Een gewoon elftal

Bondscoach Dick Advocaat staat met het oog op de volgende wedstrijd van het Nederlands elftal tegen Tsjechië voor een geweldig dilemma. De brille ontbreekt bij Oranje, het is nu een gewoon elftal. Moet hij op dezelfde voet verder of toch weer een andere weg inslaan? Ik zou starten met Van Hooijdonk, als tweede spits naast Van Nistelrooy. Als Oranje zo verder gaat, worden de aanvallers nooit goed bereikt. Het team zou dan moeten spelen als PSV. Dus 4-4-2 zonder ruit, met vleugelspelers die zich terugtrekken bij balverlies en twee middenvelders in het centrum naast elkaar. Overmars kan dat op links prima en rechtsbuiten Van der Meyde is in Italië ook niet anders gewend. De spitsen moeten niet naast elkaar spelen maar achter elkaar, gezien de aanwezigheid van Galásek bij de Tsjechen. Van Hooijdonk wint tenminste kopduels, daardoor krijg je meer dynamiek in de aanval. Verder ben ik het met Advocaat volledig eens dat hij in deze situatie spelers op de positie laat voetballen die ze gewend zijn.

Fysiek ziet het er niet goed uit bij Oranje. Ik vraag me af hoe sommige spelers de laatste weken bij hun club hebben gefreewheeld. Dat bouw je niet even in een paar weken weer op. Je ziet het aan de gebrekkige agressie en de wijze waarop de duels worden aangegaan. Het is 't steeds net niet. Vorm en het zelfvertrouwen hebben ook te maken met conditie.

Tegen de Duitsers vond ik de hele achterhoede slecht. Heitinga had minder lef dan normaal en ook Van Bronckhorst toonde zich geen kerel. Bouma ging de mist in bij elk kopduel, hij heeft leiding nodig. Die jonge invaller Schweinsteiger liet hij steeds op een afstand vrij staan. Dan maak je het jezelf erg moeilijk. Een keer moest Overmars zelfs helemaal terug naar het eigen doel om te assisteren. Ook Van Bronckhorst liet zijn tegenstander steeds aan de bal komen en herstelde zich pas in de tweede helft toen hij op het middenveld kwam te spelen.

Bij Van der Vaart en Van der Meyde vroeg ik me af: ga nou eens diep om de bal in de voeten te krijgen! Van der Vaart kwam nooit los van zijn tegenstander. Hij komt echt snelheid tekort. Als je hem vergeleek met Ballack die altijd aanspeelbaar was... Van Nistelrooy speelde ook niet sterk, maar maakte uit een bijna onmogelijke positie een knap doelpunt.

De Duitsers lieten Van Nistelrooy bijna nooit los. Ze vielen me niet tegen. Er zat tenminste een idee achter hun corners en vrije trappen. Van der Sar twijfelde voortdurend, moet ik eruit komen of blijven staan. Zijn collega Kahn maakte ook foutjes, maar was veel beweeglijker en gebruikte zijn lijf. Cocu dekte bij de vrije trap van Frings bij de tweede paal, maar kreeg toen de bal voor zijn rechter, en dus verkeerde, been. Zo ontstond het tegendoelpunt.

Foppe de Haan is bondscoach van Jong Oranje en van het elftal voor het WK Jeugd in 2005.