Wie heeft hier de leiding?

Maandag debatteert de Tweede Kamer over de `graaicultuur' op het ministerie van OCW. Deze week stapte staatssecretaris Nijs van Onderwijs op na openlijke kritiek op minister Van der Hoeven en haar eigen ambtenaren. Zijn het incidenten of is er meer aan de hand? Portret van een departement in de greep van de onmacht.

Ze klitten samen in fonkelnieuwe ziteilanden op de gang. Ze eten hun boterham in het restaurant op de vijftiende verdieping, van waaruit je op heldere dagen de zee kunt zien. Het onderkomen in de Haagse Hoftoren is nieuw, maar bij een bezoek aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) valt direct de kantoorsfeer op. Koffieautomaten, ambtenaren in jasje-dasje, hier en daar een trui. `OCW, in een ander daglicht / een ander vergezicht', dichtte de woordvoerder van de minister op de laatste nieuwjaarsreceptie.

Maar dit is óók het ministerie waar afgelopen week een staatssecretaris vertrok na kritiek op het functioneren van haar meerdere, de minister. Waar in vier jaar tijd 38 topambtenaren opstapten, terwijl er dertig van zulke plekken beschikbaar zijn. Waar het afgelopen jaar 7,5 miljoen euro aan interim-managers werd uitgegeven – meer dan op ieder ander ministerie. Waar, aldus de Algemene Rekenkamer, de beloning van topambtenaren in strijd is met de regels. Dat is wat `verontruste ambtenaren' drie weken geleden in een brandbrief aan de Tweede Kamer bestempelden als ,,graaien uit de ruif voor miljoenen euro's aan gemeenschapsgeld''. De vermeende zelfverrijking wordt op dit moment door twee partijen onderzocht.

Apollo is de zoon van Zeus. In de Griekse mythologie is hij de god van de kunst en de wetenschap. Maar ook de god van de genezing. En dat maakt zijn naam geschikt voor het nieuwe `verbeterproject' op OCW. Want het ministerie is ziek. Aldus de hoogste ambtenaar op het departement, Koos van der Steenhoven, in zijn `100-dagen-speech' van 10 december 2003.

De nieuwe secretaris-generaal had flink om zich heen gekeken en veel mensen gesproken. Zijn conclusie: er is veel mis op het departement. Onvoldoende sturing van bovenaf, onduidelijke taakverdeling, slechte samenwerking. Van der Steenhoven tegen zijn ondergeschikten: ,,In zo'n cultuur kun je het nooit goed doen. In zo'n cultuur kom je nooit goed tot je recht. In zo'n cultuur kun je van alles proberen. Maar als het schort aan samenwerking, aan leiderschap en aan zicht op de buitenwereld, dan zakken de mooiste initiatieven weg in een grijze brij van onmacht.''

Operatie Apollo zou het departement beter maken. Binnen vier jaar het `best werkende ministerie', is de ambitie. Nu is het nog het ministerie waar ambtenaren het minst graag werken, blijkt uit onderzoek. De 1.400 medewerkers van OCW moesten vooral niet cynisch doen over deze vijfde reorganisatie in tien jaar tijd, na Sprong, Van 7 naar 30, Kwaliteitsslag en Rekenschap. Ze zouden tot een hecht team worden gesmeed, met één opdracht en een groot geloof in de toekomst. Van der Steenhovens missie zou pas geslaagd zijn als de ambtenaren zich veilig voelen omdat ze weten dat ze fouten mogen maken, en leren van die fouten. De secretaris-generaal sloot zijn speech af vol optimisme: ,,Vanaf nu kan het alleen maar beter worden.''

