Weg met de macht!

Enorme klappen hebben de kiezers vorige week donderdag en eergisteren bijna overal uitgedeeld aan de regerende partijen in hun landen. Of links dan wel rechts regeert, deed er meestal net zo min toe als dat het eigenlijk om Europese verkiezingen ging. Het patroon lijkt zich te hebben vastgezet, in Oost- én West-Europese landen: de opkomst is laag, de partijen die aan de macht zijn en dus aan hervormingen en financiële sanering werken, mogen ervan lusten. De oppositie profiteert daarvan door zich zo min mogelijk te bewegen en te benadrukken dat de regering het slecht doet. Wat slecht doet? Nou, alles.

En voor zover de nog maar net met tien nieuwe leden vergrote Europese Unie wél even door het hoofd van kiezers is gegaan, althans van de 45 procent die opkwam, was dat vaak om een proteststem uit te brengen. Zo kreeg in Nederland Europa Transparant, de debuterende groep van klokkenluider Van Buitenen, twee zetels in het Europarlement, hoewel deze een en andermaal, zowel voor als na de verkiezingen, heeft duidelijk gemaakt dat hij niet aan het ,,gewone'' parlementaire werk wil meedoen maar zich alleen wil richten op bestrijding van fraude en geldverspilling. Dat is een mooie doelstelling, daar niet van, maar een erg beperkte voor een parlementaire groep. Wie daarop stemt, zegt eigenlijk ook: de rest van al dat gedoe in Straatsburg en Brussel interesseert me niets. Europese conventie?, Stabiliteitspact?, gooi het maar in mijn pet.

De voorstanders van nationale referenda over een Europese conventie, zoals onder meer de VVD in Nederland, mogen zich intussen eens te meer afvragen wat dergelijke referenda te zijner tijd inhoudelijk zouden betekenen.

De `factor-Irak', hoewel alom zwaar in discussie, lijkt per land wisselende betekenis te hebben. De onlangs aan de macht gekomen socialistische regering in Madrid, die de Spaanse troepen uit Irak naar huis haalde, scoorde goed. Maar in Nederland, waar vorige week donderdag al nagenoeg vaststond dat Balkenende en zijn kabinet akkoord zouden gaan met verlenging van de aanwezigheid van een troepencontingent in Irak, leek de kwestie voor de kiezers nauwelijks nog een rol te spelen. Balkenendes CDA leek er, zij het begunstigd door de lage opkomst, in elk geval weinig last van te hebben gehad. En in Italië, waar Berlusconi's rechtse coalitie zwaar wordt gekritiseerd wegens haar steun aan de Amerikaanse Irak-politiek, verloor zijn Forza Italia wel wat, maar ook weer niet zoveel. Premier Blair, wiens Labour-regering inzake Irak de eerste bondgenoot van de VS is, kreeg een dubbele afstraffing: een anti-Europese én een wegens zijn Irak-beleid, zo lijkt het. De relatief goede staat van de Britse economie stond daar kennelijk buiten. De rechtse president Chirac in Frankrijk en de linkse kanselier Schröder in Duitsland daarentegen leden, ondanks hun verzet tegen de Amerikaans-Britse interventie in Irak, zware verliezen. Was in hun geval, en vooral in dat van Schröder, ontevredenheid over de economische situatie doorslaggevend? Of hun onvermogen om daarin, maar zonder pijnlijke ingrepen, door aanpassingen en saneringen verbetering te brengen? Blair, Chirac en Schröder, de leidende Europese politici, zitten alledrie op de blaren, zij het om verschillende redenen, zelfs om per land gedeeltelijk botsende redenen. In dat opzicht geldt de Europese verdeeldheid niet alleen tussen de nationale toppen maar ook tussen de nationale electoraten. Wie er een touw aan kan vastknopen, mag het zeggen. Dadelijk staan er vast weer politieke en bestuurlijke Samaritanen op die zeggen dat de afstand tussen de kiezers en Europa en haar instituties kleiner moet worden.

Dat is waar, net zoals zoiets op nationaal niveau waar is, en zeker zou het ook heel mooi zijn als dat Europa van Brussel afgebracht kan worden van overgrote regelzucht. Maar zou het echt helpen, zou de onmiskenbare Europese crisis, net zoals de vergelijkbare nationale problemen tussen burgers en hun overheden, niet vooral of tenminste óók te maken hebben met de verandering van zijn burgers? En met de situatie waarin zij, met succes geïndividualiseerd als behartiger van eigen belangen, sinds 1990 zijn beland? In West-Europa, zonder de ooit samenbindende angst voor de grote sovjetvijand in het Oosten, in een op consumptie gerichte samenleving volgens een vaak kil, Angelsaksisch model? In Oost-Europa in een onwennig beleefde vrijheid zonder die beheersende sovjetknoet als vroeger? Terwijl intussen de gedroomde snelle welvaartsstijging, liefst in één generatie, inderdaad een droom gebleken is, in zoverre dat de EU en de open markteconomie een nieuw leven met riskant eigen initiatief en vaak hard werken vereisen? Een vereiste, nader verzwaard door nieuwe Westelijke noties aangaande de globalisering, dat velen van vóór 1990 te zwaar valt, of zij nu in de vroegere DDR, in Polen of in Slowakije leven. Voor hen geldt, al hebben zij daar nu (zelf) niet veel aan, dat het bereiken van wat in West-Europa gebruikelijk is voor hun landen, nog generaties kan gaan duren. Dat is niet gemakkelijk te verwerken, wanneer je al dertig tot veertig schrale jaren onder die barre knoet achter de rug hebt.

Maar de korte termijn is er ook, zoals in Duitsland, ons belangrijkste buurland. Veelzeggend was gisteren de kop Kanzlerdämmerung die de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette boven een hoofdartikel over de positie van kanselier Schröder. Die is op weg naar een politieke ramp. Zijn SPD heeft het nog nooit zo slecht gedaan in de stembus als zondag, zij is nu zelfs minder dan half zo groot als de oppositionele CDU/CSU, die slapend rijk wordt. Dat de kanselier een paar maanden geleden zijn SPD-voorzitterschap afstond aan de partijsoldaat Müntefering, heeft niet geholpen. Je kunt zeggen: Schröder heeft de landelijke verkiezingen in 2002 gewonnen door de kiezers een tikje te beduvelen inzake de economie en de urgentie van hervormingen. Dus boontje komt om zijn loontje, de CDU/CSU zal straks, in 2006 of eerder, als Schröders coalitie eerder valt, dan wel de hervormingen brengen die in Europa's grootste economie nodig zijn.

Maar dat is dan nog de vraag. Want het is heel goed mogelijk dat de aardig verwende Duitse kiezers dan even massaal boos zullen worden, zij het dan op de CDU/CSU.