Waarom moeilijk doen, als het ook retro kan?

Retro staat niet langer voor louter nostalgie, ziet Bernard Hulsman. De draadstoel, het ponykapsel en de nieuwe oude Morris-Mini; al hangen ze aan het verleden, ze zijn onmiskenbaar van nu.

`Retro' stond er in de voorjaarscatalogus van de Bijenkorf bij een cd-speler. Inderdaad leek het afgebeelde artikel eerder te stammen uit de vroege jaren zestig van de 20ste eeuw dan uit het begin van de 21ste eeuw. Niet een klein, zilverkleurig, organisch gevormd object met allerlei minuscule tiptoetsjes was het, maar een flinke, hoekige doos met een robuuste houten omhulling, een kloeke aan- en uitknop en nog een stuk of zes forse drukknoppen op een rij. ,,Hij oogt al decennia oud, maar hij is fonkelnieuw'', stond er dan ook terecht bij.

Retro als aanprijzing is een nieuw stadium in de retro-mode: het begrip retro is nu, misschien wel definitief, ontdaan van de negatieve associatie die het altijd nog een beetje had. Vooral design-, kunst- en architectuurcritici gebruikten het woord tot voor kort louter in afkeurende zin. Voor gemakzuchtige, behaagzieke kunstwerken, gebruiksvoorwerpen en gebouwen die appelleerden aan `foute' nostalgische gevoelens. Maar ook zij hebben retro nu geaccepteerd. Een nieuwe retrostoel van het Nederlandse ontwerperscollectief Moooi, de zogenoemde Carbon Chair, werd door de bespreker van het Volkskrant Magazine onlangs omschreven als `een ode' aan de beroemde draadstoel van Ray en Charles Eames uit 1950. De retro Eames-stoel zou volgens de auteur voor `reuring' gaan zorgen op de Salone Internazionale del Mobile in Milaan, de belangrijkste meubelbeurs van de wereld. Een verwijt over gebrek aan originaliteit, decennialang toch een belangrijk criterium voor critici, ontbrak in dit artikel. Veel Eames-stoelen zijn overigens ook weer in productie genomen en sieren vele directeurkamers en vergaderzalen.

Natuurlijk is retro van alle tijden: er is altijd een markt voor objecten en stijlen die uit een ander tijdperk lijken te komen. Maar er zijn tijden waarin retro niet alleen iets is voor nostalgici met een slechte smaak, maar ook door de cultureel correcte elite wordt geaccepteerd. Zo was het in de negentiende eeuw, de eeuw van de neogotiek en al die andere neostijlen, vanzelfsprekend dat vormgevers teruggrepen op het verleden. Pas tegen het einde van de eeuw begonnen vormgevers en theoretici de neostijlen als een probleem te ervaren: ze vonden dat het nieuwe, industriële tijdperk om een eigen passende moderne stijl vroeg.

JAREN-70 PONY

Nu, aan het begin van de 21ste eeuw, lijkt er opnieuw zo'n onvervalst retro-tijdperk aangebroken. Retro doet zich werkelijk op alle gebieden voor: in vormgeving, popmuziek, eten en films, in architectuur, mode en stedenbouw en zelfs in kapsels. ,,Sterren kiezen massaal voor jaren '70 kapsel'' stond er bijvoorbeeld twee maanden geleden boven een lang artikel in De Telegraaf over Bridget Maasland, Wendy van Dijk, Isa Hoes, Trijntje Oosterhuis, Ilse de Lange en andere vrouwelijke Bekende Nederlanders die allemaal onlangs een jaren-zeventig-pony hadden laten knippen.

In de mode is de retrotrend het duidelijkst. Niet alleen nam sportschoenenfabrikant Adidas een paar jaar geleden het aloude, naar de legendarische tennisser Stan Smith vernoemde model weer in productie; ook Puma en andere merken verkopen weer modellen die uit een oude voorraad in een vergeten pakhuis lijken te komen. `Old skool' is in. ,,De sixties doen van zich spreken'', schreef de Sp!ts onlangs in een artikel over zonnebrillen. ,,De actuele zonnebril met dubbele brug van Stella McCartney (met vlinder op de rand) past goed bij deze stijl.''

STARSKY & HUTCH

Hollywood is al even verzot op dit tijdperk: vrijwel elke populaire Amerikaanse tv-serie uit de jaren zestig en zeventig, van Charlie's Angels tot Starsky and Hutch, is inmiddels omgezet in een bioscoopfilm. In Nederland is het niet veel anders: ook hier maken filmmakers graag remakes van oude tv-series als Ja Zuster Nee Zuster en Pipo de clown en Floris.

In de popmuziek, van oudsher een branche waar producten uit het verleden op inventieve wijze worden hergebruikt, heeft de recycling van de klungelpop van de jaren tachtig nu een aanvang genomen.