Maar nee. Een half jaar later stapelen de affaires op het departement met de meeste uitgaven (jaarlijks ruim 23 miljard) zich nog steeds op. Dinsdag velde de rechter een oordeel over drie oud-ambtenaren van OCW die waren aangeklaagd voor het vervalsen van facturen in een zakelijk conflict tussen het ministerie en Jamby, een internetbedrijf van Adam Curry. De rechter sprak hen vrij omdat ze volgens hem hadden gehandeld in opdracht van hun meerdere, directeur-generaal Jan Vrolijk die 1 juni met pensioen is gegaan. Hij voegde eraan toe dat het openbaar ministerie ook Vrolijk had kunnen vervolgen.

Dinsdagavond legde de Tweede Kamer staatssecretaris Nijs (VVD) het vuur na aan de schenen over een interview in Nieuwe Revu. Daarin zei ze onder meer dat minister Van der Hoeven (CDA) ,,een politiek spel speelt'', waarvan zij ,,gelukkig geen last'' heeft. ,,Ik blijf iedere keer hopen dat ze me zal gaan vertrouwen.'' Ook ambtenaren dwarsboomden haar, vertelde ze de interviewers. ,,Neem mijn tas. Elke avond ga ik naar huis met een tas. Minimaal 80 procent van de stukken in die tas moeten dossiers en rapporten zijn waarom ik heb gevraagd. Maar ik zat voor 80 procent met stukken waar ik niet om had gevraagd.'' Nijs nam in het Kamerdebat geen woord terug van het interview en trad de volgende dag af. Waardoor de Tweede Kamer genoodzaakt was de behandeling van een ander hoofdpijndossier van het departement tot maandag uit te stellen: de anonieme brief van de `verontruste ambtenaren' over de graaicultuur.

Dat er iets mis is met de bestuurscultuur op het ministerie van Onderwijs is duidelijk. Maar wat is het, en hoe lang is het al mis? Wat moet er veranderen? Secretaris-generaal Van der Steenhoven, verantwoordelijk voor de reorganisatie, wilde de krant niet te woord staan. We spraken met ambtenaren die jarenlang op het ministerie werkten. De meeste van hen zijn inmiddels vertrokken, maar hebben in hun huidige werk nog wel met het ministerie te maken. Velen deden graag hun verhaal, niet iedereen wilde met naam geciteerd worden. Een aantal onderwerpen kwam steeds ter sprake.

De vier kwalen van OCW:

Duiventil

Sinds 2000 keerden 38 topambtenaren het ministerie de rug toe, ambtenaren met een salaris van schaal 16 of hoger (maximaal 6.650 euro per maand). OCW heeft er op dit moment circa dertig in dienst. Sommigen gingen vrijwillig, anderen moesten weg, zoals Peter Weeda. Hij was vanaf 1997 directeur-generaal beroepsonderwijs, tot hij in 1999 in conflict kwam met de leiding van het departement en onverwacht moest vertrekken. Nu is hij directeur van Vektis, het informatiecentrum voor de zorgverzekeraars. Weeda: ,,Er is op het ministerie een machtsvacuüm ontstaan. Ambtenaren aan de top blijven bijna nooit lang en krijgen geen greep op het departement.''

Roel in 't Veld was in de jaren tachtig directeur-generaal hoger onderwijs, begin jaren negentig kortstondig staatssecretaris. Nu is hij hoogleraar bestuurskunde. Hij zegt: ,,Er wordt geen richting gegeven, geen lijn uitgezet. Directeuren en directeuren-generaal wisselen elkaar in duizelingwekkend tempo af. Politieke leiding is er niet. En door het gebrek aan politiek leiderschap kan ook de ambtelijke top geen sturing vinden.''

Het verloop begon eind jaren negentig, zegt Ankie Verlaan, lid van het gezamenlijk college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam. Verlaan werkte van 1985 tot 1997 op het ministerie,in de laatste periode als plaatsvervangend directeur voortgezet onderwijs. Ze zag de ambtenaren vertrekken en de samenstelling van het achterblijvende personeel veranderen. ,,Vanaf die tijd werd het gebruik om mensen van buiten het onderwijs te halen voor de topfuncties.''

