Britse huizenmarkt

Gouverneur Mervyn King van de Bank of England heeft voor het eerst de huiseigenaren in Groot-Brittannië gewaarschuwd om de huizenprijzen niet te hoog op te drijven. King vindt dat de prijzen voor woningen te snel en te veel zijn gestegen.

Deze constatering komt in zekere zin als mosterd na de maaltijd. De Britse huizenprijzen zijn in drieënhalf jaar tijd met gemiddeld 85 procent gestegen, vergeleken met een stijging van minder dan 20 procent van de prijzen in de detailhandel. De bankpresident laat niet van zich horen omdat hij de markt wil vertellen wat zij toch al weet, maar omdat hij een probleem heeft.

Als de huizenprijzen in Groot-Brittannië niet snel afkoelen, zal de bloei van de sector tot economische ontwrichtingen leiden. Het extra geld dat voortvloeit uit het verzilveren van aandelen kan de detailhandelsprijzen en het tekort op de handelsbalans onder druk zetten. En de hogere huizenprijzen vergroten alleen maar de kansen op een grote prijsdaling van onroerend goed.

Tot nu toe heeft King erop vertrouwd dat de rentestand de instincten van de kopers en de leners wel in toom zou kunnen houden. Maar de grenzen van dat beleid zijn bereikt. Nu hij de rente met 1 procent heeft verhoogd en serieus genoeg heeft gezinspeeld op een nieuwe stijging van 1,25 procent om de markt ertoe te bewegen daarmee rekening te houden, zijn de mogelijkheden van King uitgeput.

Een verdere rentestijging kan de investeringen en de economisch belangrijke internationale financiële sector in gevaar brengen. Het probleem is dat de huizenkopers in Groot-Brittannië niet reageren op dit medicijn. De verlokkingen van een jaarlijkse kapitaalwinst van 15 procent zijn te krachtig. Daarom laat King nu van zich horen, maar hij moet zijn toon matigen. Irrationele kopers kunnen als bij toverslag veranderen in irrationele verkopers.

De eigenaren van huurwoningen baren de grootste zorgen. Als zij gaan verkopen, kunnen de gevolgen daarvan een kettingreactie op de Britse huizenmarkt veroorzaken.

Niemand weet met zekerheid wat een duurzame prijsdaling van onroerend goed voor de Britse economie zou betekenen. De Japanse ervaringen op dit gebied – een decennium van vrijwel geen economische groei – zijn niet zonder meer toepasbaar. Maar de combinatie van een daling van de huizenprijzen en een stijging van de detailhandelsprijzen is de nachtmerrie van iedere centrale bankier.

Zal de pr-campagne van de bank vruchten afwerpen? Zelfs als het enthousiasme van de kopers aanhoudt, wordt er door de hogere rente en de vermanende woorden van gouverneur King wellicht een minder groot beroep op de kredietmarkt gedaan. Maar het was waarschijnlijk beter geweest als King zich al eerder had uitgesproken.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.

    • Edward Hadas