Oppositie wint in vrijwel alle landen

DENEMARKEN (14 ZETELS IN EUROPEES PARLEMENT) – De grootste oppositiepartij, de Sociaal Democratische Partij kreeg twee keer zoveel steun als vijf jaar geleden: 32,7 procent (5 zetels). Zwaar verlies was er voor de regerende liberale partij Venstre, die 2 van haar 5 zetels kwijtraakte. De meeregerende conservatieve partij KF handhaafde zich. De oppositionele eurosceptische Junibeweging verloor 2 van haar 3 zetels.

FINLAND (14) – De Finse oppositionele Conservatieve Nationale Coalitie Partij verloor licht, maar bleef de grootste partij (23,7 procent, 4 zetels). De regerende Agrarische Centrum Partij won 2,0 procentpunt en kwam op 23,3 procent (eveneens 4). De Sociaal Democratische Partij die eveneens in de regering zit, haalde 21,1 procent, een winst van 3,2 procentpunt (3 zetels).

GRIEKENLAND (24) – De conservatieve regeringspartij Nieuwe Democratie van premier Karamanlis haalde ruim 43 procent (11 zetels), ruim 9 punt meer dan de sociaal-democratische oppositiepartij PASOK (8 zetels). Communisten en radicalen krijgen samen 4 zetels, de rechtse nationalisten 1 zetel.

IERLAND (13) – In Ierland tekent zich een nederlaag af voor premier Bertie Ahern. Zijn partij, Fianna Fail, eindigt op 28,8 procent (4 zetels, was 38,6). Grote overwinnaar is Sinn Féin, de politieke tak van het Iers Republikeinse Leger (IRA). Die verdubbelt haar stemmenpercentage bijna, van 6,3 procent in 1999 tot 11,5 procent nu (1 zetel).

ITALIË (78) – Forza Italia van premier Silvio Berlusconi is de grote verliezer. Zijn aanhang daalde naar 21 procent (17 zetels, was 20). De postfascistische coalitiepartner Aleanza Nazionale handhaafde zich met 11,4 procent (10 zetels), de anti-Europese coalitiepartner Lega Nord groeide van 3,9 naar 5,1 procent (3 zetels). De lijst van drie centrum-linkse partijen `Verenigd in Olijf' van EU-commissaris Romano Prodi profiteerde niet van het verlies van Berlusconi. Ze won maar 0,2 procent en bleef steken op 31,3 (26 zetels). De winst ging naar de radicale linkse partijen.

LUXEMBURG (6) – De conservatieve partij CSV van premier Jean-Claude Juncker heeft overtuigend gewonnen, 36 procent (3 zetels) tegen 30 procent in 1999. De meeregerende liberale partij DP zakte van 22 naar 16 procent (1 zetel). Zij is voorbijgestreefd door de Luxemburgse Socialistische Arbeiderspartij (LSAP) die 23 procent behaalde (ook 1 zetel).

NEDERLAND (27) – Verlies voor de centrumrechtse regeringscoalitie van CDA, VVD en D66. Het CDA zakte van 27 naar 24,5 procent (van 9 naar 7 zetels), de VVD van 19,6 naar 13,2 procent (van 6 naar 4 zetels). D66 zag haar Europese smaldeel gehalveerd tot 1 zetel. Winst was er voor de PvdA, van 20,1 naar 23,6 procnt (7 zetels), Eurotransparant (7,3 procent, 2 zetels), en de Socialistische Partij (7 procent, 2 zetels)

OOSTENRIJK (18) – De sociaal-democraten hebben gewonnen. De SPÖ kreeg 33,4 procent van de stemmen (7 zetels). De rechtsradicale FPÖ kreeg opnieuw zware klappen. De partij van Jörg Haider duikelde naar 6,3 procent (1 zetel) tegen 23,4 procent in 1999. De conservatieve ÖVP van bondskanselier Wolfgang Schüssel boekte winst (2 punten) en kreeg 32,7 procent (6 zetels). De Oostenrijkse Paul van Buitenen, Hans-Peter Martin, haalde ook 2 zetels.

PORTUGAL (24) – De oppositionele socialisten hebben met 44,5 procent van de stemmen de verkiezingen gewonnen. De centrum-rechtse regeringscoalitie (PSD en CDS/PP) kreeg 33,2 procent van de stemmen. Analisten zeggen dat de uitslag de ontevredenheid van de Portugezen met het economische beleid van de regering reflecteert.

SPANJE (54) – In Spanje wist de regerende socialistische partij een zege te behalen met ruim 43 procent van de stemmen, acht procentpunten meer dan vijf jaar geleden. De conservatieve Partido Popular behaalde ruim 41 procent van de stemmen. Daarmee bestendigde links in Spanje de landelijke verkiezingsoverwinning die in maart van dit jaar werd behaald. De uitslag wordt dan ook vooral uitgelegd als een steun voor het beleid van het nieuwe socialistische kabinet, dat de Spaanse troepen uit Irak heeft teruggetrokken. De conservatieve partij slaagde er niet in zijn stelling hard te maken dat zijn eerdere verlies uitsluitend te danken was aan de terreuraanslagen in Madrid.

ZWEDEN (19) – EU-tegenstanders hebben een grote overwinning geboekt. De nieuwe partij `Junilijst' behaalde 14,4 procent van de stemmen (3 zetels). De regerende sociaal-democraten van premier Persson verloor licht, maar blijft de grootste partij met 24,8 procent van de stemmen (5 zetels). De conservatieve Modraterna bleef steken op 18,1 procent (3 zetels).