Stroomde in de jaren zeventig het departement nog vol met bevlogen onderwijzers die zich lieten inspireren door de vernieuwingsidealen van minister Jos van Kemenade, medio jaren negentig raakte die groep op de achtergrond. Verlaan: ,,Voorheen waren het vooral alfa's en gamma's, het werden bedrijfskundigen en economen. De kwaliteit van de top liet te wensen over. Zulke mensen runnen de zaak als een snoepjesfabriek, en onderwijs is geen snoepjesfabriek.''

Een andere graadmeter is het verloop in de bestuursraad, het hoogste ambtelijke overlegorgaan van OCW. Daarin ontbreekt continuïteit. Drie van de vier huidige leden – de vijfde post is vacant – traden de laatste drie jaar aan. De voorganger van secretaris-generaal Van der Steenhoven, Harm Bruins Slot, stapte al na drie jaar over naar zijn huidige functie als hoogste baas van de publieke omroep. Dat hij anderhalf jaar na zijn aantreden al solliciteerde naar de post van commissaris van de koningin in Overijssel, kwam zijn gezag op het ministerie niet ten goede. Met het recente vertrek van directeur-generaal Jan Vrolijk is de uittocht van de oude garde compleet.

Roelof de Wijkerslooth, directeur-generaal wetenschappen van 1991 tot 2000 en nu collegevoorzitter van de Universiteit Nijmegen, noemt het ,,de tragiek van OCW''. Goede ambtenaren verlieten OCW om op andere ministeries te gaan werken, en er kwamen nauwelijks goede mensen voor terug. ,,Medewerkers van OCW zijn een exportproduct. De Algemene Bestuursdienst, de vacaturebank voor topambtenaren, mag wel eens iets terugdoen voor OCW. Ze halen er mensen vandaan, maar geven niets terug.''

Onveilig gevoel

Een van de redenen om af te treden, vertelde staatssecretaris Nijs de verzamelde pers woensdag, was dat ,,een gevoel van onzekerheid aan mij bleef knagen''. De opstelling van minister Van der Hoeven op de ochtend van het aftreden gaf weinig reden tot vertrouwen, aldus Nijs. Als de staatssecretaris zich al niet thuisvoelt op haar werkplek, hoe zal het dan zijn voor de gemiddelde ambtenaar? De `verontruste ambtenaren' stapten niet naar een vertrouwenspersoon uit vrees voor hun baan. Uit de brief: ,,Iedereen, die deze zaken heeft aangebracht bij de top, is `vrijwillig' d.m.v. een arbeidsconflict verdwenen.''

Een medewerker van het facilitair bedrijf, die niet met zijn naam in de krant wil, bevestigt dat ambtenaren een gevoel van veiligheid missen. ,,Mensen zijn overgeleverd aan de willekeur van hogergeplaatsten.'' Hij zegt het nog preciezer: ,,We bevestigen alle afspraken die we met leden van de bestuursraad maken, altijd schriftelijk, ook al gaat het over de beschikbaarheid van een dienstauto. Anders krijgen we achteraf de schuld dat het niet goed geregeld was. Medewerkers gaan in zo'n sfeer risicomijdend gedrag vertonen.''

Meer dan op andere departementen koestert OCW de formele hiërarchie. Dat zie je bij algemene overleg in de Tweede Kamer, zegt Peter Weeda. Naast de minister zit de secretaris-generaal, daarnaast de directeur-generaal, daarnaast de directeur, en dan pas de ambtenaar die inhoudelijk het best op de hoogte is.

De medewerker van het facilitaire bedrijf geeft nog een voorbeeld. Toen hij nog op een ander ministerie werkte, ,,lapte de secretaris-generaal het rookbeleid aan zijn laars, en rookte tijdens vergaderingen. Iemand zei er wat van, en morrend hield hij ermee op. Bij OCW is het ondenkbaar dat een ondergeschikte er überhaupt iets van zegt. Elders zijn de topmensen zich veel beter bewust van hun voorbeeldrol.''

