Schriftelijke tuinen zijn veel weelderiger

Reeds de oude Grieken bezaten tuinen. Dat is wel zeker, het blijkt uit talloze beschrijvingen van tuinen in de grote epische werken. Denk bijvoorbeeld aan de tuinen van koning Alkinoös, de vader van prinses Nausikaa die Odysseus redt als hij aangespoeld als wrakhout aan het strand ligt na een schipbreuk.

,,Peren-, granaatappelbomen en bomen vol glanzende appels/ bomen diepzoete vijgen en andere rijk aan olijven'', schrijft Homerus en je krijgt enorme zin om zo'n tuin te zien. Maar dat kan natuurlijk niet.

,,Zelfs de meest succesvolle archeoloog zal nooit in staat zijn er iets materieels van terug te vinden'', schrijft classicus W. Kassies in Hermeneus, het tijdschrift voor antieke cultuur dat deze aflevering geheel gewijd is aan tuinen in de oudheid. Een verrukkelijk onderwerp, en meteen dus ook een tamelijk onmogelijk onderwerp.

Toch zijn er wel tuinresten teruggevonden, zij het geen Homerische. In Pompeji heeft de archeologe Wilhelmina Jashemski pionierswerk verricht. Zij besloot zich te concentreren op de lege, onbebouwde ruimtes áchter de huizen, en ze vond boomgaarden, wijngaarden en `parfumtuinen' waar bloemen gekweekt werden ten behoeve van de reukwerkproductie.

Wat ze vond waren natuurlijk niet écht boomgaarden of wijngaarden, want tuinen hebben nu juist de spijtige eigenschap om te vergaan. Ze vond sporen die duidelijk wezen op regelmatige beplanting, plantgaten, wortelgaten die ze opvulde met cement zodat ze aan de vorm van het gat kon vaststellen wat voor soort boom of struik er mogelijkerwijze gestaan had.

De Pompejanen bleken er heel verschillende soorten tuinen op na gehouden te hebben, niet alleen de nuttige met druiven en geurbloemen, maar ook wilde `peristyliumtuinen' waarin veel bomen en struiken door elkaar stonden. Dat was een enorme verrassing omdat men tot dan toe had aangenomen dat alle Romeinse tuinen zeer formeel aangelegd waren met lage struikjes, pergola's, paden, baden en banken, zoals Plinius de Jongere de tuin bij zijn landhuis beschrijft.

Ook in Griekenland is er trouwens wel wat gevonden, door de archeologe Maureen Carroll. Zij had het wel veel moeilijker, want zo'n bewaarplaaats als Pompeji heb je in Griekenland niet.

De schriftelijke tuinen zijn vaak wel zo aantrekkelijk, want veel weelderiger, maar een feest voor het oog zijn vooral de geschilderde tuinen waar Eric Moormann over schrijft. Je zou er zo een willen hebben, op je tuinmuur, zoals de Romeinen dat deden, die zo slim de echte tuin nog een beetje voortzetten.

En dan is er natuurlijk nog de moestuin en zijn producten – een in dichtvorm overgeleverd angstaanjagend knoflookrijk kruidenmengsel. `Oud-romeinse boerenpesto' noemt auteur Vincent Hunink het, geeft een inkijkje in het eten van een eenvoudige tuinder. Hij at er warm, zelfgebakken platbrood bij. Misschien toch ook eens proberen, voor een mooi Romeinse gevoel bij gebrek aan peristylium of tuinfresco.

Hermeneus jrg. 76 nr. 2. Prijs €8,50. Uitg. Ter Burg Offset. Inl: 072-5152222 of info@terburg.nl