Chirac weer afgestraft

Drie records brak de Franse kiezer gisteren bij de verkiezingen van het Europese parlement. Nooit eerder liet het electoraat, met een voor Frankrijk geringe deelname van 43,5 procent, het zo massaal afweten bij een Europese verkiezing en nooit eerder boekte de PS, de partij van de Franse socialisten, met 29,5 procent van de stemmen, op Europees niveau een zo groot succes. De PC, van de communisten, boekte met 5,2 procent haar laagste `Europese' score.

De parlementaire meerderheidspartij UMP kreeg 16,4 procent van de stemmen. Dat is meer dan bij de vorige Europese verkiezingen (12,82 procent), maar zes punten minder dan bij de regionale verkiezingen van maart. Vertaald naar nationaal niveau krijgt de regering van president Jacques Chirac en premier Jean-Pierre Raffarin daarmee een tweede afstraffing binnen drie maanden. Het centrumrechtse UDF deed het echter met 12 procent van de stemmen goed, net als de partij van de `souverainist' Philippe de Villiers die zeven procent kreeg. Beide partijen maken deel uit van de parlementaire meerderheid.

In totaal leidt verzameld links (socialisten, Groenen en communisten) met 45,3 procent, tegenover 37 procent voor verzameld rechts. Het extreem-rechtse Front National van Jean-Marie Le Pen kreeg tien procent van de stemmen, meer dan bij de vorige Europese verkiezingen, maar zeven punten minder dan bij de regionale verkiezingen.

Heel veel anders ligt het Franse politieke landschap er na de verkiezing van gisteren niet bij, in vergelijking met de regionale verkiezingen van maart. Wel tekent zich duidelijk, zoals De Villiers gisteren opmerkte, een `meervoudig' rechts af. De UMP werd twee jaar geleden opgericht als `machine om te winnen'. Vooral de UDF heeft zich van meet af aan verzet tegen volledige annexatie, een houding die beloond is. Velen concluderen dat de regering-Raffarin nog slechts een draagvlak heeft van zestien procent van de kiezers, de score van de UMP. De UMP vindt echter dat `verkiezingen niet door elkaar gehaald (mogen) worden' en dat de regering bij de laatste parlementsverkiezingen een door een veel bredere laag gesteund mandaat heeft gekregen tot 2007.