Cordon Sanitaire

Isolement kan in de politiek als Pokon werken. Partijen die worden uitgesloten van de politieke macht en geen bestuurlijke verantwoordelijkheid krijgen kunnen uitgroeien tot een verzamelplaats van ontevreden kiezers die zich afkeren van de gevestigde partijen.

Dat is de situatie in Vlaanderen met het Vlaams Blok, de partij van Filip Dewinter. In de dubbellaagse Belgische politieke structuur van federaal en gewestelijk bestuur hebben de traditionele Waalse en Vlaamse partijen er voor gekozen om het Vlaams Blok uit te sluiten. Zelfs in Antwerpen, waar het Blok een derde van de kiezers vertegenwoordigt, staat de partij buiten het gemeentebestuur. Maar de hoop dat hiermee de aantrekkingskracht van het Blok zou verbleken, is niet uitgekomen. Bij de regionale verkiezingen, die zondag parallel met de Europese verkiezingen in België werden gehouden, werd het Vlaams Blok met een kwart van de stemmen de een-na-grootste partij van Vlaanderen, vlak achter de christendemocratische alliantie CD&V/NVA. In Vlaanderen kan nu alleen nog zonder het Blok geregeerd worden als de sociaaldemocraten, christen-democraten en liberalen een grote coalitie vormen.

Het Vlaams Blok is niet alleen een anti-immigrantenpartij, maar een populistische partij met wortels in het Vlaamse nationalisme. In maart veroordeelde het Hof van Beroep het Blok voor racisme – de zaak komt later dit jaar voor de Belgische Hoge Raad – en de partij overweegt haar naam te veranderen. Dat kan de partij aanvaardbaar maken voor nog grotere groepen kiezers en daarmee een voortgaande opkomst van het Blok vergemakkelijken. Het `cordon sanitaire' dat de gevestigde partijen om het Vlaams Blok dachten te leggen, blijkt de opmars niet tot staan te hebben gebracht. Integendeel, het wordt steeds moeilijker het Blok te negeren en als oppositiepartij blijkt het Blok een ongedachte invloed te kunnen uitoefenen.

Een vergelijking van de politieke verhoudingen in Vlaanderen met die in Nederland gaat mank, maar er is een opmerkelijk verschil in aanpak. Toen in 2002 Pim Fortuyn opkwam en eclatante overwinningen behaalde bij de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam (Leefbaar Rotterdam) en de landelijke parlementsverkiezingen (LPF), werd in beide gevallen gekozen voor de strategie van aanpassing. LR kwam in het Rotterdamse gemeentebestuur, de LPF trad toe tot het eerste kabinet-Balkenende. `Inkapseling' – de Nederlandse vertaling van het begrip repressieve tolerantie dat de marxistische socioloog Herbert Marcuse in de jaren zestig van de vorige eeuw introduceerde – werkte. Bij de volgende verkiezingen verloor de LPF terrein en de gevestigde partijen herstelden hun posities.

In België is dit met het Vlaams Blok lastiger, omdat er ook altijd een regering op federaal niveau moet worden gevormd. Het Vlaamse nationalisme en de wens tot afscheiding van Vlaanderen betekenen een bedreiging van de Belgische federale eenheid. Maar als isolement de aantrekkingskracht van het Blok onder bredere lagen van conservatieve kiezers alleen maar vergroot, doen de gevestigde partijen er goed aan hun uitsluitingsstrategie te heroverwegen. Het wachten is op een Vlaams politicus die het aandurft openlijk toenadering tot het Vlaams Blok te zoeken. Het cordon sanitaire heeft niet gewerkt, inkapseling is een mogelijk alternatief.