`Islamitische gemeenschap onmachtig'

De achterstand van de islamitische wereld en haar onvermogen zich daaruit los te maken zijn gisteren onverbloemd aan de kaak gesteld door een van haar leiders.

De Marokkaan Abdelwahed Belkeziz, secretaris-generaal van de Islamitische Conferentie Organisatie (ICO), lanceerde zijn aanval in een nietsverhullende toespraak tot een bijeenkomst in Istanbul van de ministers van Buitenlandse Zaken van deze grootste overkoepelende islamitische organisatie.

De achterstand van de islamitische wereld kwam eerder al tot uiting in het Arab Human Development Report, dat zich vernietigend uitliet over een islamitische deelregio, de Arabische wereld. Ook de toenmalige Maleisische premier Mahathir Mohamad heeft zich vorig jaar zeer kritisch uitgelaten over de situatie waarin de moslims zijn terechtgekomen. Maar Belkeziz' (zelf)kritiek ging een stuk verder.

,,De werkelijkheid van onze Umma [islamitische gemeenschap] toont een scherp contrast tussen haar heden en haar verleden'', zei Belkeziz. ,,Gisteren nog waren we sterk, zegevierend en ontembaar, wentelden we ons in wetenschappelijke vooruitgang, baanbrekende ontwikkeling en bloeiende renaissance. Maar hier staan we nu, verspreid, verdeeld, verzwakt en vernederd. Zo overweldigd zijn we allemaal door een slopend gevoel van onmacht dat we toeschouwer blijven, afwachtend maar niet in staat om enige verandering te bewerkstelligen in onszelf of onze omstandigheden.''

Belkeziz verklaarde in zijn lange toespraak dat meer dan 30 procent van de islamieten onder de armoedegrens leeft. Het totale Bruto Nationaal Product (BNP) van alle islamitische landen, die meer dan 15 procent van het oppervlak van de wereld beslaan en worden bewoond door meer dan 20 procent van de wereldbevolking, bedraagt nog geen 4,5 procent van het BNP van de wereld. Het gecumuleerde BNP van alle lidstaten van de ICO is lager dan dat van Frankrijk of Groot-Brittannië, hoewel hun totale aantal inwoners ten minste 20 keer zo hoog is als dat van elk van deze ontwikkelde landen afzonderlijk.

Volgens Belkeziz is ,,de onmacht van de islamitische wereld en het onvermogen oplossingen te vinden voor onze rechtvaardige zaken'' – hij noemde onder andere de Palestijnse kwestie – reden achter de groei van het extremisme. ,,Fanatici zien hierin een gelegenheid om afschuwelijke en laakbare daden te begaan om de aandacht van de wereld te trekken. Als resultaat daarvan is de wereld de islamitische gemeenschap gaan zien door de lens van die extremisten die onze waarden en onze beschaving te schande hebben gemaakt.''

De – aftredende – secretaris-generaal onderstreepte dat gezamenlijke actie nodig is om deze crisis te overwinnen. Daarbij wees hij erop dat er in principe onbeperkte mogelijkheden zijn voor openheid in het islamitisch recht, die echter zijn opgegeven ten tijde van het verval van het islamitische rijk. Dat heeft de islamitische wereld zijns inziens in de ideologische impasse gestort die haar huidige probleem is. Hij riep dan ook op tot zelfkritiek en ,,een vernieuwende interpretatie [..] om te voldoen aan de eisen van nieuwe wereldlijke en ruimtelijke ontwikkelingen.'' Het was niet meteen duidelijk hoe de aanwezigen hadden gereageerd.