Eurofiele Blair lijdt grote nederlaag

,,Laat de strijd beginnen'', zei de Britse premier Tony Blair toen hij in april een referendum beloofde over een Europese grondwet. Na de eerste ronde staan hij en zijn Labour-partij er gehavend bij. Want de Independence Party (UKIP), een hardrechtse voormalige splinterpartij die wil dat het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de EU, kwam bijna tweemaal zo sterk uit de Europese verkiezingen.

De ruim zestien procent van de stemmen die UKIP won, gingen zoals voorspeld ten koste van de Conservatieven die niet verder dan 28 procent kwamen. Maar ze bleken óók van boze Labourstemmers afkomstig. De regeringspartij kwam landelijk zo niet hoger dan bijna 22 procent, het slechtste resultaat sinds begin vorige eeuw, en een nieuwe rechtse hoek na de voltreffer die Blair in de gemeenteraadsverkiezingen vorige week moest incasseren. Het resultaat voedt de onrust over zijn leiderschap en wordt opnieuw toegeschreven aan `Irak' en een gebrek aan vertrouwen. Maar in de verkiezingen over de 78 Britse europarlementariërs lijken de Britten zich vergaand aan het onderwerp te hebben gehouden: Europa. Dat blijkt ook uit de recordopkomst van 39 procent.

Onder de meest eurofiele premier sinds een generatie, die beloofde het land ,,opnieuw een plek te geven in het hart van Europa'', blijken de Britten het `Europese project' dus in toenemende mate af te wijzen. In de woorden van Robert Kilroy-Silk, ex-BBC-gastheer, met de actrice Joan Collins het nieuwe gezicht van de UKIP, en één van de tien nieuwe europarlementariërs van zijn partij: ,,We zijn het moe om bestuurd te worden door de corrupte bureaucratie in Brussel.'' De gevestigde partijen vinden dat een bespottelijke karikatuur, maar bij steeds meer Britten vindt die kennelijk weerklank.

Het winnen van het referendum over de Europese grondwet is voor Blair zo nog moeilijker geworden dan de peilingen twee maanden geleden al suggereerden. ,,De regering moet eindelijk beginnen met campagne te voeren over de echte voordelen van Europa'', zei Simon Hughes, de enige van drie europarlementariërs die Labour in het noordoosten, nota bene Blairs heartland, overhield. Hij en anderen zijn zwaar teleurgesteld over Blairs weifelende houding en het gebrek aan een agressieve Labour-campagne, waardoor het speelveld vrij bleef voor de eurosceptische pers en de UKIP. Maar bij de onderhandelingen over de grondwet zijn Blairs handen door dit resultaat aan het thuisfront gebonden. Dat dwingt hem zo min mogelijk concessies te doen, waardoor de Britten binnen de rest van de EU hun sceptische imago vermoedelijk zullen versterken.

Aan de donderwolken zit een klein zilveren randje voor Blair: de doorbraak die de Conservatieven nu nodig hadden om volgend jaar de parlementsverkiezingen te winnen bleef uit: hun schamele 27 procent is ook voor de nieuwe Tory-chef Michael Howard reden voor hoofdpijn. De nieuwe winst van de Liberal Democrats, van negen naar elf zetels, verloor ook glans omdat ze met vijftien procent van de stemmen door de UKIP naar een vierde plaats werden gedrongen.

Deze verkiezingen vormden, zoals elders in Europa, een middel voor de kiezer om de gevestigde orde af te straffen. De Britten deden het met een stem op alternatieve partijen buiten de mainstream. Ze hebben zo hun hart kunnen luchten over Irak, asielzoekers of politici die het land aan Europa verkwanselen. Maar ze hebben vooral in het algemeen gezegd dat ze zich slecht vertegenwoordigd voelen: een nieuw signaal dat de kloof tussen volk en de politiek groeit. Parlementsverkiezingen gaan over een alternatieve regering. De strijd over de vraag hoe geloofwaardig dat alternatief voor de Britten wordt, is nu echt begonnen.

    • Hans Steketee