`Geen bewijs voor omkopen Sharon'

Premier Sharon van Israël wordt niet aangeklaagd wegens het aannemen van steekpenningen in de periode dat hij als minister van Buitenlandse Zaken campagne voerde voor het leiderschap van Likud. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad van Israël, Menachem Mazuz, heeft dat volgens de Israëlische media besloten.

Mazuz zal zijn besluit in de loop van de week bekend maken. Verwacht wordt dat de hoogste rechters van Israël bedolven zullen worden onder petities om de beslissing Sharon niet te vervolgen, te herzien. De bewoners van de joodse nederzettingen in de Gazastrook en de bezette Westelijke Jordaanoever hoopten op aftreden van Sharon in verband met een rechtszaak wegens fraude, waardoor zijn plan voor de ontruiming van nederzettingen zou stagneren.

Volgens bronnen rondom advocaat-generaal Mazuz is er onvoldoende bewijs om Sharon te vervolgen wegens het aannemen van illegale stortingen in zijn verkiezingskas in de zogeheten `Griekse eiland-affaire'. De hoofdofficier van Justitie in Tel Aviv en de commandant van de fraudedivisie van de politie meenden dat er wel voldoende bewijs was om Sharon voor de rechter te dagen. Dat was ook de strekking van hun aanbeveling na een onderzoek van ruim een jaar. Maar hun aanbeveling is door de hoger geplaatste Mazuz, die enkele maanden geleden door de regering-Sharon tot advocaat-generaal werd benoemd, terzijde geschoven.

,,Sharon moet destijds autistisch geweest zijn als hij niet begreep dat hij werd omgekocht'', zei een politieman van de fraudedivisie gisteren op televisie. Sharon zou zijn invloed als minister van Buitenlandse Zaken bij de Griekse regering hebben gebruikt ten behoeve van een toeristisch project van een bevriende zakenman en geldschieter van Likud. Maar zoals vaak bij de financiering van verkiezingscampagnes blijken vermoedens zeer moeilijk te onderbouwen. Sharon heeft de aantijgingen steeds opgevat als pogingen van zijn talrijke politieke tegenstanders om hem ten val te brengen.