De extra ogen voor de televisiekijker

Voetbalcommentatoren zijn per definitie controversieel. Vinden ze zelf. Ze werken in de openbaarheid en dus volgen hun `klanten', het publiek, ze meer dan nauwgezet. Een commentator is geen handelaar in amusement. ,,De wedstrijd moet zichzelf verkopen.''

Een fles cola en een sjaal behoren tot de standaarduitrusting van voetbalcommentator Jeroen Grueter (35) van Studio Sport. ,,Cola is perfect voor mijn stem. Het is belangrijk dat ik weet dat ik een fles bij me heb, ook al neem ik er maar een paar slokjes van'', vertelt Grueter thuis, enkele dagen voor zijn vertrek naar het EK. Of hij die sjaal meeneemt naar het warme Portugal? ,,In het stadion zit ik in de schaduw. Een fris windje kan zó op je keel slaan.'' Gisteravond versloeg hij in Lissabon Frankrijk-Engeland. Uitslag: 2-1.

Grueter is een van de jonge commentatoren van de NOS. Hij heeft het vak in de praktijk geleerd. Net als zijn voorgangers Theo Reitsma, Eddy Poelmann en Evert ten Napel. Ook Grueter is afkomstig uit de schrijvende journalistiek. Vóór zijn overstap naar de televisie, tien jaar geleden, werkte hij voor dagblad Rijn & Gouwe en Voetbal International. ,,In het begin ben ik een paar keer naar een logopediste geweest. Ik had moeite de juiste klemtoon te leggen. Het is verder een kwestie van veel doen en je eigen stem terugluisteren.'' In zijn eerste jaren als commentator was Grueter op zoek naar feedback van collega's. ,,Maar ze hebben me mijn eigen stijl laten ontdekken. Frank Snoeks is een causeur met een grote woordenschat, die schitterend kan visualiseren. Heerlijk om naar te luisteren, maar ík kan het niet. Het is niet de bedoeling dat je een kloon wordt'', zegt Grueter. Zijn eigen stijl omschrijft hij als ,,direct''.

Net als Grueter wil Philip Kooke (36) een eigen stijl ontwikkelen. Kooke verslaat bij het EK de groepsduels van Italië en ziet zichzelf als ,,een beschouwer'' en streeft naar gedoseerd, zakelijk commentaar met een relativerende toon. ,,Het beeld zegt door alle verschillende cameraposities méér dan vroeger. Je moet stil durven zijn'', vindt Kooke. Hij is een bewonderaar van het droge, zakelijke commentaar van senior Reitsma. ,,Zijn finest hour beleefde Reitsma bij Argentinië-Engeland op het WK '86. Tijdloos commentaar met elk woord op het juiste moment. Maar zijn stijl kopiëren is onmogelijk. Hij kon als geen ander relativeren en de wedstrijden karakteriseren in het licht van de historie. Als Reitsma enthousiast is, is er iets aan de hand. En hij ziet iets aankomen.'' Kooke wijst op de finale van het EK in 1988. `Doe 't!' riep Reitsma doelend op Ruud Gullit, toen de vrijstaande aanvaller nog van de grond moest komen om de Russische doelman met een kopbal te passeren.

Om zo min mogelijk aan het toeval over te laten volgde Kooke voor het EK ,,weken tevoren'' teams en spelers voor de benodigde achtergrondinformatie. ,,Het is geen kwestie van even gaan zitten. Voor dit vak bestaat geen recept'', meent hij. Op de School voor Journalistiek wordt het vak van voetbalcommentator dan ook niet onderwezen. ,,Ik heb voornamelijk dingen moeten afleren. Beginnersfouten zoals te veel informatie spuien aan het begin van de wedstrijd'', zegt Kooke die eerder werkte voor Eurosport en Canal+.

Wat de `opleiding' betreft, is er weinig veranderd. Ook oud-coryfee Herman Kuiphof (84) leerde het vak in de praktijk. Kuiphof, bekend van zijn legendarische uitspraak `Zijn we er toch ingetuind' in de verloren WK-finale (1974) tegen Duitsland, begon in 1961 bij de televisie, na zijn tijd bij de Haagsche Courant en de radio. Hij moest al na drie maanden verslag doen van een interland. ,,Ik zit hier nét, protesteerde ik nog'', herinnert Kuiphof zich nu. ,,Tevergeefs. Ik had alleen heel korte ervaring opgedaan bij het maken van samenvattingen. Ik werd voor de leeuwen geworpen.'' Voor zijn `interlanddebuut' kreeg Kuiphof een paar tips van Joes Odutré, die ,,programma's in het kader van ballet'' maakte. ,,Je moet niet doen alsof je een zaal toespreekt, je moet je richten tot een mijnheer, thuis in zijn huiskamer.''

