Kamer eist opheldering over `chaos' bij OCW

De Tweede Kamerfracties van PvdA, VVD, GroenLinks en D66 willen opheldering van minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) over uitspraken van voormalige topambtenaren van het ministerie van OCW in NRC Handelsblad.

In het zaterdag gepubliceerde artikel lieten de oud-ambtenaren zich zeer kritisch uit over de bestuurscultuur van het departement. Er is onvoldoende politieke leiding en ambtelijke continuïteit, aldus de oud-ambtenaren. Om het grote verloop te compenseren wordt een zeer groot beroep gedaan op externe consultants en interim-managers, meer dan op elk ander ministerie.

Het Kamerlid Tichelaar (PvdA) zou de uitspraken van de voormalige topambtenaren vanmiddag aan de orde stellen tijdens een overleg van de Kamer met de minister. Bevallen de antwoorden van Van der Hoeven hem niet, dan wil hij dinsdag een spoeddebat met de minister. Hij sluit niet uit dat de PvdA daarbij een motie van wantrouwen tegen haar zal indienen. De Kamerleden Azough en Vendrik van GroenLinks willen Van der Hoeven dinsdag naar het wekelijkse vragenuurtje van de Kamer roepen voor uitleg.

Het Kamerlid Balemans (VVD) spreekt over een ,,chaos'' bij het ministerie. Zijn collega Lambrechts (D66) zegt dat een heel groot deel van de problemen niet veroorzaakt is door Van der Hoeven, maar dat zij inmiddels twee jaar minister is. Lambrechts wil nu ,,van de minister horen hoe zij binnen drie maanden de zaak onder controle brengt''.

CDA'er De Vries vindt dat zijn collega's van PvdA en VVD ,,zaken uit het verleden'' oprakelen. Ze zouden er verstandig aan doen om zich met de werkelijke problemen in het onderwijs bezig te houden, vindt De Vries. De Vries: ,,Ik hecht weinig waarde aan het oordeel van ex-ambtenaren die zelf onderdeel waren van het probleem. In sommige gevallen zijn ze niet voor niets ex-ambtenaar.'' Van der Hoeven moet de tijd krijgen om het ministerie op orde te krijgen, meent De Vries, want ,,ze moet de erfenis oplossen van haar voorgangers Ritzen en Hermans''.

In een reactie op het artikel liet een woordvoerster van minister Van der Hoeven weten dat ,,de feiten oud en bekend'' zijn, en dat het ministerie bezig is met een ,,veranderslag''.

In een ,,open brief aan anonieme en oud-collega's'' neemt OCW-topambtenaar Jan Veringa afstand van de uitspraken van zijn oud-collega's. Veringa, sinds 1999 directeur Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid: ,,Voor mij is de grens van wat anonieme en oud-collega's mogen beweren, en wat door media en politiek klakkeloos wordt gepapagaaid, nu overschreden.'' Veringa heeft zich ,,met veel arbeidsvreugde en motivatie ingezet voor de publieke zaak'', maar verwacht in ruil daarvoor ,,dat de publieke waardering voor je werk gebaseerd is op een eerlijke beoordeling''. Van een `graaicultuur'is bij OCW beslist geen sprake, aldus Veringa.

Veringa, desgevraagd in een reactie: ,,Mijn brief is een persoonlijk initiatief. Geen emotionele actie, maar wel rechtstreeks uit mijn hart.'' Veringa kon in het weekend niet overleggen met collega's voor een gemeenschappelijke actie.

De Tweede Kamer zou vanmiddag met de minister onder meer spreken over de brief die anonieme ambtenaren drie weken geleden naar de Tweede Kamer stuurden. In deze brief wordt de ambtelijke top van OCW beticht van zelfverrijking. Een rapport van de Algemene Rekenkamer bevestigt dat de beloning van topambtenaren bij Onderwijs in strijd is met de regels. Naar aanleiding van de anonieme brief heeft Van der Hoeven opdracht gegeven voor twee onderzoeken, door de Rekenkamer en door advocatenkantoor Ploum, Lodder en Princen. Het tweede onderzoek moet volgende week maandag zijn afgerond.