Conlon weg bij de Opéra

James Conlon, de Amerikaanse dirigent die tussen 1983 en 1991 de chef-dirigent was van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, vertrekt eind juli als chef-dirigent en artistiek adviseur van de nieuwe Bastille Opéra in Parijs. Conlon heeft dan, na acht afscheidsvoorstellingen met Verdi's Otello en een concertante uitvoering van Bartóks Hertog Blauwbaards burcht in de oude Opéra, het `Palais Garnier', negen jaar de Parijse Opéra geleid. Dat is langer dan al zijn voorgangers sinds 1939. Conlon dirigeerde de afgelopen jaren 357 voorstellingen van 32 opera's. In 2002 kreeg Conlon als dank voor zijn werk bij de Opéra het Legioen van Eer van de Franse president Chirac.

James Conlon vertrekt tegelijk met artistiek directeur Hugues Gall, die hem had aangesteld. Galls opvolger, de Belg Gerard Mortier, zal geen opvolger aanstellen maar in het komende seizoen werken met zeven `permanente chefs'. Mortier was eerder de zeer succesvolle intendant van de Brusselse Opera en leidde daarna op even ambitieuze als controversiële wijze de Salzburger Festspiele.

Conlon, die van 1989 tot 2002 ook Generalmusikdirektor was in Keulen, gaat naar de Verenigde Staten terug als leider van het Ravinia Festival. Hij is al vijfentwintig jaar verbonden aan de Metropolitan Opera in New York, maar wil minder opera dirigeren en meer concerten leiden, al kan hij zich niet voorstellen in de toekomst niet meer in Frankrijk op te treden.