De belangrijkste exponent van de nieuwe retro-pop is de Schotse groep Franz Ferdinand, die onder opmerkelijk veel kritische bijval schaamteloos teruggrijpt op deze periode en in zijn clips bovendien het Russische constructivisme uit de jaren twintig van de 20ste eeuw nieuw leven inblaast.

Dat is ook opvallend aan het nieuwe retro: de jaren zestig tot en met tachtig mogen dan populair zijn, het is niet de enige periode waar vormgevers en kunstenaars naar teruggrijpen. Neem de `moderne' architectuur. Er zijn in Nederland de laatste jaren zoveel nieuwe wijken met `jaren-dertig'-woningen verrezen dat er sprake is van een heuse plaag van donkere bakstenen huizen met grote dakoverstekken, erkers en niet al te steile puntdaken met zwarte dakpannen. In de stedenbouw is het inmiddels heel gewoon geworden om terug te grijpen op een nog verder verleden: op veel plekken worden in Nederland vestingstadjes gebouwd, een vorm van stedenbouw die door de voortschrijdende wapentechniek al in de achttiende eeuw achterhaald was.

HIPPIEBUS

Ook de auto-industrie grijpt terug op verschillende perioden uit het verleden. Volkswagen kwam in het vorige decennium met een nieuwe versie van de oerkever uit de jaren dertig. Binnenkort komt de Duitse autofabriek met een nieuwe oude Volkswagenbus, ook wel bekend als de hippiebus. BMW liet enkele jaren geleden een nieuwe BMW Mini ontwerpen die dichter bij het oude Morris Mini-origineel uit de jaren zestig bleef dan de nieuwe kever bij Hitlers Kraft durch Freude-Wagen. En de Amerikaanse autofabrikant Chrysler heeft een ongekend succes op de Nederlandse wegen met de PT Cruiser, die niet een nieuwe versie is van een oud model, maar een soort fantasie-auto uit de jaren vijftig. Ook Fiat heeft plannen voor een retro-model: op de laatste autobeurs in Genève presenteerde deze fabriek een nieuwe versie van de aloude Fiat 500.

Dat retro niet aan een bepaald tijdperk is gebonden, is niet zo vreemd: het gaat nu eenmaal niet, of niet alleen, om de liefde voor een specifieke voorbije periode, maar meer om een algemeen gevoel van nostalgie. Dat is ook te zien aan de recente slow food-beweging, waarin het koken met traditionele, ambachtelijke, regionale voedingsmiddelen wordt gepropageerd en bevorderd. Vooral in Italië blijkt de weerzin tegen de moderne voedselindustrie groot en is slow food aangeslagen. Daar bestaat niet alleen sinds enkele maanden een academie waar koks kunnen leren koken met traditioneel voedsel, maar vaardigde de regering twee weken geleden ook richtlijnen uit voor de juiste bereiding van de traditionele Italiaanse pizza. Een pizza is rond, zo bepaalden Berlusconi's ministers, en heeft een diameter die niet groter is dan 35 centimeter. Voorts schreef de Italiaanse regering onder meer voor dat voor de klassieke pizza Margherita `mozzarella uit de zuidelijke Apennijnen' wordt gebruikt.

Het grappige van retro is natuurlijk dat het nooit gaat om replica's van objecten en stijlen uit het verleden. De nieuwe kever is in één oogopslag te onderscheiden van de oude kever en de kolossale keukenmachines van het succesrijke merk Princess lijken weliswaar uit de jaren dertig te stammen, maar zijn toch anders dan de ontwerpen van Raymond Loewy, de Amerikaanse koning van de `streamline moderne'. Hetzelfde geldt voor al die andere retro-producten: de jaren-dertig-woningen, de nieuwe vestingsstadjes, de jaren-zestig-zonnebrillen en -gympen: allemaal zijn ze ouderwets, maar tegelijkertijd ook modern. Ze zijn nostalgisch maar ook onmiskenbaar van nu, ze lijken, zoals de catalogusmakers van de Bijenkorf schreven, ,,decennia oud maar zijn toch fonkelnieuw.''

Juist in deze combinatie van ouderwets en modern schuilt het succes van de huidige retro. Retro zorgt voor het geruststellende gevoel dat niet alles razendsnel hoeft te veranderen in deze wereld van mondialisering en wereldterrorisme, maar is toch geen ontkenning van de tijd waarin we leven. De IT-consultant die, gehuld in een krijtstreeppak, 's morgens zijn neotraditionalistische huis in het nieuwe Brabantse vestingstadje Brandevoort verlaat en in zijn Chrysler PT Cruiser stapt, geeft weliswaar toe aan zijn verlangen naar de goede, oude tijd, maar hij kan zich evengoed een `man van deze tijd' wanen.

    • Bernard Hulsman