`Ad Bos afgeserveerd met kil briefje'

Gerd Leers (CDA) en Rob van Gijzel (PvdA), oud-Kamerleden, vinden dat klokkenluider Ad Bos onrechtvaardig wordt behandeld. ,,De Kamer zal Balkenende corrigeren.''

Ze kennen klokkenluider Ad Bos. Vier jaar geleden bemiddelden de toenmalige Tweede-Kamerleden Gerd Leers (CDA) en Rob van Gijzel (PvdA) tussen Bos en het ministerie van Justitie over de overhandiging van de schaduwadministratie door Bos. Het ,,bondgenootschap'' tussen Leers en Van Gijzel, om de misstanden in de bouw aan te kaarten, leidde tot de parlementaire enquête Bouwnijverheid.

Vier jaar later zijn Leers en Van Gijzel geen Kamerlid meer. Leers is burgemeester van Maastricht en maakte naam als standvastig bestuurder. Van Gijzel is mededirecteur van een advies- en communicatiebureau.

Deze week vonden beiden elkaar, voor het eerst sinds vier jaar, in Maastricht terug. Aanleiding is de kwestie Bos. Leers en Van Gijzel noemen de behandeling van de klokkenluider ,,onrechtvaardig''. Premier Balkenende schreef vorige week aan Bos dat die geen financiële compensatie hoeft te verwachten. Bos deed volgens de premier zijn (onbetaalde) burgerplicht. De klokkenluider had om een regeling gevraagd omdat hij ontslagen is, in de sector niet meer aan de slag komt en financieel aan de grond zit.

Leers en Van Gijzel vinden dat Bos afgelopen jaren ten onrechte is afgeschilderd als ,,geldwolf, als iemand die het alleen om het geld te doen is.'' Dat Bos inkomenszekerheid eist, is ,,zeer gerechtvaardigd''.

Van Gijzel: ,,Ad Bos stelde zich vier jaar geleden kwetsbaar op. Overhandiging van de verboden werk- en prijsafspraken van zijn ex-werkgever Koop Tjuchem betekende dat hij niet meer aan het werk kon in de sector. Bos wilde ook niet per se geld, als wel een zekere toekomst. Tegelijk was hij mogelijk zelf betrokken bij strafrechtelijk verwijtbare handelingen van zijn ex-werkgever. Maar dat staat hier los van. Het gaat er om dat Bos met informatie kwam die de samenleving grote sommen geld zou schelen. Daar moest hij een tegemoetkoming voor krijgen, want hij zou maatschappelijk veel kwijtraken. Iemand die goed burgerschap toont, moet daar niet de dupe van worden.''

Leers: ,,Dat deel ik. Ik heb ervaren hoe moeizaam het ministerie van Justitie deed in de onderhandelingen met Bos. Ook ik vond dat niet vreemd dat hij een regeling wilde, in het zicht van een werkloos bestaan.''

De regeling met Bos kwam er nooit. Justitie en Bos konden het niet eens worden. Het ministerie wilde niet verder gaan dan een `beloning' van 50.000 gulden. Een klokkenluidersregeling via een ander ministerie kwam er ook niet.

Leers: ,,Het ontbreken van een regeling is een rem op de zuiverende werking die het werk van klokkenluiders kan hebben. Want laten we wel wezen, klokkenluiders zijn nodig om beerputten schoon te maken. En klokkenluiders krijg je niet zomaar. Mensen moeten toch hun nek uitsteken.''

Van Gijzel: ,,Bos is bovendien buitengewoon zorgvuldig geweest. Hij ging naar de mededingingsautoriteit NMa, daarna naar Justitie, toen naar Kamerleden. Dat proces heeft twee jaar geduurd, pas daarna stapte hij naar de pers. Al die tijd heeft Bos geprobeerd er op een redelijk manier uit te komen. Maar voor het belang van de klokkenluider was geen gehoor. Dat is iets dat de overheid in de gaten moet houden: ook een klokkenluider heeft een legitiem belang.''

