Congo's geschiedenis in 102 panelen

Tshibumba Kanda Matulu (1947) uit Zaïre, het huidige Congo, was een reclameschilder met ambitie. Maar pas in 1973 kwam die tot uiting. In dat jaar liep hij de Duitse antropoloog Johannes Fabian tegen het lijf, die zich opwierp als zijn mecenas. Binnen twee jaar realiseerde Matulu zijn magnus opus: de geschiedenis van zijn land in 102 schilderijen. De serie werd vier jaar geleden gekocht door het Tropenmuseum, en is daar nu voor het eerst in zijn geheel te zien.

Het zijn bescheiden panelen van zo'n veertig bij zestig centimeter; die afmetingen zijn waarschijnlijk bepaald door de juten zakken die als canvas dienden. De stijl van de afbeeldingen is naïef, zonder perspectief of ruimtelijkheid. Als een van de eerste Congolese schilders combineerde Matulu zijn beelden met tekst – een innovatie waar Chéri Samba later beroemd mee werd. Maar autodidact Matulu was geen topschilder. Zijn werk haalt het niet bij dat van Kwame Akoto uit Ghana of jongere landgenoten als Cheri-Cherin en Pap'emma. De composities zijn vaak uit balans en de uitwerking is soms vlak.

En toch is L'histoire de Zaire uniek en belangrijk. De 102 schilderijen vormen een coherent, aaneengesloten verhaal, een vorm van visuele geschiedschrijving die zijn weerga in Congo niet kent. Het is bovendien de visie van een Congolees vanuit Congo – niet weer een relaas uit de koker van blanke, westerse historici. Matulu maakte wel gebruik van hun geschiedenisboekjes maar hij vermengde die met mythen, droombeelden, roddel en ooggetuigenverslagen.

Soms blijft Matulu dichtbij de officiële lezing. Zoals in zijn afbeelding van stamhoofd Ngongo Lutete als kannibaal en vriend van de slavenhandelende Arabieren. Dat beeld schiep de Belgische koning Leopold als excuus om Congo te ,,bevrijden''. Matulu nam het klakkeloos over. Veel eigenwijzer is zijn interpretatie van gebeurtenissen die tijdens zijn eigen leven plaatsvonden. Zo kent hij de moord op Patrice Lumumba met grote zekerheid toe aan de Franse huurling Bob Denard, terwijl tot op heden onduidelijk is wie de onafhankelijkheidsstrijder ombracht.

Behalve geïsoleerde incidenten, zoals de vliegramp die VN-secretaris-generaal Dag Hammerskjöld het leven kostte of het bezoek van koning Boudewijn in 1955, geeft Matulu ook processen weer. De gruwelen van het koloniale schrikbewind vat hij samen in een martelkamp met het droge bijschrift `1885-1959 Colonie Belge'. Met een afbeelding van een Leopold-standbeeld geeft hij de verwestering van het straatbeeld weer tijdens de Belgische koloniale periode. Bij de conflicten in de provincie Katanga schildert hij op de achtergrond een mijnschacht, symbool voor de delfstoffen waar deze burgeroorlog eigenlijk om draaide.

De figuurtjes die dit soort tableaus bevolken zijn gezichtloos, anoniem. Het contrast met de gedetailleerde en direct herkenbare koppen van Joseph Kasavubu, Moïse Tsjombe en Albert Kalonji is groot. Voor Matulu was geschiedenis toch vooral een verhaal dat opgehangen is aan de daden en namen van een paar Grote Mannen. De belangrijkste daarvan is voor hem Lumumba, waarvan Matulu een soort Messias-figuur maakt. Zelfs na zijn dood behoudt Lumumba zijn aureool van onaantastbaarheid. Naast hem liggen twee anonieme figuren, verderop staan de drie kruizen van Golgotha. Het bloed dat uit zijn wonden sijpelt, spelt zijn ideaal: unité.

In de laatste vijftien schilderijen is de hoofdrol weggelegd voor Mobutu, alleenheerser sinds 1965. Ook hem valt een positieve weergave ten deel. Op een doek baadt de leider in het licht van een zon met partijlogo en somt Matulu de zegeningen van het Mobutisme op: `bonheur, tranquillité, joie de vivre en paix'. Maar dit soort huldeblijken zijn een rookgordijn. In de toekomstvisies die L'Histoire de Zaire afsluiten is Congo verworden tot een totalitaire staat à la 1984, en heeft Mobutu God verdreven als hoogste geestelijke autoriteit. Die kritische houding is Matulu waarschijnlijk fataal geworden. Sinds 1982 is de schilder spoorloos.

Tentoonstelling: Congo in Cartoons: 102 schilderijen van Tshibumba Kanda Matulu. T/m 3 oktober in Tropenmuseum, Linnaeusstraat 2, Amsterdam.

    • Edo Dijksterhuis