Schijnzekerheid van het etiket

De Europese Commissie wil meer informatie op het etiket van voedingsmiddelen. Maar is de consument daarin geïnteresseerd? En op welke plek moet de informatie dan staan, in welke kleur, en in hoeveel talen? ,,Niemand die het weet.''

Een portie aardappelkroketjes, dat zijn volgens supermarktketen Albert Heijn zes stuks. Ze wegen samen 150 gram, en leveren 190 kilocalorieën aan energie. Het is informatie die binnenkort op het etiket van een zak aardappelkroketjes van Albert Heijns huismerk staat. Het concern is begonnen zijn huismerkproducten – dat zijn er zo'n 4.000 – te voorzien van informatie over portiegrootte. Het etiket vermeldt ook hoeveel kilocalorieën zo'n portie bevat, en hoeveel energie een gemiddelde man en vrouw dagelijks nodig hebben. Verder komt er informatie op over de aanwezigheid van allergische stoffen, en van transvetzuren, dat zijn stoffen die het risico op hart- en vaatziekten vergroten. De supermarktketen is hiermee de eerste in Nederland. ,,We doen het niet voor de overheid, maar voor onze klanten'', zegt Simone Hertzberger, hoofd kwaliteit bij Albert Heijn.

Hoeveel informatie kan, en moet, er op het etiket van een voedingsmiddel? Sinds de crises omtrent de gekkekoeienziekte, de dioxinekippen, varkenspest en mond-en-klauwzeer, heeft de Europese Commissie veel aandacht voor het adequaat informeren van de consument. Vorig jaar heeft eurocommissaris David Byrne (gezondheid en consumentenbescherming) daarom laten uitzoeken of de wetgeving omtrent etikettering van voedsel nog volstaat.

Nu zijn fabrikanten verplicht om houdbaarheidsdatum, ingrediëntenlijst, plaats van herkomst, alcoholgehalte, nettohoeveelheid, naam van de fabrikant en het eventuele gebruik van een verpakkingsgas te vermelden – met tal van uitzonderingen, bijvoorbeeld voor verse groente en fruit. Sinds vorige maand moeten ze ook de aanwezigheid van genetisch gemodificeerde organismen vermelden. En vanaf volgend jaar moet er informatie over allergische stoffen op. Maar, is dat genoeg? Of is het te veel? Staat de informatie op de goeie plek, in de juiste lettergrootte?

Een half jaar geleden publiceerde het Europees Evaluatie Consortium, dat het onderzoek in opdracht van eurocommissaris Byrne uitvoerde, zijn rapport. Er staat een hele reeks aanbevelingen in. Het consortium stelt allereerst voor om de wetgeving te harmoniseren en versimpelen. Nu zijn de administratieve lasten, met name voor het midden- en kleinbedrijf, hoog. Over enkele weken komen in Nederland bedrijfsleven en consumentenorganisaties, samen met het ministerie van Volksgezondheid (VWS), met een voorstel om die lasten te verminderen.

Verder stelt het consortium voor dat op al het vlees, en niet alleen bij rundvlees, de herkomst, de fokplaats en de slachtplaats van het dier vermeld moeten worden. Er zou bovendien meer informatie moeten zijn over het gebruik van kleurstoffen in veevoer. Ook alcoholische dranken moeten worden voorzien van een ingrediëntenlijst. Informatie over allergische stoffen zou wellicht op de voorkant van het etiket moeten, niet op de achterkant. En er zouden regels moeten komen voor het gebruik van termen als `puur', `fris', `natuurlijk', `traditioneel' en `ambachtelijk'.

De industrie is duidelijk in haar voorkeuren. Die wil alleen de hoogst noodzakelijke dingen op het etiket. De naam van de fabrikant, de houdbaarheidsdatum en misschien iets over het aantal calorieën. ,,Omdat we nu zo'n probleem hebben met overgewicht'', zegt Jan Droogh, secretaris van de Nederlandse Voedingsmiddelen Industrie (VAI). Voor meer informatie moet de consument verwezen worden naar een ander medium zoals internet, meent Droogh. ,,Of je zou aan scanners in de winkel kunnen denken. Je houdt het artikel ervoor en krijgt dan allerlei informatie te zien.''

