Singer verkoopt divisie naaimachines

Naaimachinefabrikant Singer verkoopt zijn naaimachinedivisie. Het bedrijf, dat de naaimachine heeft uitgevonden, gaat verder als handelaar in huishoudelijke apparaten en consumentenelektronica.

KSIN Holdings, een onderdeel van de Amerikaanse investeerder Kohlberg & Co, betaalt 125 miljoen dollar (106 miljoen euro) voor de naaimachineactiviteiten van Singer en verwerft tevens het recht om de merknaam Singer te mogen blijven gebruiken. KSIN betaalt 71 miljoen dollar (60 miljoen euro) in contanten en neemt daarnaast schulden over van Singer. Onderdeel van de transactie zijn onder meer fabrieken in China en Brazilië, verkoopkantoren in Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Afrika en een wereldwijd netwerk van dealers.

Singer blijft wel zelf winkels exploiteren onder de naam Singer Plus en zal daar ook Singer-producten blijven verkopen. De merknaam Singer wordt, met name in Azië, behalve voor naaimachines ook gebruikt voor televisietoestellen, cd-spelers, fietsen, magnetrons en tosti-ijzers. Singer maakt deze producten niet zelf, maar laat die onder de eigen merknaam door derden produceren. Singer heeft Singer Plus winkels in 190 landen.

Singer is in 2002 begonnen met het opzetten van eigen winkelketens, om minder afhankelijk te worden van de productie en verkoop van naaimachines en toebehoren. Inmiddels zijn de winkels goed voor de helft van de 383 miljoen dollar (325 miljoen euro) omzet van Singer en 43 procent van de operationele winst. Door uit de naaimachines te stappen, verlaat Singer definitief zijn wortels.

In 1851 leende de Amerikaan I.M. Singer 40 dollar om een bedrijfje te beginnen in machines die het naaien van kleren deels konden mechaniseren. Singer had al een loopbaan achter de rug als acteur, maar vestigde zich rond zijn veertigste als zelfstandig uitvinder. In een jaar ontwikkelde hij het mechanisme dat de basis zou vormen voor de eerste Singer-naaimachines die in 1853 op de markt kwamen. In 1855 won de naaimachine een prijs op de wereldtentoonstelling in Parijs.

De in een fabriekje in New York geproduceerde machines kostten 100 dollar per stuk en konden op afbetaling gekocht worden. Binnen tien jaar verkocht Singer 20.000 machines per jaar en tegen 1880 bedroeg de afzet van Singer-naaimachines 500.000 stuks.

In 1885 introduceerde Singer de elektrische naaimachine, waarvan er in 1890 1,3 miljoen per jaar verkocht werden, goed voor een wereldwijd marktaandeel van 80 procent. In de decennia daarna kwam er meer concurrentie en in de jaren zeventig van de twintigste eeuw moest Singer met zijn productie uitwijken naar lagelonenlanden als Brazilië, India, China en Turkije. Naast naaimachines voor particulieren is Singer ook industriële naaimachines voor de textielindustrie gaan maken.

In de jaren negentig kwam Singer in moeilijkheden terecht. Door een krimpende afzet, met name in het westen, raakte Singer steeds dieper in de schulden en in 1999 moest het bedrijf uitstel van betaling aanvragen. Na een ingrijpende sanering maakte Singer in 2000 een doorstart en vestigde een nieuw bedrijf op de Nederlandse Antillen.

Singer gaat sindsdien gebukt onder een behoorlijke schuldenlast en wil de opbrengst van de verkoop van de naaimachineactiviteiten gebruiken om schulden af te lossen en te investeren in zijn detailhandelactiviteiten. Na het afronden van de transactie, later dit jaar, ligt het zwaartepunt van Singer in Azië, in het bijzonder in Bangladesh, India, Pakistan, Filippijnen, Sri Lanka en Thailand.