Leers: ,,Jazeker. Een klokkenluider zit in een hele kwetsbare positie. Hij wordt al heel snel zwart gemaakt.''

Van Gijzel: ,,Als de overheid betrouwbaar wil zijn, zal ze anders moeten handelen. Minister Van der Hoeven van Onderwijs riep onlangs klokkenluiders op haar departement op om zich te melden. Maar een week later bleek in de kwestie Bos dat de overheid klokkenluiders afserveert met een kil, kort briefje. Dat is een slecht signaal. Bos krijgt niet eens een gesprek met Balkenende, terwijl Bos op 30 april natuurlijk een lintje had moeten krijgen.''

Leers: ,,Ik vind zeker dat de premier een andere brief had moeten schrijven en ruimhartiger had moeten zijn. Dit was erg kort door de bocht, en dan druk ik mij nog voorzichtig uit. Bos wordt te gemakkelijk aan de kant geschoven. Ik heb begrip voor de mening van de premier dat het een burgerplicht is om misstanden te melden. Dat zou een waarde moeten zijn die iedereen heeft. Maar helaas is dat niet zo. Daarom is het hard nodig dat de overheid als schild voor de klokkenluider gaat staan. Het zou mij verbazen als de Kamer niet op dit punt met de premier in discussie gaat en een regeling voor Bos en voor toekomstige klokkenluiders afdwingt.''

Het kan ook niet zo zijn, zeggen Leers en Van Gijzel, dat de overheid bedrijven die hun strafbare zaken melden bij de NMa ,,een soort generaal pardon'' aanbiedt en tegelijk met ,,meneer Bos geen enkel pardon heeft.''

Leers: ,,Of je de man nu wel of niet graag ziet, hij heeft de samenleving een grote dienst bewezen. Bos moet niet de dupe worden, terwijl de bouw massaal clementie krijgt. Dat is onrechtvaardig.''

Van Gijzel: ,,Als je het hebt over waarden en normen in de samenleving moet je proberen de positieve krachten te belonen en de negatieve krachten te straffen. Mijn rechtsgevoel zegt dat het niet klopt wat er nu gebeurt. Ik vraag me af welke norm dit kabinet probeert te stellen. De norm is toch: `gij zult niet stelen'? Als er gestolen wordt, moet er straf op staan. Maar nu zie ik dat degene die meldt dat er gestolen wordt uiteindelijk de dupe is en de dieven bij de NMa deels vrijuit gaan. Bovendien worden de bouwbedrijven uit de tweede schaduwadministratie (Boele & van Eesteren, red.) helemaal niet vervolgd door Justitie, terwijl vervolging van Ad Bos voor zíjn aandeel in de affaire nog steeds wordt overwogen.'' Voor klokkenluider Bos (56) moet er een ad hoc oplossing komen, vinden Leers en Van Gijzel. Leers: ,,Zolang hij niet aan de slag kan, verdient deze man een aanvulling op zijn uitkering tot zijn oude salaris. Een inkomensgarantie. Dat kan betaald worden uit de boetes die de NMa int bij de bouwbedrijven.''

In de toekomst moet de overheid het zover niet meer laten komen, vinden beiden. Het moet onmogelijk worden dat klokkenluiders zomaar ontslagen worden of hun carrière zien sneuvelen, alleen omdat ze hun burgerplicht doen. Beiden pleiten voor een wettelijke regeling voor klokkenluiders, waarbij de kosten voor het doorbetalen van een erkende klokkenluider ten laste komt van het bedrijf of, in geval van een ambtenaar, van de overheid.

Van Gijzel: ,,Geloof me, zonder regeling zullen klokkenluiders altijd slachtoffer blijven. Ik ken geen klokkenluider die er zonder kleerscheuren van afgekomen is.''

www.nrc.nl dossier bouwfraude

    • Joep Dohmen