Bommetjes

We logeren op zeshonderd kilometer van de Algarve, ver weg van de oranjegekte. We zitten liever tussen de beschaafde Portugezen. De barones verzorgt ons ontbijt en praat meer over politiek dan over voetbal. We drinken blauw water en rode wijn, en zijn verlost van de discussies over ruiten en operationele zones. Worden we ineens opgeschrikt door vier Brabantse jongeren in het hotel. Ze zijn met de trein uit Den Bosch gekomen en vermaken zich in het zwembad met bommetjes en andere leut. Ze hadden kaartjes voor Kroatië-Zwitserland die vermoedelijk als saaiste wedstrijd van het EK de boeken ingaat. De vier Bosschenaren zijn een andere mening toegedaan. Ze spreken over een spannend duel met kansen over en weer. Ze hebben een seizoenkaart in stadion De Vliert en zijn geen topvoetbal gewend. Ze hopen voor vanavond op de zwarte markt nog een kaartje van Oranje te bemachtigen, anders stellen ze zich tevreden met Tsjechië-Letland. Hoezo verwende jeugd? Ze zijn erbij, ze horen erbij.