Kunst als reddende engel op Oerol

Het openingsweekeinde van Oerol 2004 bood theater in iedere uithoek van het eiland: in de duinen, op het erf van een boerderij en in vier volle badkuipen.

Bij zonsondergang boven de Noordzeeduinen storten zich drie helrode engelen uit de hemel omlaag naar de aarde. De veren van hun vleugels waaien weg. De Backpack Angels hebben een missie: ze willen de mensen geluk brengen. Tijdens een uitvoering die zweeft tussen toneel en bewegingskunst verwerven de engelen inzicht in menselijke drijfveren en verlangens.

Ze komen tot één ontdekking: de mens is een gelukkig, begenadigd wezen. De armzalige engelen missen liefde en kunst, en dus de vrijheid steeds hoger te grijpen. Een potje pindakaas vervult voor de mens zijn kinderdroom. Daar heeft geen engel van gehoord. Jaloers wordt hij. Dit doet sterk denken aan Vondels drama Lucifer.

Deze voorstelling op Terschellings Oerol heeft de vitaliteit die bij het festival past. De kunst zelf is de reddende engel, die overal op het eiland is neergedaald. Het erf voor een boerderij blijkt een geschikt podium voor een thriller-achtig drama als Pass the Butler, waarin een vermoorde vader zorgt voor ongekende verwikkelingen. Acteur Servaes Nelissen staat in de rommelige achtertuin van een café in een gefiguurzaagd decor. Onder de ironische titel Ideale omstandigheden vertolkt hij de teloorgang van een impresario. Woede en melancholie vervlecht Nelissen tot een monoloog, waarin Johan Cruijff en Jezus Christus samen een balletje trappen. Nelissen, van oorsprong poppenspeler, verbeeldt met een marionet de kruisiging van Christus. Ondertussen gaat de vrouw van de impresario vreemd met een van zijn artiesten. Geld weg, vrouw weg. ,,Alle dromen weggepleisterd'', zoals Nelissen verzucht.

De dansvoorstelling Vrouwen in bad door het Hans Hof Ensemble, die vorig jaar in première ging op Julidans en op Oerol de laatste reeks van een succesrijke tournee beleeft, bewijst eens te meer wat engelen, die geen geslacht kennen, missen. Vijf danseressen zwieren, zwiepen en kruipen gepassioneerd en erotisch in en rondom vier badkuipen. In de choreografie van Andrea Boll is het baden zowel een hard inwijdingsritueel als een zinnelijke ervaring. De benen van de danseressen kringel als slangen omhoog uit de kuip. Het spetterende water maakt de vloer spiegelglad, het wordt gevaarlijk. Een in zijde gewikkeld lijk houdt zich in de badkuipen schuil. Het is geen man, het blijft een raadsel. De vrouwen sjorren eraan in een dwingend patroon. Hun passie geldt de krachtige, ronde vormen van de kuip waarop en waaromheen ze hun verleidelijke dansen uitvoeren.

Dansen met water, bewegingskunst op het zand en een thriller op het boerenerf. De kunst op Terschelling is niet tegen te houden.

www.nrc.nl/oerol