Neem de eerder genoemde Jamby-zaak: de aangifte tegen de inmiddels vrijgesproken ambtenaren was afkomstig van voormalig secretaris-generaal Bruins Slot. Bijna alle gesprekspartners roemen de integriteit en loyaliteit van de voormalige hoofdverdachte, en kunnen zich niet voorstellen dat minister Hermans en directeur-generaal Vrolijk niet van de zaak op de hoogte waren, zoals zij zelf claimen. In 't Veld: ,,Deze ambtenaren zijn door Hermans en Vrolijk in moeilijkheden gebracht. Zonder opdracht van bovenaf zouden zij zich nooit bezig hebben gehouden met het zetten van valse data op facturen.'' Door tegen het eigen personeel aangifte te doen, een beleidsdaad van de huidige minister, geeft de top volgens In 't Veld een signaal aan het personeel af: ,,Onderneem maar niets meer, want wij dekken je niet meer. Waarom vertrekken zoveel ambtenaren bij OCW? Talentvolle ambtenaren voelen zich niet meer veilig. Als je op je werk van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat het idee hebt dat je geen fouten mag maken, zonder dat je weet wat fout is, lijdt je eergevoel daaronder.''

Maar ook tussen de directies woedt strijd. Iedere ambtenaar kent de kloof tussen de drie `kolommen' basis- en voortgezet onderwijs, hoger en beroepsonderwijs en cultuur. ,,Er heerste een enorme vechtcultuur'', zegt de Rotterdamse bestuurskundige Walter Kickert, in de jaren tachtig als ambtenaar onder meer betrokken bij de directie hbo. En die bestaat nog steeds, zegt de hoogleraar, tevens auteur van het boek Verhalen van verandering, over de cultuur op verschillende departementen. ,,Directies proberen elkaar voortdurend af te troeven. Als je een vergadering uitkomt, moet je je vingers natellen.'' Meestal, zegt hij, is de inzet: geld. ,,Vergeet niet dat er jarenlang bezuinigd is op het ministerie. Nu gebeurt dat ook weer. Dat betekent dat iedereen nog harder voor zijn eigen eilandje vecht.''

Zachte regels

Regels zijn er om te verzinnen, niet om te controleren. Dat lijkt het motto van het ministerie van Onderwijs. Ze maken is het probleem niet: ondanks een lichte afname publiceert het ministerie elk jaar nog steeds een paar honderd circulaires. Meer moeite heeft het departement met het vooraf inschatten van de gevolgen van die regels én de controle achteraf. Beleidsdirecties en de departementale accountantsdienst, schrijft de Algemene Rekenkamer in februari 2003, hebben hier nooit veel interesse voor gehad. En als accountants een geval van misbruik tegenkomen, leggen zij vrijwel nooit straf op. ,,Bij geconstateerde onregelmatigheden wordt slechts overleg gevoerd'', zegt Peter Weeda. ,,Regels zijn vaak te ingewikkeld. En als regels niet blijken te werken, dan worden extra regels verzonnen.''

Op die manier, vertelt André Kuperus, kon begin jaren negentig een affaire ontstaan die nu de hbo-fraude heet. Kuperus, die jarenlang ambtenaar was op OCW, was tussen 1988 en 2000 verantwoordelijk voor de subsidieregels voor hogescholen. Na een conflict met zijn directeur Kuperus verweet hem ,,minachting voor de wet'' omdat hij subsidiebrieven te traag zou versturen werd hij in april 2000 op non-actief gesteld.

