Walhalla

Ik hang uit het raam van mijn kamer met uitzicht op de heuvels van Villamoura. Rotterdam is ver weg. Het geluid van razend verkeer is met één vlucht vervangen door kwetterende vogels in mij onbekende bomen. Op uitnodiging van de NOS snuif ik het EK in Portugal op. Ze maken televisie in een oude manege.

De telefoon gaat. Een vriend van me heeft geregeld dat Louis van Gaal gratis mag golfen op een beroemde baan. Of ik even kom kijken. Ik ben nog nooit op een golfbaan geweest. En Van Gaal heb ik nooit ontmoet.

Op The Old Course is het gras groener dan op het beste voetbalveld. Aan de balie – of heet dat anders in golfkringen – word ik tegengehouden. Ik mag er niet door. Via de telefoon heb ik contact met het Hollandse groepje op de golfbaan. ,,We staan op hole zes. Geef die dame van de receptie maar even, dan mag je zo door.''

In de verte zie ik iemand in korte broek naast een mal wagentje staan. Ik herken hem direct aan die ronding in de onderrug. Van Gaal. Ten voeten uit. Ik mag doorlopen. Terwijl ik Van Gaal nader, word ik staande gehouden door twee golfbaanmedewerkers.

,,Your shoes, sir, your shoes.''

Wat is er nu weer? Ik draag twee zwartleren puntjes van Bruno Magli, drie maanden geleden gekocht in Rome. Ze lopen heerlijk, zelfs mijn gebroken kleine teen in de hoek protesteert niet. Ik noem het merk. Het zegt de mannen niets. Ik kijk naar hun schoenen. Domme golfschoenen. Zou je nog niet dood in gevonden willen worden. Ik wijs naar het Hollandse clubje, daar moet ik heen. Vooruit, het mag. Voor deze ene keer. Omdat senhor Van Gaal er bij is. Ik word voorgesteld aan de voormalige bondscoach. Fantastische handdruk, harde stem.

,,Louis van Gaal!''

Ik fluister mijn naam. Van Gaal slaat. Het balletje wappert over hole zes heen. Van Gaal loopt nors weg. Hij wil winnen. Altijd. Overal. Hij slaat de bal weer terug. Die ligt nu in het zand, de bunker voor kenners. Verdomme! Hij neemt een club, maakt een voorzwaai en slaat voluit. Van Gaal verdwijnt in een wolk van zand. Ik kijk naar het vlaggetje bij de hole. Niks. Het balletje ligt nog voor zijn voeten. De tweede tik is beter. Van Gaal mag weer op het gras. Ik zwaai af en ga terug naar de manege.

Van Gaal heeft de toon gezet. Het regent vandaag oud-bondscoaches. Ik zit in de manege met Guus Hiddink en Leo Beenhakker naar de televisie te kijken. Met een bord eten op schoot zien we de Engelsen strijden tegen de Fransen. Beenhakker kijkt via zijn leesbrilletje naar de opstelling op een vel papier en dan weer, over de glazen heen, naar de wedstrijd. Beckham krijgt commentaar, de pass van Zidane wordt gerecenseerd. Hiddink zegt twee helften lang niets terwijl de radertjes in zijn hoofd wild ronddraaien.

Na afloop steekt Beenhakker zijn sigaartje op en kijkt uit over het dal. Hij is ver van huis, hij werkt tegenwoordig in Mexico als coach. Hij woont buiten de stad. Hij krijgt hoofdpijn van de smog in Mexico-Stad. ,,Na de training rij ik met de auto uit de stad weg. Dan ga ik uit dat smerige dal weg, een berg van 3.000 meter op. Pas als ik over de top ben, gooi ik alle ramen open en begin ik te ademen. Man, heerlijk.''

Na vier wedstrijden vindt Beenhakker het toernooi `vlak'. Hiddink blijft de stille genieter, hij is verdwenen in de nacht. Via de golfvrienden vernam ik dat Van Gaal met opgeheven hoofd The Old Course heeft verlaten.

Dick Advocaat heeft niets meer te vrezen. Als hij na een slecht resultaat het veld moet ruimen, krijgt hij toegang tot het walhalla van de oud-bondscoaches. Eten, golfen, televisiekijken en handen schudden, wat een leven.