`Ons is almal broers, dat klinkt nergens naar'

Vanavond spreekt de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog de `Verdediging van de poëzie' uit op Poetry International. Maar tegen die term verzet ze zich. ,,Waar is de vijand, wie of wat moet er precies verdedigd worden?''

,,Ik word er een beetje moe van dat er voor alles gevochten zou moeten worden, zeker wanneer het om poëzie gaat. Waar is dan de vijand, wie of wat moet er precies verdedigd worden? En dat geldt zeker in Nederland: nergens wordt zoveel poëzie vertaald als hier, en een op de drie Nederlanders schijnt zelf gedichten te schrijven. Er is hier veel respect voor poëzie.'' Aan het woord is de Zuid-Afrikaanse dichter Antjie Krog, die vanavond in de Rotterdamse Schouwburg de 35e `Verdediging van de poëzie' houdt tijdens Poetry International.

Krog wordt momenteel gezien als een van de belangrijkste dichters en performers van Zuid-Afrika. Veel van haar werk is in het Nederlands vertaald en ze wordt hogelijk gewaardeerd vanwege haar onconventionele gebruik van klank. Zowel op het podium als op papier wordt duidelijk hoezeer Krog in een orale traditie staat. ,,Poëzie is voortdurend in beweging en speelt overal ter wereld een rol. In Zuid-Afrika is poëzie alomtegenwoordig, van begrafenissen tot in de politiek''.

Krog heeft dan ook problemen met het woord verdediging: ,,Dat heeft te maken met het westerse idee dat je de ware poëzie moet beschermen tegen poëzie met een boodschap: het idee dat gedichten niet moeten hoeven gehoorzamen aan ideologieën of aan een regering. Maar dat is een gedachte die in 2004 alom is geaccepteerd. Het idee van een verdediging is eigenlijk wat achterhaald. De dichtkunst is nu vrij: verzen die geschreven worden met een bepaald doel voor ogen of waarin het alleen draait om de esthetiek zijn beide even waardevol. Misschien is het eerder andersom: poëzie hoeft niet meer beschermd te worden tegen de buitenwereld, maar kan worden gezien als beschermer van tradities en werelden.''

Krog doelt hiermee op de verschillende functies die poëzie kan hebben. Tijdens een reis door Mali sprak ze met dichters van wie het werk totaal los stond van de Westerse idee dat poëzie in de eerste plaats vernieuwend moet zijn. Zo legde een Berberse dichter haar uit dat het volgens hem vooral ging om het bewaren van tradities. Een dichter van een nomadenstam in de Sahara zwoer weer bij de geheimtaal van de poëzie, die hij op een praktische manier inzet: in zijn gedichten legt hij de plaats van waterputten vast, zodat het volk weet waar die putten te vinden zijn zonder dat anderen de locaties kunnen achterhalen.

Zelfs als het gaat om literaire werken waar een verbod op rust, is bescherming volgens Krog niet nodig. ,,Ik herinner me dat Etienne Leroux – toen een van onze belangrijkste schrijvers – over Salman Rushdie, zei toen hij hoorde dat er een fatwa was uitgeroepen: ,,Dat is de ultieme eer voor je werk: de doodstraf die over je uitgesproken wordt om wat je schrijft.'' Het is in zulke gevallen eerder de schrijver die verdedigd of beschermd moet worden, en niet zijn tekst – integendeel, een verbod op poëzie bewijst hoe krachtig woorden zijn.''

,,Tegelijkertijd heb je altijd een ethisch probleem bij poëzie met een politieke boodschap. Want wanneer je liegt, of bedriegt, racistisch bent of antisemitisch, kan het resultaat volgens mij nooit een esthetisch volmaakt geslaagd gedicht zijn. Neem nu een simpel zinnetje als `we're all brothers' in een anti-apartheidsgedicht. In het Afrikaans klinkt dat nergens naar: `ons is almal broers'. Poëzie maakt gebruik van de schoonheid en de spanning om iets tot uitdrukking te brengen. Ze gebruikt de esthetica als ethische bril.''

Antjie Krog, Verdediging van de poëzie. Maandag 14 juni, 20.00 uur. Liederen van de Blauwkraanvogel. Woensdag 16 juni, 20.00 u op Poetry International, Rotterdamse Schouwburg.