Zeer geregeld werd Kuperus gebeld door hogescholen die winstgevende mogelijkheden hadden ontdekt in de wet en toestemming vroegen om deze te gebruiken. ,,De relatie met het onderwijsveld is heilig op OCW. De instellingen weten dat en zagen er ook het spelelement van in. Kijken hoe ver je kunt gaan.'' In zes weken kon een hogeschool buitenlandse studenten opleiden en toch voor 4,5 jaar overheidssubsidie krijgen. Scholen ruilden studenten die na hun studie een vervolgopleiding gingen doen. Voor de subsidieregels is dan weer sprake van een nieuwe student. Wie na zijn studie op dezelfde school blijft levert geen subsidie op. Kuperus kaartte de kwestie bij zijn meerderen aan. ,,Maar keer op keer kreeg ik te horen: André, daar gaan we toch geen ruzie met de hogescholen voor riskeren?''

Voormalig directeur-generaal Weeda, in 1997 op het departement terechtgekomen, zegt: ,,Die hbo-fraude was gewoon bekend op het ministerie.'' Hij schrok toen hij zag hoe hogescholen subsidieregels in hun voordeel uitlegden. ,,We werden meer en meer de speelbal van belangengroepen'', zegt hij. ,,De Hbo-raad [waarin de hogescholen zijn verenigd, red.] had veel meer kennis dan het ministerie.'' In de OCW-begroting van 1998 liet Weeda de passage opnemen dat er maatregelen genomen moesten worden om ,,excessieve bekostiging'' in het hoger onderwijs tegen te gaan. Toch kreeg hij het onderwerp intern niet op de agenda.

Pas in november 2001, toen een voormalig hogeschooldirecteur de Tweede Kamer en de pers inlichtte over zes hogescholen die miljoenen incasseerden door Vlaamse studenten onderling `rond te pompen', ondernam de top van het departement actie. De accountantsdienst trof bij de hogescholen een misbruik aan van 29,3 miljoen euro. Volgens een vervolgonderzoek van de commissie-Schutte bedraagt het totale misbruik in het hoger beroepsonderwijs zeker 58,4 miljoen euro. Ook Schutte, oud-fractievoorzitter van het GPV in de Tweede Kamer, hekelde de slechte naleving door het ministerie van de regels. Kort na de presentatie van Schutte's eerste resultaten bleek minister Van der Hoeven zelf bestuurslid te zijn geweest van een `frauderende' hogeschool, de TH Rijswijk. Ze heeft de Kamer moeten toezeggen dat ze de afwikkeling van de hbo-fraude overlaat aan haar collega minister Hoogervorst (Financiën, VVD).

Roel in 't Veld: ,,De kwestie rondom de hbo-fraude typeert de houding van de bewindspersonen op het departement. Regels worden gemaakt zonder visie, en als ze niet worden nageleefd, kijkt het ministerie de andere kant op. Een gesprek in de ambtelijke en politieke top over de dynamiek van regels is daar nooit gevoerd.''

Het is wel geprobeerd. Toenmalig minister Hermans probeerde na zijn aantreden in 1998 beter zicht te krijgen op de doelmatigheid en fraudegevoeligheid van regels. Zijn spreuk was: ,,We zijn kwetsbaar op geld en regels.'' Daarom benoemde hij directeur financieel-economische zaken Piet Scholten in 2000 tot buitengewoon lid in de bestuursraad. Scholten, een ambtenaar met 26 jaar OCW-ervaring, zou in een soort waakhondfunctie zowel de departementale regels als de naleving ervan controleren.

De benoeming van Scholten zette de verhoudingen in de bestuursraad op scherp. De meeste directeuren-generaal wilden niet dat de macht van Scholtens directie nog groter zou worden. Scholten stelde sinds 1999 in interne notities de hbo-fraude aan de kaak. Het misbruik met subsidieregels wilde hij op de agenda van de bestuursraad zetten, maar de andere leden staken daar een stokje voor. Scholten verliet, op aandringen van secretaris-generaal Bruins Slot, het departement na een conflict in de bestuursraad.

