Een diplomatieke Duitse roeptoeter

De Duitse ambassade nodigde gasten uit naar Nederland-Duitsland te komen kijken een smaakvolle ambiance in de universiteitsbibliotheek.

Even is het stil. Dan bast barkeeper Henk van café Oosterling in Amsterdam: ,,Landverraad!'' De uitnodiging aannemen van de Duitse ambassade om de wedstrijd Duitsland-Nederland te komen opluisteren (für einen Imbiss und Getränke ist gesorgt) – hoe kómt een ware Nederlandse daarbij. En dan zeker ook nog applaudisseren voor `die Duitsers' als ze een doelpunt maken, zie je hem denken.

Vrijwel álle aanwezigen applaudiseerden gisteravond toen na een half uur die Mannschaft met 1-0 voor kwam te staan. Ze hadden zich vanaf half acht verzameld in het gebouw van de Oude UB van de Universiteit Leiden waar in een smaakvolle ambiance naar de wedstrijd werd gekeken. In twee zalen waren manshoge schermen opgesteld met aansluiting op respectievelijk de Duitse en Nederlandse televisie.

Het idee om gezamenlijk naar de wedstrijd te kijken werd een tijdje geleden geopperd door de Leidse hoogleraar Duitse taal en letterkunde, Anthonya Visser. De Duitse ambassadeur E. Duckwitz was meteen enthousiast. Wel werd bewust gekozen voor een Nederlandse omgeving. ,,De Duitse ambassade zou toch een drempel zijn geweest'', aldus een universiteitsbestuurder.

Bij binnenkomst zit de stemming er meteen in. Pullen bier, wijn en fris gaan van hand tot hand en de aanwezigen doen zich te goed aan het buffet. De roeptoeter van ambassadeur Duckwitz veroorzaakt grote hilariteit: op de ene kant staat Holland, op de andere Duitsland – hoezo een beladen wedstrijd?

Toch zeker voor een Duits echtpaar, woonachtig in het Haagse Zeeheldenkwartier: ,,Daar is alles Oranje, werkelijk alles. Onze dochter heeft, uit angst voor negatieve reacties, het balkon ook maar oranje gemaakt. De weg naar huis straks wordt moeilijk, wat de uitslag ook zal zijn.''

Naarmate de eerste helft vordert, en zeker na de 1-0 voorsprong van Duitsland, stijgt de spanning. ,,Een lekkere voorzet kun je wel vergeten'', mompelt iemand uit het Nederlandse publiek. Een ander klinkt optimistischer: ,,We zijn nog maar op eenderde van de wedstrijd. Nederland moet moed houden.''

De moed erin houden, dat doet prof. Visser ook, maar dan op een ander vlak: er zijn acht vooraanmeldingen voor haar vakgebied, Duits, drie meer dan vorig jaar en misschien melden zich nog een paar studenten in spe aan. ,,Het vak moet overleven. In Amsterdam zijn vrijwel geen aanmeldingen, dat is een ramp. Het gaat niet aleen om de Duitse taal, het gaat veel verder, de cultuur, de literatuur.''

Ook rector-magnificus prof.dr. D.D. Breimer maakt zich zorgen over de toekomst van de `kleine studies' – de vrolijke stemming ten spijt betrekt zijn gezicht als dit onderwerp ten sprake komt: ,,De overheid heeft veel te weinig oog voor een vak als het Keltisch. Goed, het trekt niet veel studenten, maar dat maakt dat vak niet minder waardevol. Hetzelfde geldt voor Duits.''

Intussen is de tweede helft al een eind op streek. Nog steeds staat Nederland achter, tot tien minuten voor het eindsignaal Ruud van Nistelrooij inschiet. In beide zalen klinkt gejuich en wordt geapplaudiseerd – ook door de Duitse aanwezigen.