdens het gesprek de meeste vragen beantwoordt, door de week als ambtenaar werkt voor de deelstaatregering in Lucknow, de hoofdstad van Uttar Pradesh.

De 28-jarige Som Nath Yadav ging tot zijn twaalfde naar school in Diha en sindsdien werkt hij op het land. Hij verbouwt rijst, tarwe, aardappelen, komkommers en nog wat groenten. Een klein van de opbrengst verkoopt hij op de markt, het merendeel van zijn oogst heeft hij zelf nodig. Zijn woning bestaat uit twee nagenoeg kale kamers. Om zijn gezin, vrouw en twee jongens, te kunnen onderhouden, trekt hij van tijd tot tijd naar het dertig kilometer verderop gelegen Allahabad om zich daar te verhuren als schilder.

Som Nath zegt niet te weten of zijn zoontjes later ook een toekomst zullen vinden in het dorp. Zijn vader had een groter stuk land, maar hij moest dat verdelen onder zijn zoons. Als Som Nath dat te zijner tijd ook moet doen, blijft er waarschijnlijk te weinig over om van te leven.

Som Naths probleem is het probleem van het Indiase platteland, analyseert econoom Subir V. Gokarn van het Crisis Centre for Economic Research in New Delhi. ,,Het probleem van India Shining is dat macro- en micro-niveau niet aan elkaar zijn gekoppeld'', zegt hij. In de afgelopen twintig jaar is het aandeel van de dienstensector in het bruto nationaal product van India gestegen van 35 tot 50 procent. Dat van de industrie is nagenoeg gelijk gebleven op ongeveer 25 procent. Het aandeel van de landbouw daalde van 30 à 40 procent tot minder dan een kwart, maar de agrarische beroepsbevolking schommelt nog steeds rond de 60 procent.

Die cijfers, zegt Gokarn, betekenen dat relatief steeds meer mensen op het platteland afhankelijk zijn van relatief minder inkomsten. En de cijfers laten ook zien dat een natuurlijke overloop van arbeidskrachten in de agrarische sector naar de industrie de afgelopen twintig jaar in India niet heeft plaatsgevonden. ,,In India is de industrie niet de grote banenmachine die ze bijvoorbeeld in China wel is.''

Steden als Calcutta, Hyderabad en Bombay hebben de afgelopen jaren grote buitenlandse investeerders uit de high tech sector aangetrokken. Maar in dorpen als Diha woont geen hoogopgeleid kader dat het Engels vloeiend beheerst, en daar vestigen Amerikaanse en Europese ondernemingen dus ook geen call centers.

Maar er is nog een andere reden waarom de lokale industrie in en rond Allahabad grote moeite heeft zich te ontwikkelen, zegt R. A. Sharma (70), eigenaar van Baidyanath LTD, een grote producent en exporteur van medicijnen op basis van geneeskrachtige kruiden. Om bij de fabriek te komen, moet men een ijzeren brug over de rivier de Yamuna passeren. Dat gaat slechts stapvoets omdat vrachtwagens, personenauto's, bussen, fietstaxi's, handkarren, voetgangers en koeien elkaar de doorgang belemmeren.

Naast de oude brug zijn de contouren zichtbaar van een moderne, betonnen overspanning. Decennia geleden werden de plannen voor de aanleg al goedgekeurd en inmiddels is de nieuwe brug al drie keer officieel geopend door drie verschillende premiers van Uttar Pradesh. Maar het werk is nog steeds niet af. Lokale bestuurders van de Congrespartij hebben nu voorgesteld de echte opening te laten verrichten door Sonia Gandhi. Zo'n gebeurtenis zal het aanzien van de Congrespartij versterken, denken zij.

De brug is slechts een van de obstakels waarmee ondernemer Sharma te maken heeft. Toen het industrieterrein in de jaren zestig werd aangelegd, was het een jungle. Nu moet hij nog steeds zelf stroom opwekken met generatoren en zelf water oppompen om zijn fabriek met 200 werknemers draaiende te houden. De lokale overheid zorgt zelfs niet voor telefoonaansluiting.

Maar de grootste handicap is de arbeidsmoraal, zegt Sharma. ,,We hebben nog vier fabrieken in India en daarom ben ik gelukkig niet afhankelijk van de produktie hier. In Calcutta begon mijn vader tachtig jaar geleden en in al die tijd hebben we daar twee stakingen gehad: een van een dag, en een van tweeëneenhalve dag. Hier ben ik veertig jaar geleden begonnen en in totaal ben ik al vier jaar kwijtgeraakt aan stakingen.''

Dat komt, zegt Sharma, omdat de werknemers afkomstig zijn uit de agrarische sector en de meesten thuis nog een stukje grond hebben. Ze zijn niet volledig afhankelijk van de fabriek. Bijna elk jaar blijven arbeiders drie maanden thuis, precies de periode waarin ze bij ziekte recht hebben op de helft van hun salaris. ,,De hele fabriek meldt zich bij het ziekenhuis. Ik heb de artsen wel eens gevraagd: 'hoe kan dat? Het antwoord was: Wat kunnen we er aan doen? Ze slaan ons in elkaar als we ze niet in behandeling nemen.''

Zo is de industriële arbeidsmarkt in Allahabad in een neerwaartse spiraal terecht gekomen. Veel bedrijven zijn weer vertrokken met achterlating van inmiddels overwoekerde gebouwen op het industrieterrein. Andere grote ondernemingen draaien slecht en staan op het punt de poorten te sluiten. Ook Sharma neemt het woord ,,industriële begraafplaats'' in de mond. ,,We blijven hier omdat we verderop ruim twaalf hectare grond hebben waarop we kruiden verbouwen voor onze produkten.''

In Sharma's stem klinkt berusting door. ,,Dit is nu eenmaal een plattelandsgebied en geen industrieel gebied. Langzamerhand zal dit terrein veranderen in een woonwijk. Je ziet het nu al aan de winkels die er in de afgelopen jaren zijn gekomen. Als de nieuwe brug af is, zullen er vooral bewoners gebruik van maken'', zegt hij.

Aan de instelling van de werknemers en van de verantwoordelijke politici valt nu eenmaal weinig te veranderen. ,,Toen ik als jongeman in Delhi trouwde, was Nehru (de eerste premier van India) op mijn huwelijksfeest'', zegt Sharma met een spottend glimlachje om zijn mond. ,, Het is dus niet zo dat ik de mensen niet ken.''