`Niet trots zijn op economie Nederland'

Nederland stevent af op een generatieconflict. Als jongeren in de toekomst de vermogende ouderen blijven subsidiëren zal er een jongerenpartij ontstaan. Dit zei oud-minister en huidige bestuursvoorzitter van Akzo Nobel, H. Wijers, op het gisteren in Amsterdam gehouden seminar `Concurreren kun je leren'.

ABN Amro presenteerde op de door henzelf georganiseerde bijeenkomst een rapport met dezelfde naam. Het rapport schetst de structurele zwaktes van de Nederlandse economie. Volgens bestuursvoorzitter van ABN Amro, R. Groenink, is Nederland een goede middenmoter binnen de Europese Unie, maar is dat ,,niet echt iets om trots op te zijn''. Uit het rapport van de bank blijkt dat de EU hooguit een middenmoter in de wereldeconomie is. De Nederlandse economie heeft een aantal structurele problemen die bij een opgaande conjunctuur misschien minder gevoeld worden, maar niet minder ernstig zijn. Groenink mist een `gevoel van urgentie' bij het doorvoeren van veranderingen.

De vergrijzing is een structureel probleem. Steeds minder werkenden betalen voor de oude dag van steeds meer senioren. Wijers ziet ruimte voor een jongerenpartij als het zo blijft dat jongeren de vermogende, niet werkende senioren subsidiëren. De kosten voor de vergrijzing worden door de jeugd gedragen en het draagvlak daarvoor kalft af. Nederland moet zich daar volgens hem bewust van zijn.

De leeftijd waarop gestopt wordt met werken moet omhoog naar 65 in plaats van de huidige gemiddelde 61 jaar. Daardoor kan de verhouding tussen gewerkte premiejaren en pensioenjaren omhoog van de huidige 1,9 naar 3 per pensioenjaar.

De hoge loonkosten in Nederland zijn slecht voor de Nederlandse concurrentiepositie. Loonmatiging is noodzakelijk voor het economisch herstel. Toch zal dat onvoldoende zijn. Arbeidsintensieve maar ook kennisintensieve werkzaamheden zullen steeds meer in de recentelijk tot de EU toegetreden landen plaatsvinden.