Boeren klussen bij met thuisverkoop

Het aantal boeren met neveninkomsten neemt verder toe, terwijl het aantal boerenbedrijven in een steeds hoger tempo daalt. Vooral de verkoop aan de boerderij van eigen producten, caravanstalling en het verhuren van accommodatie voor toeristen zijn in trek. Dat blijkt uit cijfers over 2003 die het CBS vandaag bekendmaakte.

Bijna 5.400 boerenbedrijven verkochten in dat jaar producten aan huis, ruim 1.000 meer dan in 1998. Dat betekent dat de consument bij 6 procent van alle boerenbedrijven boodschappen kan doen. Het meest gangbaar is de aardappelverkoop: op bijna 2.000 boerderijen kunnen aardappelen worden gekocht. Bijna 14 procent van de tuinbouwbedrijven doet aan thuisverkoop, bij akkerbouwers en veehouders gebeurt het minder.

Veehouders zijn vooral actief in het stallen van caravans. Zij maken het merendeel uit van de 4.000 bedrijven met stallingsmogelijkheden, ruim 2.000 meer dan in 1998.

De derde bron van neveninkomsten is het agrotoerisme. Op bijna 2.500 boerderijen zijn overnachtingsmogelijkheden, vooral in Zeeland. Bijna 9 procent van de Zeeuwse boeren verhuurt op de boerderij ruimte voor toeristen.

Zowel in 1998 als in 2003 is binnen de landbouwtelling gevraagd naar enkele vormen van verbrede landbouw, waarbij de nadruk ligt op activiteiten die niet binnen de landbouw vallen, maar wel aansluiten bij de landbouw en de beschikbare productiemiddelen. In 1998 was het voor de boeren niet verplicht deze vragen in te vullen, in 2003 wel.