Moslims India

Het artikel `Moslims India: eindelijk hoop' van Wim Brummelman (NRC Handelsblad, 1 juni) is volledig gebouwd rond uitspraken van `advocaat' Syed Shahabuddin. Merkwaardig genoeg blijft onvermeld dat Shahabuddin een sleutelrol gespeeld heeft in een zaak die de westerse opinie diepgaand geschokt heeft: de vervolging van Salman Rushdie wegens diens boek De Duivelsverzen.

In september 1988 kondigde Shahabuddin een moslimmars op Ayodhya aan voor de datum waarop daar reeds een hindoemanifestatie georganiseerd was. De Indiase regering, bevreesd voor een bloedbad, vroeg hem in ruil voor welke concessies hij bereid zou zijn zijn mars af te blazen. Zo verkreeg hij onder meer het verbod op het boek van Rushdie. Dat bracht de sneeuwbal aan het rollen die zou leiden tot het doodvonnis door ayatollah Khomeiny.

Shahabuddin was de laatste twintig jaar actief in nagenoeg elke moslimextremistische agitatie, te beginnen in 1985 met de campagne tegen de rechterlijke uitspraak die aan een verstoten moslimvrouw, Shah Bano, het recht op alimentatie toekende. Shahabuddin kreeg de regering zover om de wetgeving nader op de sharia af te stemmen en gescheiden moslimmannen vrij te stellen van de plicht tot alimentatie. Waarom noemt Brummelman Shahabuddin niet gewoon een `fanaticus'?

Als die term nog een betekenis heeft, dan is het louter objectiviteit om hem op Shahabuddin toe te passen.