Overtuigend journaal-realisme van Lars Norén

Er bestaan geen kinderen meer, zeggen ze. Ze hebben zo lang in het duister geleefd dat ze het licht niet meer zien. In het toneelstuk Guerre toont schrijver Lars Norén de verwoestende effecten van een oorlog op een familie van overlevenden. In armoedige kleding staan moeder en twee dochters in een leeg toneelhuis tussen een berg vodden en een hoop as. De doodgewaande vader komt thuis. Maar hij is niet welkom meer. Moeder heeft een relatie met zijn jongere broer, de dochters zorgen voor inkomen door zich te prostitueren.

Norén regisseerde Guerre een half jaar geleden zelf bij het Zwitserse gezelschap Théâtre de Lausanne. De Zweedse schrijver is hier bekend van zijn psychologische huiskamerdrama's over burgers die vooral met zichzelf en hun relaties bezig zijn. Maar sinds een jaar of tien maakt hij meer geëngageerd werk; met neo-nazi's of asielzoekers bijvoorbeeld.

Guerre laat zien dat beide kanten van Noréns werk minder ver uit elkaar liggen dan op het eerste gezicht lijkt. Het verhaal ligt dicht bij de werkelijkheid: oorlog in een niet nader genoemd land, concentratiekampen, honger, martelingen, de moord op de gehele mannelijke bevolking van een stad, verkrachtingen van minderjarige meisjes, buren die ineens vijanden zijn. Nadeel van dit journaal-realisme is dat de verhalen te bekend voorkomen. Omdat ze nogal rauw worden opgediend en ondraaglijk gruwelijk zijn, slaan ze enigszins dood.

Gelukkig overheerst het herkenbare psychologisch huiskamerdrama waarin getraumatiseerde familieleden elkaar het leven zuur maken. Alleen de trauma's zijn anders dan in zijn eerdere werk: geen kinderloosheid, vaderhaat en moederbinding, maar een pubermeisje dat langs de snelweg zwerft en haar lichaam verkoopt aan Amerikaanse soldaten en Russische vrachtwagenchauffeurs. Het resultaat is hetzelfde: kapotgemaakte mensen, levende doden in zekere zin. Er is te veel gebeurd om opnieuw te kunnen beginnen.

Met de thuiskomst van de vader en de moeder die inmiddels een ander heeft, verwijst Norén naar Rouw siert Elektra van zijn grote voorbeeld Eugene O'Neill. Dat de vader blind is geworden is wat al te symbolisch. Maar het geeft Norén wel de gelegenheid voor een mooi dramatisch effect: de jongere broer die de vrouw heeft overgenomen is doorlopend zwijgend aanwezig in het gezin zonder dat de blinde broer het merkt. Norén laat zien dat niet alle ellende uit de oorlog voortkomt. Het huwelijk van de moeder was al slecht vóór de oorlog. En de broedertwist is ook veel ouder dan de oorlog.

Engagement is weer helemaal terug in het theater, in ieder geval in het Holland Festival. In Guerre zou je de voorgeschiedenis kunnen zien van de vluchtelingen in Children of Herakles, of de krankzinnig geworden, allochtone vrouw in Médée Materiaux. Dat Guerre niet verwordt tot pamflettisme, komt mede door de strakke, kale regie en het zeer overtuigende, nuchtere, bijna koele spel van de Zwitserse acteurs. Harde, mismaakte mensen zetten ze neer, slachtoffers die tot daders zijn gemaakt. Guerre is sterk toneel, maar wel buitengewoon deprimerend.

Holland Festival: Guerre van Lars Norén door Théâtre Vidy Lausanne. Gezien 14/6 Stadsschouwburg, Amsterdam.