Voor 60 euro adopteer je een kalf

Boeren verdienen te weinig met hun traditionele werk en zoeken steeds meer naar extra inkomsten. Ze verkopen hun producten aan huis, verhuren schuren als opslagruimte of doen aan natuurbeheer. ,,Dit is niet voor iedereen weggelegd.''

Op een vrijstaand stukje terrein tegenover de stal en omringd door bomen staan negen hutjes. In elk hutje staat een kalf. Een heet Cleopatra, een ander Jorine. De eigenaren van de kalveren, Joost (40) en Liesbeth (42) Samsom, bieden de jonge dieren aan voor adoptie. Jaarlijkse kosten: 60 euro. In ruil mag iemand `zijn' kalf af en toe bezoeken. ,,We proberen zo het beeld van de boer met zijn giertank uit het hoofd van de burger te krijgen'', vertelt Joost, die samen met zijn vrouw een biologische melkveehouderij runt in Wilnis. Bovendien, vult hij aan, is het een aardige bijverdienste.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde gisteren dat steeds meer boeren aanvullende bronnen van inkomsten zoeken, omdat ze met het traditionele werk te weinig verdienen. Vorig jaar verkochten bijna 5.400 boeren aardappelen, bloemen, groenten, fruit en kaas direct vanuit huis. Verder hadden vorig jaar bijna 4.000 boerenbedrijven een stalling voor bijvoorbeeld caravans en verhuurden bijna 2.500 boeren accommodatie. Het aantal bijklussende boeren is vergeleken met 1998 fors toegenomen, aldus het CBS. Maar het beeld is iets vertekend omdat boeren in 1998 nog niet verplicht waren om neveninkomsten op te geven. In 2003 telde Nederland 85.500 boerenbedrijven. Vijf jaar geleden waren dat er nog 135.900.

Joost en Liesbeth Samsom zijn drie jaar geleden omgeschakeld. Hun gangbare boerenbedrijf is nu een biologische melkveehouderij. Ze verdienen 60 procent van hun inkomsten uit het boerenbedrijf, de productie van biologische melk. Die verkopen ze aan Campina. Kaas maken mogen ze nog niet. ,,Alleen als er vraag naar is'', zegt Liesbeth. De investeringen die ze moesten doen voor hun omschakeling, hebben ze er nog niet uit. Daarom zoeken ze extra mogelijkheden om hun inkomen aan te vullen. Ze hebben nu tussen de 65 en 70 melkkoeien, en 50 jonge dieren. Van alle koeien zijn er ruim 30 geadopteerd. Verder werkt Liesbeth één dag in de week buitenshuis, terwijl Joost een nabijgelegen grasveld van Staatsbosbeheer maait. De balen hooi verkoopt hij. Bovendien verhuren de Samsoms een van hun schuren. En ze verdienen nog bij met natuurbeheer. Ze krijgen een vergoeding als ze bij het maaien rekening houden met vogelnesten in de wei en wilde planten aan de slootkanten laten bloeien. ,,Vroeger interesseerden mij die nesten geen bal'', zegt Joost. ,,Maar nu let ik er wel op.''

Joost en Liesbeth Samsom verwachten dat hun inkomsten uit natuurbeheer groter zal worden. Ze zitten midden in een kavelruil. Als die achter de rug is zullen ze 55 hectare in eigendom hebben, waarvan 10 hectare in pacht. De Samsoms wisten dat een deel van het nieuwe gebied binnen de Ecologische Hoofdstructuur valt, en daarom zou moeten worden omgezet in natuurgebied. ,,De buren hebben zich om die reden laten uitkopen en zijn naar Friesland vertrokken'', zegt Joost. ,,Maar wij hebben besloten om het natuurbeheer op ons te nemen.'' De Samsoms zien de kavelruil als een investering in de toekomst. Ze verwachten dat de grond meer waard zal worden, naarmate de kwaliteit ervan verbetert.

Joost ziet zichzelf als een pionier. Zeven jaar geleden begon hij als een van de eersten in Nederland met het maaien en verkopen van gras uit een natuurgebied. Nu moet hij uitvinden hoe hij als boer de natuur het beste kan beheren. ,,Je moet zoveel dingen uitzoeken. En dan krijg je weer een brief waarop je binnen twee of drie weken moet reageren terwijl je genoeg ander werk hebt. Nee, dit is niet voor iedereen weggelegd'', zegt hij. Toch denkt Joost dat boeren in de toekomst alleen kunnen kiezen tussen kleinschaligheid met natuurbeheer, of verdere schaalvergroting.

Om de relatie tussen boer en burger te verbeteren doen de Samsoms aanstaande zaterdag voor het eerst mee aan de open dag van biologische boerenbedrijven. Vroeger hebben ze al wel eens groepjes mensen rondgeleid. Joost: ,,Ik heb ooit Amsterdammers hier gehad die op een klein flatje woonden. Ze waren nog nooit op een boerderij geweest.''

Volgens het CBS verdienen boeren ook bij met windenergie. Er zijn 460 bedrijven met een of meer windmolens, de meeste staan bij akkerbouwbedrijven. Samen beheren ze 40 procent van alle windmolens in Nederland. Joost en Liesbeth Samsom zouden wel een windmolen willen aanschaffen. Maar gemeenteambtenaren doen moeilijk, vinden ze. ,,Ze zijn bang dat vogels tegen de wieken aanvliegen en dan dood uit de lucht vallen. Maar als je naar de molens in de Flevopolder gaat kijken, dan kun je je kofferbak nog niet eens vullen met dode vogels'', zegt Joost. Ook omwonenden hebben kritiek. Liesbeth begrijpt het niet. ,,Ik zie ook wel dat het lelijk is, zo'n molen. Maar we willen er best iets leuks omheen bouwen. Een uitkijktoren, begroeiing. En we zouden de molen een mooie kleur geven.''