Toen ex-krantenjournalist Reitsma in dienst trad bij de televisie, was Bob Spaak daar de baas. ,,Spaak was een grootheid geweest als radioverslaggever'', vertelt Reitsma. ,,Maar hij gaf me geen aanwijzingen. Ik heb maar één keer een reactie van hem gehad. Een briefje met één zinnetje: `Het is nog niet helemaal zoals ik het wil'.''

Anders dan de jongeren Grueter en Kooke, die nog onbekend zijn bij het grote publiek, hebben Kuiphof, Reits- ma, Ten Napel en Poelmann met hun stem wel bekendheid verworven. Maar een voetbalcommentator blijft, in tegenstelling tot een presentator, toch vooral een stem zonder gezicht.

Grueter heeft daar geen problemen mee. Integendeel. ,,Heerlijk die anonimiteit! Ik moet er niet aan denken dat ik op een terras zit en hoor: `Hé, dat is die gozer van de tv'.'' Grueter zal in de kroeg niet rondbazuinen dat hij de finale van de Champions League versloeg. ,,Als mensen me vragen wat voor werk ik doe, voel ik me ongemakkelijk.''

De commentator is altijd bijzaak, meent Reitsma. ,,Hij is lang niet zo belangrijk als de voetballers in een wedstrijd.'' Hij ergert zich aan verslaggevers die ,,meer en meer in de supportersrol treden''. ,,De beelden bepalen de amusementswaarde, niet de man achter de microfoon'', zegt hij. Namen noemt hij niet. Media-journalist Paul van Liempt, bezig met een boek over voetbalcommentatoren met de werktitel `Een goed stel' (een typering van Reitsma van het Nederlands elftal in 1988, red.), denkt dat Reitsma vooral doelt op ,,jolige reporters'' van commerciële zenders.

Van Liempt: ,,Dat `feest maken' is er na het vertrek van Harrie Vermeegen bij RTL toch wat van af. RTL en SBS zijn er achter dat standwerkers die meejuichen ongewenst zijn. Frits Barend en Henk van Dorp die bij wedstrijden vraaggesprekken hielden voor RTL, hadden zichtbaar gêne voor Vermeegen.'' Volgens Van Liempt slaagt de oude garde van Studio Sport er in zich te handhaven, ondanks de kritiek die er is op Ten Napel, Poelmann en (voorheen) Hugo Walker. ,,Ze stralen vertrouwen uit. Hun opvolgers – dat geldt ook voor Mart Smeets – komen eraan, lees je elk jaar in De Telegraaf. Die opvolgers zijn als het RTL-nieuws voor het NOS Journaal: dat houdt de concurrent een spiegel voor, maar verdringt het niet.''

Of ze nu in dienst zijn van een commerciële of publiek omroep, voetbalcommentatoren zijn volgens Kooke per definitie controversieel. Ze werken in de openbaarheid en worden nauwlettend gevolgd door hun `klanten': de televisiekijkers. Kritische e-mails waarin kijkers oproepen een `waardeloze commentator van een wedstrijd te halen of hem onmiddellijk te ontslaan', belanden wel eens op de redactieburelen van de NOS, vertelt Grueter. ,,Een voetbalcommentator roept tegengestelde reacties op.''

Neem bijvoorbeeld de in het verleden populaire Hugo – `Komt dat schòòòt!' – Walker en de soms verguisde Ten Napel.

Walker had een geheel eigen, uitbundige stijl en kon de kijker meeslepen met zijn taalvondsten, die onder zijn fans bekend staan als `Walkertjes'. Walker kon een bal het doel in praten en veroverde de harten van zijn publiek met oneliners als `Keepertje, keepertje toch', `Gaat zo'n bal erin, is het een goal' en 'Had ik persoonlijk heel anders gedaan'.

In schril contrast met Walkers populariteit staat de actie `Evert ten Napel op de brandstapel' die Beau van Erven Dorens in 1998 voerde op Talkradio. De luisteraars leverden ongezouten kritiek op het commentaar van Ten Napel tijdens het WK in Frankrijk, waar Nederland vierde werd. Ten Napel werd onder meer gekwalificeerd als `een landverrader', `een meelijwekkende herhaler van loze feitjes' en `een waardeloze commentator'. Eén luisteraar turfde tijdens dat WK ruim zestig keer Ten Napels uitspraak `de messen zijn geslepen' en constateerde dat scheidsrechter en spelers volgens Ten Napel voortdurend `hun visitekaartje' afgaven.

