Snoepje van de week

Een medicijnenstudente loopt stage in ziekenhuizen. Onder pseudoniem doet de co-assistente verslag van haar ervaringen. Vandaag over de doodzieke meneer Vis.

Tijdens de koffie wordt meneer Vis spottend in de aanbieding gegooid: ,,Toe, Gaby'', zegt een geblondeerde verpleegkundige grijnzend, terwijl ze de laatste koekkruimels van haar lippen veegt, ,,neem jij ons snoepje van de week vandaag van me over? Ik stond gisteren ook al op kamer 507.'' Maar Gaby blijkt een geboren onderhandelaar. ,,Oké. Doe ik vandaag die poepluiers. Maar dan neem jíj die handtastelijke alcoholist van 511 van míj over!''

Nieuwsgierig loop ik 's middags kamer 507 in. Ik kan het niet laten hem aan te staren. Zijn grauw gekleurde hoofdje komt maar net boven het laken uit en aan zijn silhouet in de dekens zie je direct dat hij de 40 kilo niet haalt. Longkanker, een paar flinke infecties eroverheen, en een geest die op is. Voorzichtig ga ik op de rand van zijn bed zitten. Wat zeg je op zo'n moment in godsnaam, vraag ik me ongemakkelijk af. Maar voor ik iets kan uitbrengen, begint hij, nauwelijks hoorbaar, te praten. ,,Lieve zuster. Jullie zorgen zo goed voor me, willen me zo graag beter maken...''

Hij stopt even om naar lucht te happen. Ik hoor hoe zijn adem zich een weg baant langs het taaie slijm in zijn luchtpijp. Dan vervolgt hij: ,,Maar het is goed zo. Moeders wacht op me.'' Ik kijk hem aan en knik. Opeens besef ik hoezeer je de fout in zou gaan door hem `depressief' te noemen. Noem het `situatief adequaat somber', of liever nog: `reëel'. Iemand die terugkijkt en in alle rust kan zeggen: `het is mooi geweest.'

Op dinsdag, in onze wekelijkse grote visite, wordt `het dilemma Vis' kort besproken. Op deze ochtend overleggen de zaalartsen en internisten het beleid en beloop van al hun patiënten. Vervolgens lopen we met het hele wittejassengevolg de bedden langs. ,,Kom op'', zegt dr. Willems geërgerd, ,,een longontsteking, dat kan toch prima behandeld! Antibiotica ophogen, en een beetje stimuleren.''

,,Maar meneer zelf...'', brengt Esther voorzichtig in, ,,praat u eens met hem over wat hij...''

,,Doe ik wel'', stemt Willems in en staat op. ,,Dat was de laatste, dus zullen we gaan lopen?''

Als we even later bij meneer Vis aankomen, houdt iedereen wat beschaamd afstand. Dr. Willems geeft hem een ferme hand. ,,U ziet er al véél beter uit dan vorige week! We gaan de goede kant op, vindt u niet?'' Meneer glimlacht flauwtjes. ,,Weet u wat wíj gaan doen? We gaan u eens mobiliseren. Vandaag wat meer rechtop in bed zitten, goed eten en zo. En dan gaat morgen de zuster hier...'', hij werpt een korte blik naast zich, ,,u eens van het bed in de stoel helpen. Kwestie van oefenen en aansterken. Maar we komen er wel. Wat dacht u daarvan?''

Ik zie langs zijn witte jas nog net de twee wijze ogen berustend staren. Ik weet niet waar jij het over hebt, maar ik ga gewoon dood hoor, lijken ze te zeggen. Dr. Willems krijgt die boodschap in ieder geval niet door. Voldaan geeft hij meneer Vis nog een hand: ,,Dat is dan afgesproken. Tot volgende week!''

De beschreven gebeurtenissen hebben echt plaats gevonden, de namen zijn gefingeerd.