Kennis moet Nederlandse ICT redden

Werk in de ICT verdwijnt naar lagelonenlanden als India. Dit is voor bedrijven een manier om de kosten te drukken, maar het kost banen in Nederland. De ICT-sector staat onder druk.

Nederland is een wereldmarktleider in kledingverkoop. Dat terwijl dertig jaar geleden de nationale textielindustrie naar de lagelonenlanden vertrok. Door zich te richten op de eigen sterke punten en de oprichting van het World Fashion Centre heeft de sector zichzelf gered.

Een vergelijkbaar verlies aan werkgelegenheid vindt nu plaats in de informatie- en communicatietechnologie (ICT). Vorige week maakte Shell bekend dat er tot 650 arbeidsplaatsen bij de Nederlandse ICT-afdeling verdwijnen. Een van de maatregelen om de kosten van de automatisering te verlagen is verplaatsing van een deel van de werkzaamheden naar India en Maleisië. Het uitbesteden, offshoren, van ICT-werkzaamheden naar lagelonenlanden lijkt, net als het vertrek van de textielindustrie, onafwendbaar. Dit jaar zullen hierdoor in Nederland 15.000 banen verdwijnen, blijkt uit de ICT-barometer, een doorlopend onderzoek naar de sector door adviesbureau Ernst & Young. De voordelen van het verplaatsen van de werkzaamheden zijn duidelijk. Een Nederlandse ICT'er kost een bedrijf zo'n 85.000 dollar (70.500 euro), tegen ongeveer 20.000 per jaar in India.

C. Stoffer is algemeen directeur van EDS Nederland. Het concern levert met 130.000 werknemers wereldwijd onder meer ICT-diensten. Volgens Stoffer kan ,,in principe elk soort werk worden overgeplaatst'' en gaat het daarbij om steeds hoogwaardiger productie. Niet langer wordt alleen dataverwerking of digitaliseren van archieven uitbesteed in Azië, het gaat inmiddels ook om complexe software. In India staan jaarlijks 175.000 ingenieurs te trappelen om de arbeidsmarkt te betreden.

Tegen zoveel hoogopgeleide technici kan de Nederlandse economie niet op. ,,Het kostenvoordeel van offshoring is verschrikkelijk groot'', meent ook J. Verschuur van Ernst & Young, de maker van de ICT-barometer. De grote internationale bedrijven verplaatsen hun ICT-afdelingen naar India, maar ook ,,Nederlandse ICT-dienstverleners plaatsen steeds vaker een deel van hun werk voor het midden- en kleinbedrijf door''.

Dat er werkgelegenheid in de ICT-dienstverlening verdwijnt, is onafwendbaar, denkt ook C. Kiburg van vakbond FNV Bondgenoten. ,,Nederland kan niet op lonen concurreren. Dat zou betekenen dat er ook in Nederland lage lonen als die in India betaald worden. Dat moeten we niet willen.''

Het verplaatsen van werk blijft een belangrijk instrument om de kosten te beheersen. Nu steeds meer diensten en producten worden uitbesteed, moet de kenniseconomie het Nederlandse antwoord zijn op de Aziatische uitdaging. En voor een goed draaiende kenniseconomie moet meer in onderwijs worden geïnvesteerd. Stoffer van EDS: ,,Ik maak nu al veel geld vrij voor de verdere scholing van veel hoogopgeleiden. In de toekomst wordt dat meer.'' Dat werknemers voldoende gekwalificeerd zijn voor het beschikbare werk is ook voor Kiburg van de FNV een bron van zorg. ,,We moeten goed nadenken over hoe we omgaan met het veranderen van de arbeidsmarkt. Mensen moeten genoeg om- en bijscholing krijgen dat ze ander werk op hun niveau kunnen doen.''

Verschuur van Ernst & Young is teleurgesteld over het innovatieplatform dat de overheid heeft ingesteld. Het platform van politici, wetenschappers en ondernemers, onder voorzitterschap van premier Balkenende, moet de Nederlandse economie een impuls geven. Maar volgens Verschuur ,,bestaat het alleen in naam. Er moet juist in kennis, ook van ICT, geïnvesteerd worden. In plaats daarvan schaffen ze de pc-privé-regelingen af. Voor veel mensen is de computer een belangrijke manier om kennis op te doen.''

Hoewel in de ICT werkgelegenheid verdwijnt, ontstaat tegelijkertijd een tekort aan goed opgeleide ICT'ers. Zorginstellingen bijvoorbeeld hebben behoefte aan zulke mensen. Jongeren kiezen te weinig voor een opleiding in die richting, terwijl de vraag naar gekwalificeerde ICT'ers toeneemt.

E. Heuven van TNO Arbeid hoopt binnenkort een onderzoek te starten naar het verplaatsen van ICT-werkzaamheden. Zij ziet een mogelijke parallel met de textielindustrie. ,,Nederland was een grote producent. Die productie is in dertig jaar tijd bijna helemaal naar lagelonenlanden verdwenen. Door de inrichting van een goede infrastructuur, zoals het World Fashion Centre in Amsterdam, heeft Nederland zich ontwikkeld tot een wereldmarktleider in de verkoop van confectie.''

,,Vuistregel bij het kiezen van een vestigingsplaats is dat de lonen 40 procent van de afweging zijn en het arbeidspotentieel en het zakelijk klimaat elk 30 procent'', zegt Stoffer. Nu grensoverschrijdend werken steeds vaker voorkomt, neemt de behoefte aan mensen die kunnen omgaan met cultuurverschillen toe, verwacht hij. Daar ziet hij kansen voor Nederland. ,,Traditioneel zijn Nederlanders gewend om te gaan met verschillende culturen. Dat is een voordeel dat we moeten uitbuiten.''

    • Arjan Zweers