Maar volgens consumentenorganisatie Goede Waar & Co werkt die aanpak niet. De consument moet niet eerst een artikel hoeven kopen, om er vervolgens pas thuis op internet van alles over te kunnen lezen. Nee, alle informatie moet op het etiket. Nog veel meer dan nu al het geval is. Neem verse groente en fruit, zegt Sytske de Waart van Goede Waar & Co. Daar zit nu geen etiket op. ,,Maar'', zegt De Waart, ,,misschien zijn de appels wel behandeld met een waslaag om ze extra te laten glimmen. En misschien zit er in die waslaag ook nog een schimmelwerend middel. Dat moet de consument weten.'' Ook ergert De Waart zich eraan dat op sommige producten alles in zes talen staat. ,,Op kleine verpakkingen kun je de tekst daardoor soms niet meer lezen'', zegt ze. Het Voedingscentrum stuurt met sommige informatiepakketten al een loep mee.

En wat zegt de wetenschap over het etiket? Uit talloze onderzoeken blijkt dat de meeste consumenten het etiket niet lezen tijdens het winkelen. Slechts 10 tot 20 procent kijkt erop. Maar is dat een reden om de meeste informatie van het etiket te verwijderen? ,,Ik geloof niet dat het zin heeft om allerlei extra informatie op het etiket te zetten'', zegt Cees van Woerkum, hoogleraar Communicatiemanagement van de Wageningen Universiteit. ,,Je kunt inderdaad beter verwijzen naar een website.'' Maar zijn collega Ynte van Dam, van de Wageningse leerstoelgroep Consumentengedrag en Marktkunde, denkt er anders over. Ook al zijn maar weinig mensen geïnteresseerd in het etiket, ze moeten wel de keuzevrijheid hebben om zich ter plekke te informeren over producten. Iemand die allergisch is voor noten, wil graag meteen weten of een product veilig is of niet. Hetzelfde geldt voor iemand die erg begaan is met het milieu, of met de manier waarop dieren worden gefokt.

Tegelijkertijd beseft psycholoog Van Dam hoe moeilijk het is om informatie op de juiste manier aan te bieden. Hij herinnert zich dat in de jaren zeventig in Amerika uitgebreid onderzoek is gedaan naar de manier waarop de voedingswaarde het beste kon worden vermeld op het etiket. ,,Miljoenen dollars kostte dat onderzoek'', zegt hij. En de uitkomst? ,,De onderzoeksleider vertelde me dat ze nu één ding in elk geval zeker wisten: dat er gedrukt materiaal wordt verspreid. In welk formaat ze het moesten aanbieden, op welke plaats, en hoe ze de meeste mensen konden bereiken, dat was niet duidelijk geworden.''

,,Je moet niet verwachten dat je het consumentengedrag via het etiket kan beïnvloeden'', zegt Carolien Hoogland van de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze onderzoekt het effect van etikettering op vlees- en visproducten. Ook zij weet dat het merendeel van het winkelend publiek geen tijd heeft om het etiket te lezen. Of gewoon geen zin. En degene die er wel op kijken, zijn meestal al goed geïnformeerd. Ze vraagt zich daarom ook af of informatie over het aantal calorieën, wel zal helpen in de strijd tegen overgewicht. ,,Voor wie zet je de informatie er eigenlijk op'', vraagt Hoogland zich af.

Ze weet dat de gemiddelde consument zich vooral laat leiden door zaken als prijs en merk. Toch heeft de overheid volgens haar de taak om sommige zaken op het etiket te zetten. ,,Je moet de consument in ieder geval de mogelijkheid geven om een bewuste keuze te kunnen maken.''

Volgens psycholoog Van Dam blijft het iets ongrijpbaars, dat etiket.

,,Mensen willen dat er van alles opstaat. Maar ze lezen het niet, en ze begrijpen het vaak ook niet.''

Volgens hem geeft het een soort schijnzekerheid. De consument denkt, er staat van alles op dus zal er ook wel iemand zijn die dat allemaal voor mij heeft gecontroleerd.

,,Het geeft de consument het idee dat morgen alles hetzelfde zal zijn als vandaag. En dat is wat de consument het allerliefste wil, geen gezeur.''