Ten Napels vakbroeders Poelmann en Kuiphof zijn ook niet altijd bejubeld. Poelmann kreeg kritiek op zijn lange zinnen, waardoor sommige kijkers naar eigen zeggen in slaap vielen. En Kuiphof kreeg de lachers op zijn hand door zijn uitspraak van de naam van de legendarische Feyenoord-spits Ove Kindvall. ,,Er kwam een golf van reacties los toen ik Kindvall op z'n Zweeds Tsjientvoll ging noemen'' , blikt Kuiphof met een glimlach terug. Een deel van het publiek noemde Kuiphof sindsdien wel schertsenderwijs `Tsjuiphof'. ,,Tsjuiphof en Tsjientvoll in de Tsjuip.''

Veel minder controversieel was Reitsma. Afgezien van kritische kanttekeningen van kijkers die zijn commentaarstijl `gortdroog' en `te feitelijk' vonden, is Reitsma nooit afgebrand. Reitsma ontving dit jaar als blijk van waardering voor zijn lange loopbaan de Ere-Zilveren Nipkow-schijf. De `haviksogen' van de commentator, die vanaf 1978 tot 2002 alle WK-finales versloeg, worden in het begeleidende juryrapport geprezen. ,,Reitsma viel zelden of nooit op fouten te betrappen. Hoog in de nok van een Mexicaans stadion gezeten zag hij meteen dat Maradona hands maakte toen hij voor Argentinië scoorde in de kwartfinale van het WK 1986 tegen Engeland'', meldde de jury.

Al voor de herhaling wist Reitsma dat de hand van God, zoals Maradona later toegaf, het doelpunt had gemaakt. Ook de beruchte fluim van Frank Rijkaard op het hoofd van Rudi Völler bij het WK van 1990 was Reitsma niet ontgaan. ,,Ik bekeek die wedstrijd op een hotelkamer in Rome en belde gelijk naar Hilversum om te vragen of de commentator (Poelmann) het spugen ook had gezien.''

In het bezit van de Nipkow-schijf en geprezen door jongere collega's blijft Reitsma nuchter, geheel volgens zijn commentaarstijl. ,,De commentator heeft een ondersteunende rol. Hij moet waarnemen, over informatie beschikken en kennis van zaken hebben. Hij moet méér zien dan de kijker'', zegt Reitsma.

Geen collega die hem zal tegenspreken. Ook niet als het gaat om zijn voorbereiding. Reitsma verricht naar eigen zeggen heel wat ,,huiswerk''. Dat herinnert oud-speler van Volendam en Ajax Keje Molenaar, die Reitsma waardeert om zijn vakkundigheid en ,,koele, neutrale'' stijl, zich nog heel goed. ,,In het seizoen '77/'78 kwam Reitsma in de regen naar een training kijken om informatie te verzamelen. Ik was nog een groentje, en was erg onder de indruk van zijn commentaar. `Wat een professional', dacht ik.''

Molenaar, nu werkzaam als advocaat, is ook goed te spreken over Poelmann. ,,Hij had een mooie stem, durfde wat te zeggen en had een droge humor. Snoeks is verbaal bijzonder sterk. Hij heeft verstand van voetbal en heeft ook humor'', vindt Molenaar. Voetbalverslagen bij de commerciële zenders noemt hij ,,tenenkrommend''. ,,Gelukkig doet de NOS het EK, want daar zitten nog goede mensen. Het commentaar bij SBS vind ik beneden peil. Dat populaire gedoe heeft niets met journalistiek te maken. Een commentator moet informatie verzamelen en objectief zijn.''

Reitsma constateert dat zijn vak anders is geworden. ,,Een belangrijke verandering is het gebruik van meer camera's. De kijker krijgt in een stille periode van de wedstrijd veel herhalingen. Als verslaggever moet je de monitor in de gaten houden én de dingen die buiten beeld gebeuren.'' Zijn voormalige NOS-collega Poelmann stoort zich eraan dat commentatoren meer en meer naar hun monitor kijken, in plaats van naar het veld. ,,Als die trend zich doorzet, is dat half en half een verkrachting van het vak. Je moet de kijker het overzicht bieden dat hij zelf niet heeft, je moet dingen toevoegen'', zegt Poelmann.

Neutraliteit betitelt hij als ,,een vanzelfsprekend uitgangspunt'' van het vak. ,,De wedstrijd zelf is amusement, maar een commentator is geen vertegenwoordiger. Anders wordt het een aflevering van `Te land, ter zee en in de lucht'. De wedstrijd moet zichzelf verkopen, anders kun je er net zo goed een ceremoniemeester bij zetten.''