VVD'ers vrezen `duolisme'

Dat het twee leiders heeft, is het grootste probleem van de VVD. Met vice-premier Zalm en fractievoorzitter Van Aartsen aan het roer is de VVD kwetsbaar.

Na het verkiezingsdebacle van mei 2002 zou alles beter en anders gaan bij de VVD: geen achterkamertjes meer waarin tijdens de afstemming van ministers met fractie de partijstandpunten verbleekten tot onbeduidendheid; meer intern debat en controverse; meer inspraak van de leden.

Nu, twee jaar later, lijkt die lijn in de partij al tot een impasse te leiden. Dat zowel vice-premier Zalm als fractievoorzitter Van Aartsen zichzelf met recht als leider van de partij kunnen beschouwen, maakt de VVD kwetsbaar in een crisisje als vorige week, waarbij geen van beiden het initiatief neemt om een kwetsbare staatssecretaris als Nijs tijdig de wacht aan te zeggen.

En erger: de VVD, die als enige van de grote partijen de afgelopen maanden de publiciteit heeft gezocht met kritische standpunten over Europa, liet het afweten toen het met die standpunten spraakmakend campagne voor de Europese verkiezingen ging voeren - met zware verliezen als gevolg. ,,Iedere keer als we wat wilden zeggen dat ophef had kunnen veroorzaken, was er ergens wel iemand in de partij-organisatie die zei: dat is nu niet opportuun'', zegt een van de bij de VVD-campagne betrokkenen.

Dat de voormalige VVD-leider Dijkstal, vlak voor de Europese verkiezingen, plotseling fractieleider Van Aartsen `il capo' noemde, had één voordeel: het kon tenminste als excuus dienen voor de mislukte eurocampagne, zonder dat de verantwoordelijkheden daarvoor verder hoeven worden uitgewerkt.

Wat er ondernomen kan worden om Dijkstal in de toekomst tot meer voorzichtigheid jegens de eigen club te brengen, is binnen de huidige VVD-leiding iedereen een raadsel. De lijsttrekker van mei 2002, die destijds met harde hand onder leiding aan Zalm aan de kant moest worden gezet, omdat hij weigerde in te zien dat hij schuld droeg aan het electorale debacle, blijft maar rancuneus tegen tal van partijgenoten - zo heet het.

Het belangrijkste probleem van de VVD is het tweehoofdig leiderschap: vice-premier Zalm en de - tegen Zalms zin - door de Kamerfractie als voorzitter aangewezen Van Aartsen. De situatie lijkt op die ten tijde van het kabinet Lubbers II ('86-'89), toen binnen de VVD het zogenaamde `duolisme' opgeld deed, waarbij fractievoorzitter Voorhoeve en vice-premier De Korte beiden geacht werden aanvoerder van de partij te zijn. Jaren daarvoor boterde het ook al niet erg tussen fractievoorzitter Nijpels en vice-premier Van Aardenne.

Oudere VVD'ers denken aan deze tijden met huiver terug: steeds leidde `duolisme' tot onzekerheid, op den duur tot stemmenverlies en in 1989 tot een kabinetscrisis.

Op korte termijn vormden de onzekerheden in de VVD-gelederen steeds een gouden kans voor het CDA, om zich meer te profileren door de kleinere coalitiepartner in het kabinet te kleineren.

Dit laatste proces lijkt nu al in volle gang. Toen Van Aartsen vorige maand uitstel van de hervorming van het kiesstelsel wilde, liet premier Balkenende - die al lange tijd moet aanhoren hoe de oppositie zegt dat de VVD in zijn kabinet de toon bepaalt - niet na deze `schending' van het regeerakkoord smalend aan de kaak te stellen. Zalm riep Van Aartsen tot de orde.

De VVD zou er dus beter aan doen vlug zélf vast te stellen wie de leider is - zou je denken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan - want onmiddellijk rijst te vraag wie dat dan moet doen. Het POK (Periodiek Overleg Kamercentralevoorzitters, alias `de partijbaronnen'), is de afgelopen maanden goeddeels van zijn macht ontdaan, in het kader van de interne democratisering van de partij. De nieuwe partijvoorzitter, de Utrechtse wethouder Jan van Zanen, is als eerste voorzitter direct door de VVD-leden verkozen, maar heeft uitdrukkelijk moeten beloven zich niet met de `echte' politiek te bemoeien.

En dan: het partijleiderschap bestaat helemaal niet bij de VVD. De lijsttrekker bij Kamerverkiezingen wordt geacht de politiek leider te zijn, maar voor aanmelding voor die functie (in 2007) lijkt het nu nog wat vroeg. Het is voor Zalm en Van Aartsen echter ook heel moeilijk om zich nu al voor het lijsttrekkerschap af te melden, ten bate van het leiderschap van de ander: als Zalm het doet, veegt het CDA verder de vloer aan met het VVD-smaldeel in het kabinet, als Van Aartsen het doet, onthoofdt de VVD de eigen spraakmakende Kamerfractie. Overigens zal, in het kader van de vernieuwing van de VVD, de lijsttrekker over twee jaar ook weer direct door de leden worden aangewezen. Mochten Zalm en Van Aartsen tegen die tijd tegen elkaar moegestreden zijn, kan het altijd nog een derde kandidaat worden.