Dure adviseurs

Omdat ervaren ambtenaren verdwijnen, koopt OCW de laatste jaren steeds meer kennis in. Tussen 2001 en 2003 steeg het bedrag dat het ministerie aan externe medewerkers besteedde van 14 naar 43 miljoen euro – een verdrievoudiging in twee jaar tijd. Het ministerie wijst erop dat de ministeries van Volkshuisvesting en Financiën daar nog boven zitten. Bovendien zouden de verhuizing van het ministerie van Zoetermeer naar Den Haag én het onderzoek van de commissie-Schutte het beeld vertekenen.

Maar bij nadere bestudering van de cijfers blijft OCW de kampioen interim-management. Alle ministeries samen besteedden hier in 2003 12,9 miljoen euro aan. Tweederde van dat bedrag, 7,5 miljoen euro, was voor rekening van OCW, blijkt uit het sociaal jaarverslag 2003 van het rijk, opgesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarnaast gaf OCW vorig jaar nog eens 2,5 miljoen euro uit aan organisatie-advies, eveneens het hoogste bedrag van alle ministeries. Volgens Ankie Verlaan zijn al die consultants funest voor de organisatie. ,,Die lui verzinnen altijd weer een nieuwe reden om hun contract te verlengen.''

Sinds 2000 maakte OCW gebruik van maar liefst 98 bureaus voor organisatieadvies en interim-management, meldt het ministerie desgevraagd. Opvallend aanwezig, zeggen veel ambtenaren, was tot voor kort vooral CBE Group van Pim Pollen. De huidige plaatsvervangend secretaris-generaal, Diane Keizer-Mastenbroek, kwam bij het ministerie binnen via de headhunters van CBE. De directeur onderwijs van CBE, Olaf McDaniel, werkte tot acht jaar geleden op het departement. Het bureau voerde in de periode juni 2001-december 2003 projecten uit voor in totaal 5.574.642 euro. De gemiddelde uurprijs van consultants bij deze projecten was 173 euro. Pollen bestrijdt dat hij duur is: ,,Een consultant is goedkoper dan een ambtenaar met wachtgeld, dat vergeten mensen altijd.''

Volgens Pollen verschilt de situatie bij het ministerie van Onderwijs niet fundamenteel van die bij de andere departementen waar hij voor werkt. Het is, zegt hij, een ,,transparante organisatie'' en met name Bruins Slot heeft ,,uitstekend werk'' verricht.

Sinds in 1997 `verbeterprojecten' begonnen, zagen ambtenaren op Onderwijs de ene na de andere adviseur langskomen. Zo huurde het departement acteur Gerard Cox in, en klinisch psycholoog Wim Wolters. Verlaan: ,,Ambtenaren horen sinds die tijd van types die niks met onderwijs te maken hebben dat ze het niet goed doen. Daar worden ze niet vrolijk van.''

Sprong was zo'n reorganisatie. Secretaris-generaal Bruins Slot vroeg de externe arbeidspsycholoog Langkamp om de bestuurscultuur radicaal te veranderen. Lagere ambtenaren moesten zich beter verdiepen in `het veld' en integer handelen. Topambtenaren moesten de hei op, discussiëren over `leiderschap' en wie daar wel of niet in paste. Die discussie werd zo uitputtend gevoerd, vertellen diverse oud-ambtenaren, dat de onderwijsinhoud volledig van de agenda verdween. ,,Begonnen we een vergadering over de invoering van het onderwijsnummer, zaten we na een uurtje wéér te praten over ons eigen functioneren'', zegt een anonieme oud-topambtenaar. Ambtenaren grapten al snel dat het ministerie met Sprong een eigen Greet Hofmans binnen had gehaald.

Sprong liep vast. De Algemene Rekenkamer constateerde vorig jaar dat Sprong, alle dure expertise ten spijt, ,,feitelijk stil'' ligt. En dat is niet alles. Bij het project, bedoeld om de ambtelijke integriteit te bevorderen, zijn volgens het Rechtmatigheidsonderzoek 2002 van de Rekenkamer Europese aanbestedingsregels geschonden. Het project was met 3,4 miljoen euro zo groot dat dat nooit zomaar aan één partij gegund had mogen worden, aldus de Rekenkamer.

