Diepterecord voor Europees Parlement

De verkiezingen voor het Europees Parlement hebben opnieuw minder stemmers getrokken. Met een opkomst van 44,2 procent werd een nieuw laagterecord gevestigd, met Slowakije (20 procent) als hekkensluiter.

De fractie van christen-democraten en conservatieven blijft na de verkiezingen in alle 25 lidstaten van de Europese Unie de grootste in het Europees Parlement. De sociaal-democraten volgen op ruime afstand. De meest opvallende verandering voor het Europees Parlement is de forse toename van het aantal Europa-sceptische leden. Daarbij valt vooral de groei van de hardrechtse Independence Party (UKIP), op die wil dat Groot-Brittannië zich terugtrekt uit de EU. De partij haalde bijna 17 procent van de Britse stemmen en krijgt volgens de voorlopige uitslag 15 zetels (nu 3). Ook in Zweden en Midden-Europa wonnen anti-Europapartijen. De komende weken moet blijken of en hoe de zeer divers samengestelde eurocritici zich in het uit 732 leden bestaande Europees Parlement gaan groeperen.

Niet eerder konden in Europa zoveel mensen voor dezelfde verkiezingen naar de stembus. Maar vooral kiezers in de landen in Midden- en Oost-Europa die per 1 mei lid zijn geworden van de Unie lieten het massaal afweten: in die landen kwam gemiddeld één op de vier stemgerechtigden op. Uiteindelijk stemden van afgelopen donderdag tot gisteravond 155 miljoen Europeanen. Er waren Europawijd 14.670 kandidaten.

In nagenoeg alle lidstaten hebben regeringspartijen verloren. In Groot-Brittannië liep de Labour-party van premier Blair forse klappen op. Hetzelfde overkwam bondskanselier Schröder van Duitsland met zijn sociaal-democratische SPD. In Frankrijk daarentegen was het weer de centrum-rechtse coalitie van president Chirac die verloor. De centrum-rechtse coalitie van premier Berlusconi van Italië moest eveneens inleveren. In Spanje zag de pas onlangs aangetreden sociaal-democratische coalitie de eerder dit jaar verkregen steun van de kiezers bevestigd. Veel lijsttrekkers bij de Europese verkiezingen gaven als verklaring voor de lage opkomst dat Europese onderwerpen maar een bescheiden rol speelden in de campagnes. De aanvoerder van de christen-democratische fractie in het Europees Parlement, de Duitser Hans-Gert Pöttering, herhaalde na het bekend worden van de uitslag zijn eis dat de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie een christen-democraat moet zijn, omdat deze partij de grootste is.

Hoofdartikel: pagina 9