We schieten er expres vlak naast

De risico's voor de militairen in Irak zijn volgens het kabinet aanvaardbaar. Toch hebben de soldaten in de provincie Al-Muthanna beroerde weken achter de rug. En niet alle incidenten halen het nieuws.

La Hallak, roepen de kinderen soms tegen de Nederlandse patrouilles, `ga toch naar huis'. De Nederlanders vatten het niet al te serieus op. ,,Ik beschouw het als vriendschappelijk'', zegt majoor Ton Witkamp, commandant van het B-team in het Iraakse provinciestadje Ar Rumaytah erover. ,,Meestal zeggen wij: ga zélf naar huis.''

De komende maanden zullen de lange Nederlandse soldaten met hun zware vesten en bepakking nog wel even te zien zijn in de straten van Ar Rumaytah. Het kabinet besliste gisteren dat de Nederlandse bijdrage aan de stabilisatiemacht SFIR, zo'n 1.350 militairen, met acht maanden wordt verlengd. Ondanks de aanslagen de afgelopen weken op de Nederlandse militairen vindt het kabinet de risico's die aan de missie verbonden zijn `aanvaardbaar'. Maar het sluit niet uit dat de spanning in de aanloop van de soevereiniteitsoverdracht van de Amerikanen en de Britten aan de Iraki's op 30 juni zal oplopen.

Op de basis van het B-team van het 42ste bataljon Limburgse Jagers in Ar Rumaytah wordt op een groot bord de alert state deze morgen aangegeven als `medium'. Dit betekent dat er sprake is van een `een verhoogde, maar geen specifieke dreiging', zo leert nadere bestudering: `Dit kan het gevolg zijn van incidenten'. Behalve `medium' is er de status `low' en `high'. High wordt afgekondigd `wanneer er een onmiddellijke dreiging bestaat'.

Op de stoffige bazaar van Ar Rumaytah vertaalt de alarmfase `medium' zich vooral in vriendelijk lachende Irakezen. Zwetend uit alle poriën, maar uiterlijk ontspannen manoeuvreren luitenant Dirk Morskink en zijn mannen door kraampjes met stinkende vis en schapenvlees, dat bij 45 graden in de schaduw zwart ziet van de vliegen. Via de tolk knoopt Morskink hier en daar een praatje aan. Twee Irakese mannen laten enthousiast een lokale krant zien met een foto van Kluivert en Seedorf: Nederland-Ierland 0-1. ,,Onze verdienste'', zegt luitenant Morskink later, ,,is dat we het hier weer rustig hebben gekregen. Dat we het niet hebben laten escaleren.''

Ar Rumaytah is nog niet zo lang weer rustig. De Nederlanders in de provincie Al-Muthanna hebben een paar beroerde weken achter de rug. Gevechten tussen de Amerikanen en de militie van de radicale sjiïtische geestelijke Muqtada al-Sadr in Karbala en Najaf hebben ook repercussies gehad in de nogal afgelegen `Nederlandse' provincie aan de grens met Saoedi-Arabië. Twee legerkampen en het kantoor van de coalitie in het centrum van As-Samawah werden met mortiergranaten beschoten. Patrouilles werden onder vuur genomen. Op 10 mei kwam sergeant Dave Steensma om het leven toen twee Irakezen een handgranaat voor zijn voeten gooide. Niet alle `incidenten' van de afgelopen weken haalden het nieuws. Op de avond van de aanslag op Steensma werden de mannen van het B-team in Ar Rumaytah tijdens het inrichten van een wegversperring bestookt met kalasjnikovs, antitankwapens en handgranaten. In het korte vuurgevecht dat volgde, vielen geen gewonden.

,,We hebben twee onrustige maanden gehad'', zegt overste Richard van Harskamp, commandant van het detachement, in zijn tent op het hoofdkwartier van de Nederlanders in As-Samawah. Op 14 en 15 mei leidden provocaties van gewapende Sadr-aanhangers tot een rechtstreekse confrontatie met Nederlandse troepen. Van Harskamp laat op zijn laptop beelden zien van de ongeregeldheden die werden gemaakt door zijn bataljon en een Japanse cameraploeg: demonstrerende, gemaskerde strijders, wapens over de schouder, hangranaten dreigend in opgestoken vuist. En even later: oprukkende Nederlandse soldaten, kogelgaten in de muur (Van Harskamp: ,,we schoten er expres vlak naast'') een pantserwagen die de omheining van het plaatselijke kantoor van de Sadr ramt. Op de ontruiming van het kantoor, vertelt Van Harskamp, volgden nog urenlange schermutselingen in de binnenstad. ,,En daarbij zijn wel wat meer dan twee patronen verschoten'', zegt Van Harskamp koeltjes.

Maar dat was medio mei. De laatste twee weken is de situatie gekalmeerd. Over hoe dat komt, zegt Van Harskamp, ,,kun je een aantal ideeën loslaten''. Zijn eerste gedachte is dat veel Sadr-strijders zich hebben aangesloten bij de `hoofdmacht' in Najaf. Een andere verklaring zou kunnen zijn dat met de nieuwe VN-resolutie over Irak en de naderende soevereiniteitsoverdracht op 30 juni veel Irakezen voorlopig een afwachtende houding aannemen. Of dit zo blijft na 30 juni, is een groot vraagteken, zegt Van Harskamp. ,,Mijn voorspellingen hebben hier een toegevoegde waarde van min 24 uur.''

De mensen in Ar Rumaytha hebben zo hun eigen verklaring over de aanslagen op de Nederlanders. ,,Het waren vreemdelingen'', zegt Abdel Ali Karim, die zich in een menigte naar voren heeft gewurmd om zijn mening te geven. ,,En ze kwamen altijd 's nachts. Want ze weten dat we ze zullen pakken als we ze zien.'' De vele posters met het dreigende gezicht van Sadr in de stad hangen er niet zozeer uit respect voor hém, maar uit eerbied voor zijn vader, een beroemde geestelijke die door Saddam werd vermoord. De Nederlanders, dat zijn ,,vrienden'' – in tegenstelling tot de Amerikanen, die de heilige plaatsen Najaf en Karbala hebben aangevallen. De Amerikanen moeten weg, zegt Abdel Ali Karim. ,,Maar de Nederlanders moeten blijven.''

Zo lijken de Nederlanders nog steeds over een behoorlijk draagvlak te beschikken in Al-Muthanna. De Nederlanders koesteren relaties met de bevolking. Ook na de aanslag op Steensma bleven de helmen af en werd er vriendelijk gezwaaid. Force protection, het beschermen van de eigen troepen, zo zeggen de Nederlandse militairen steeds weer, doe je niet alleen met Apache-gevechtshelikopters – je doet het door het winnen van vertrouwen.

Bij die doctrine pas ook dat de Nederlanders af en toe een stapje terug doen. Tijdens het hoogtepunt van de gevechten tussen Sadr en de Amerikanen lieten de Nederlanders zich even niet zien in de hoofdstraat van Ar Rumaytah, waar opgewonden Irakezen via de televisies in de vitrines van winkels het nieuws volgden. ,,We wilden niet provoceren'', vertelt majoor Ton Witkamp.

Bij het schoonvegen van het Sadr-gebouw is zo terughoudend mogelijk geopereerd, zegt commandant Van Harskamp. Men liet de militieleden eerst hun gang gaan. Er werd urenlang onderhandeld. Pas toen de militieleden wapens begonnen te richten op de Nederlanders werd er ingegrepen – door over de hoofden te schieten.