Grote nederlaag socialisten

De regerende sociaal-democraten in Polen hebben bij de Europese verkiezingen een flinke nederlaag moeten incasseren. De Democratisch-Linkse Alliantie (SLD) kreeg slechts 11 procent van de stemmen. Bij de parlementsverkiezingen in 2001 was de partij nog goed voor 41 procent.

De opkomst was met 21,2 procent laag. Voor president Aleksander Kwasniewski – van huis uit zelf een sociaal-democraat en ex-communist – was dat vandaag reden zijn landgenoten ,,gebrek aan rijpheid'' te verwijten. Hij gaf toe dat de bedroevend lage opkomst de kracht van de Poolse argumenten in de Europese Unie ondergraaft. Polen, grootste van de recent toegetreden nieuwe lidstaten van de Europese Unie, heeft 54 zetels in het Europees Parlement.

De gematigd rechtse partijen behaalden de meeste stemmen. Het oppositionele, pro-Europese Burgerplatform won met 23,48 procent van de stemmen, een verdubbeling van het resultaat dat deze centrum-rechtse partij behaalde bij de nationale verkiezingen in 2001. De Vrijheidsunie (UW) – van oud-minister Geremek, niet vertegenwoordigd in het parlement – kreeg 6,9 procent van de stemmen, de partij Wet en Rechtvaardigheid (PiS) 12,5 procent. Deze partijen komen voort uit de vroegere beweging Solidariteit.

Een andere grote verliezer van de verkiezingen in Polen was de populistische leider Andrzej Lepper, een voormalige varkenshouder. Met zijn anti-Europese partij Samoobrona (Zelfverdediging) behaalde hij 14 procent van de stemmen, dat is meer dan de regerende partij maar minder dan alle prognoses Lepper steeds hadden toebedeeld. Een andere anti-Europa-partij, de ultra-katholieke Liga van Poolse Families LPR kreeg 16 procent. Samoobrona en de LPR, beide anti-EU, kregen twintig van de 54 Poolse zetels.

President Aleksander Kwasniewski verklaarde dat hij ondanks het slechte verkiezingsresultaat voor de regerende sociaal-democratische SLD geen aanleiding ziet voor vervroegde parlementsverkiezingen.

De sociaal-democraten deden hun best om het verkiezingsresultaat op te vijzelen. Het resultaat was beter dan sommige opiniepeilers hadden gesuggereerd na twee jaar van aanhoudende schandalen, stijgende werkloosheid en verknoeide sociale hervormingen. Mogelijk licht dat aan het recente opstappen van de sociaal-democratische premier Leszek Miller.