Thünnessen mengt zich in Ahold en VEB

Grootaandeelhouder van Ahold C. Thünnessen, vastgoedondernemer en LPF-geldschieter, wil voorkomen dat er een onderzoek komt naar mogelijk wanbeleid bij Ahold. Hij heeft zich daarom als belanghebbende gevoegd in de procedure die de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) tegen het supermarktconcern heeft lopen.

Dat heeft de VEB gisteren laten weten. Thünnessen, vertegenwoordigd door advocaat O. Hammerstein, is bang dat door de acties van de beleggersvereniging zijn stukken aan waarde verliezen. Hij zou ook een schadevergoeding van de VEB eisen.

In het verweerschrift dat Thünnessen bij de ondernemingskamer van het gerechtshof in Amsterdam heeft ingediend, stelt hij dat de VEB haar leden niet heeft geraadpleegd. Ook is er volgens hem geen behoefte aan nieuw onderzoek, omdat er al veel zaken tegen Ahold lopen. Eerder zei Hammerstein de VEB voor de rechter te dagen om een einde te maken aan de juridische procedures van de vereniging.

Volgens de VEB is een zogenoemde enquête nodig, omdat Ahold volstrekt onvoldoende informatie over de gang van zaken bij het concern heeft gegeven. De onderneming heeft niets gemeld over de oorzaken van de fraude en over de verantwoordelijken, stelt de vereniging.

Begin juni kreeg de beleggersclub steun van een aantal Amerikaanse beleggers. Die hebben ook een enquêteverzoek ingediend. De Amerikanen willen een onderzoek naar de rol van de huisaccountant van het supermarktconcern, Deloitte, en van de banken. De ondernemingskamer buigt zich donderdag over de enquêteverzoeken.