Spannend

We zijn nu alweer halverwege `de maand van het spannende boek' en ik heb nog steeds geen zinderend gevoel in mijn maag gekregen. Het zichtbaarste gevolg voor de boekenliefhebber is dat de etalages van boekhandels steeds meer op elkaar lijken. Overal diezelfde stapels Grishams, Browns en Baldacci's en overal diezelfde foto van de nogal pafferige Henning Mankell, de Zweedse bestsellerauteur.

Zou het de verkoop erg bevorderen?

Van mijn boekhandelaren krijg ik andere geluiden te horen. Ze kijken bezorgder dan ooit en klagen gekweld over het uitblijven van Nederlandse literaire bestsellers. Harry, Connie en Leon mogen deze zomer eigenlijk geen vakantie vieren, ze moeten keihard aan het werk om de Nederlandse boekhandels door de komende winter te helpen.

Zelf ben ik in dezen geen maatstaf, omdat ik al bij voorbaat wist dat `de maand van het spannende boek' niet aan mij besteed zou zijn. Tot een jaar of tien geleden heb ik regelmatig spannende boeken gelezen, daarna is er ernstig de klad in gekomen. Hoe komt dat toch?

Ik ging op zelfonderzoek uit dankzij een radioprogramma dat mijn mening over Henning Mankell wilde weten. Ooit had ik van hem Moordenaar zonder gezicht gekocht, het boek waarmee hij in 1992 zijn naam vestigde. Ik had het ongelezen laten rondslingeren en besloot het nu alsnog een kans te geven. Mankell heeft een serie opgebouwd rond de rechercheur Kurt Wallander. Het is een internationaal succes geworden, de boeken worden bij miljoenen over de hele wereld verkocht.

Na een kleine honderd pagina's Mankell besefte ik dat ik de duizenden pagina's Mankell die in deze serie nog volgen, ongelezen zou laten. Niet zozeer omdat zijn stijl nogal levenloos is, maar vooral omdat ik het gevoel kreeg dat ik zijn boek al tientallen malen eerder had gelezen. Kurt Wallander is een norse vrijgezel die net een slecht huwelijk achter de rug heeft en moeizame contacten onderhoudt met ex-vrouw en dochter. Alleen zijn werk houdt hem nog op de been.

Het is de versleten formule van de eenzame speurder die in een existentiële crisis verkeert en onbewust troost zoekt in zijn arbeid. Soms lijkt het wel alsof alle serieuze thrillerschrijvers de stilzwijgende afspraak hebben gemaakt, dat het na Maigret geen enkele speurdersheld meer is toegestaan om na een lange werkdag tevreden pijprokend de benen bij moeder de vrouw onder tafel te steken.

Er zal en moet geleden worden. Dit levert, ook bij Henning Mankell, vuistdikke boeken op die voor de helft korter hadden gekund als hij zich tot een stevige plot had beperkt. Zelf zegt hij er met misplaatste trots over: ,,Zo heb ik ook nog nooit iets geschreven dat is gebaseerd op een plot. Bij mij komen altijd eerst de filosofische, politieke, emotionele vragen...''

Het schrijven van spannende boeken is een vak, geen roeping, denk ik wel eens. Een moeilijk vak dat in het verleden tot in de perfectie is uitgeoefend door schrijvers als Raymond Chandler, James M. Cain, Ross MacDonald, Patricia Highsmith en nog een handvol anderen. Als je hun klassieken hebt gelezen, weet je het verder wel. De routine van de lezer keert zich tegen het genre.