Wat is die leeuw toch stil

Hoe graag betreden Nederlandse ondernemers het Duitse speelveld?

Als naar de resultaten wordt gekeken, zou je verwachten dat de vrees voor de Duitse markt inmiddels recordhoogtes heeft bereikt. Bank- en verzekeringsreus ING zette eerder deze maand de Duitse bankdochter BHF in de etalage. Het markeert de zoveelste flop van het Nederlandse bedrijfsleven in Duitsland.

In 1999, toen ING de Duitse bank inlijfde, repte de ING nog trots van ,,de grootste acquisitie van een Duitse financiële instelling door een internationale onderneming''. Maar de Duitse bankdochter zou nooit aan de verwachtingen voldoen. BHF was vijf jaar geleden al 3 miljard euro waard. Een vergelijkbare investering in risicovrije Duitse staatsobligaties zou daar nu al snel 3,75 miljard van hebben gemaakt.

De vraag is in hoeverre ING straks met het afscheid van BHF wederom records breekt. De snelste desinvestering van een Duitse financiële instelling door een internationale onderneming? Of de grootste waardevernietiging van een Nederlandse onderneming binnen vijf jaar?

Niet alleen bankiers hebben tegenslagen in Duitsland. De gretigheid van KPN (E-Plus en umts-licentie) bracht het telecombedrijf aan de rand van de afgrond. Miljardensteun van de Nederlandse overheid en de particuliere belegger hielden KPN overeind.

Het kan nog erger. Verschillende bedrijven wisten hun zelfstandigheid niet te behouden doordat zij hun kooplust in Duitsland niet konden bedwingen. Hollandsche Beton Groep bezegelde haar lot in Duitsland met een mislukte overname. Sindsdien was HBG zelf overnamedoelwit. Kantoorinrichter Ahrend beleefde een vergelijkbaar avontuur.

Natuurlijk zijn er ook de geslaagde acquisities, zoals de babyvoeding van Milupa die Nutricia, nu Numico, in Duitsland kocht. Of het succesvolle installatiebedrijf dat Imtech (technische dienstverlening) in 1998 kocht. Maar het blijven uitzonderingen. Om in voetbaltermen te spreken, de statistieken spreken niet in ons voordeel.

Toch proberen Nederlandse ondernemers het telkens weer. En dat is niet onlogisch. Als Duitsland weer de groeimotor van Europa wordt, profiteert het Nederlandse bedrijfsleven volop mee. Alle statistieken wijzen erop dat de Duitse economie het ergste achter de rug heeft. De ondernemer die nu in Duitsland zijn slag probeert te slaan kan een steuntje in de rug wel gebruiken. Dat is in zijn geval eerder een nederlaag van Oranje dan een klinkende overwinning op die Mannschaft.

    • Jeroen Wester