Ankie Verlaan vindt dat het departement te veel externe consultants binnenhaalt die bovendien het verkeerde voorbeeld geven, zonder dat de leiding dat corrigeert. ,,Ik ben niet verbaasd door die brief over een graaicultuur. Zo'n consultant loopt rond in een dure leren Italiaanse jas. Dan denk je als ambtenaar: waarom hij wel en ik niet?''

In het rapport over het jaarverslag 2003 van OCW constateert de Rekenkamer dat 1,4 miljoen euro is gemoeid met fouten in de personele kosten. Behalve ten onrechte toegekende vergoedingen gaat het ,,om het doorbetalen van salaris en vergoedingen aan personen die (reeds meerdere jaren) geen arbeidsprestatie leveren''. Een deel van de vertrokken topambtenaren is na vertrek bij OCW voor zichzelf begonnen als consultant, en vervolgens weer binnengehaald. En dan was zo iemand niet twee keer zo duur, maar vier keer zo duur, zegt Roelof de Wijkerslooth. Zo werd de wetgeving voor de invoering van het vmbo twee jaar lang tegen consultantstarief voorbereid door een voormalig ambtenaar.

De opmerking van de Rekenkamer verwijst ook naar ambtenaren die om welke reden dan ook op non-actief zijn gesteld, of gewoon van baan zijn veranderd, en toch hun privileges behouden. Volgens de medewerker van het facilitaire bedrijf bestaan daarvoor allerlei informele regelingen waarover niets op papier staat.

Toen Peter Weeda directeur-generaal werd, kreeg hij een tekengeld van circa 35.000 euro omdat hij `van buiten' kwam en had hij een jaarsalaris dat ongeveer 18.000 euro hoger lag dan dat van toenmalig minister Ritzen. Ook had hij recht op een auto met chauffeur. Met het `bewust beloningsbeleid' deelde het ministerie jaarlijks extra's uit, ook aan Weeda.

Toen Weeda in 1999 op non-actief werd gesteld, kreeg hij twee jaarsalarissen als gouden handdruk mee. ,,Het departement schuift soepel met ambtenaren, maar vaak heeft het juridisch geen poot om op te staan. Dan is het doorbetalen van ambtenaren een makkelijke oplossing.''

Kan Van der Hoeven deze mentaliteit keren? Peter Weeda: ,,In de Tweede Kamer doet zij haar werk goed, maar zij kent haar departement niet. Ambtenaren zijn doorgaans heel loyaal, maar zien op cruciale posities mensen komen en gaan.'' Roel in 't Veld: ,, Het departement heeft bewindslieden nodig die politieke sturing geven, dat ontbreekt bij haar. De duur uitgevallen verhuizing van de minister naar een andere kamer in de Hoftoren bevestigt bij ambtenaren wat zij al dachten: hier is een Maastrichtse ponteneur aan het werk.''

Het is woensdagochtend, half tien. Minister Van der Hoeven, de staatssecretarissen Nijs en Van der Laan en secretaris-generaal Van der Steenhoven spreken het personeel toe na een verhit debat in de Tweede Kamer de avond ervoor. Honderden ambtenaren staan te luisteren in de hal van de Hoftoren. De ruzie tussen de staatssecretaris en de minister is uitgepraat, is de boodschap, excuses zijn gemaakt. ,,Laten we er nu samen de schouders weer onder zetten'', zegt de minister.

Dan verdwijnt staatssecretaris Nijs. Een paar uur later blijkt dat ze het departement heeft verlaten voor een gesprek met de VVD-top. Ze besluit alsnog haar ontslag in te dienen bij de koningin.

De ambtenaren horen het van de nieuwslezer op de radio. De minister wordt gebeld door haar collega Zalm.

Het ministerie huurde acteur Gerard Cox in om de sfeer te verbeteren

OCW besteedde 7,5 miljoen aan interim-managers – meer dan elk ander ministerie