Tijdens de ledenraadpleging van het CNV in Utrecht heerst verdeeldheid over de afschaffing van het prepensioen

Het generatieconflict tussen babyboomers en rechteloze jongeren treft het hart van de vakbeweging, vindt Maarten Huygen

Wat heeft een jonge werknemer aan een vakbond? Niets eigenlijk. Hij gooit er zijn eigen glazen mee in. De 28-jarige voorzitter van de CNV-jongeren, Anton Blokland, krijgt het altijd te horen van zijn leeftijdsgenoten en ze hebben gelijk. Hoe kun je nou een organisatie steunen die het last in first out principe verdedigt, zodat je als jongere bijdraagt aan je eigen ontslag? En dan moet je ook nog actie gaan voeren voor een vervroegd pensioen voor de beschermde oudere leden. Er wordt 6 procent ingehouden op je loon voor een regeling die vervalt zodra je er zelf voor in aanmerking komt. WW, WAO, alle verworven rechten worden afgeschaft, omdat ouderen er massaal misbruik van maakten. De ouderen houden hun rechten nog even, maar de jongeren krijgen er alleen nieuwe plichten voor terug. Daar zijn Blokland en de meeste CNV-jongeren van overtuigd. De term babyboomer valt op denigrerende toon, als de jongeren er onderling over praten tijdens de voorbereiding van een

ledenraadpleging bij het levensbeschouwelijke CNV in Utrecht. ,,De solidariteit is wel heel eenzijdig'', zegt Blokland.

Overal, van Europa tot Amerika, staan vakbonden onder druk door deïndustrialisering, flexibanen, uitbesteding van productie elders ter wereld, deeltijd en concurrentie van goedkope buitenlandse werknemers. Jongeren krijgen de gevolgen al meteen over zich heen. Vakbondsbijeenkomsten worden gedomineerd door grote, zware vijftigplussers die aan rust toe zijn maar op hen kan een bond niet bouwen. Door van het prepensioen een vrijwillig spaarplan te maken, heeft het kabinet de bonden voor het blok gezet. Jongeren treden maar al te graag uit een pensioenregeling waar ze zelf niks aan hebben. De kabinetsplannen klinken aantrekkelijk voor hen: ,,U mag zelf kiezen of u mee wil doen.'' Laat die oudjes maar zelf sparen. En zo brengt de afschaffing van het prepensioen het generatieconflict in de boezem van de toch al krimpende bonden. Tegenover het poldermodel van het historische akkoord van Wassenaar in 1982 tussen werkgevers en werknemers staan de doorgestoken dijken van 2004. Een historisch moment.

De onzekerheid van de leden en de leiding is te merken bij de raadpleging van de leden over het voorstel van het kabinet over een laatste restje prepensioen. Ze zijn nog confuus. Er klinken oproepen als ,,dan leggen we de boel maar plat'', maar de meeste leden opperen ,,slimme acties''. Geen staking, want er verdwijnen al genoeg banen. Uitzonderlijk is de aanwezigheid van wel vijfentwintig jongere leden en die hebben aan het begin van de avond met vakbondsleider Doekle Terpstra een familie-toneelstukje voor de media opgevoerd. Het is een verlegen echo van de wilde jaren '60 en '70, toen de nu zo gewraakte babyboomers zonder vooroverleg massaal hun macht opeisten. Terwijl baas Terpstra buiten de deur tien minuten ,,gegijzeld'' wordt, eist Blokland binnen het woord en legt hij de actiepunten van de jongeren voor. De Utrechtse econoom en beroepsvakbondsman Blokland is geen geschoolde arbeider die uit de kaders is opgekomen maar voormalig bestuurder van de studentenvereniging Societas Studiosorum Reformatorum. Met zijn stevige kop, donkere brilmontuur en donkerblonde stekelhaar is hij bijna een kloon van Terpstra. Hij wil redden wat er te redden valt van de collectieve regelingen. Die moeten volgens hem niet meer alleen worden gebruikt voor het prepensioen. ,,De drukste periode valt niet rond zestig maar rond dertig'', zegt hij. ,,Dan krijgen jongeren een gezin en dan willen ze tussentijds kunnen uittreden.'' Zo'n collectief fonds moet dus ook voor zorgverlof betalen, zegt Blokland. Dat is wederzijdse solidariteit. Ouderen protesteren boos, zeggen dat ze veel hadden gedaan voor de jongere generatie. ,,Ik heb mijn hypotheek verhoogd om mijn dochter te kunnen laten studeren'', zei er een.

Toch heeft Blokland een punt. De overheid wil dat jonge vaders en moeders blijven doorwerken, maar crèches en kinderopvang worden duurder, en scholen sturen kinderen steeds vaker op de meest onmogelijke momenten naar huis. Iedereen stelt dus het krijgen van kinderen uit en dan krijg je nog meer vergrijzing. Betaald verlof lijkt me niet de oplossing, want dan gaan kinderlozen recht op een wereldreis eisen en daar wil ik niet aan meebetalen. De overheid moet het ouders dus gemakkelijker maken om te werken, zoals dat in Frankrijk of in Skandinavië gebeurt. ,,Eigen verantwoordelijkheid'' zou vaker op de overheid moeten slaan. Al die spaarplannen en levensloopregelingen zijn een alibi voor passiviteit van de overheid. Hoe kan een jongere nou overzien dat hij nu van zijn levensloopverlof gebruik moet maken in plaats van op zijn tweeënzestigste?

De meeste mensen hoeven niet met vervroegd pensioen, maar om mij heen zag ik ouderen die daar wel aan toe zijn. Ik sprak met de 58-jarige tegelzetter J. Schurink, die al 43 jaar lang had gewerkt en naar het zich laat aanzien nog jaren heeft te gaan. Hij houdt het vol dankzij bezoeken aan de chiropractor die zo nu en dan zijn rug weer recht zet. Hij heeft er als kaderbestuurder nog voor gezorgd dat de zakken cement van 50 kilo naar 25 kilo gingen, zodat ze beter kunnen worden gesjouwd. Maar nu lijkt er een einde gekomen aan anderhalve eeuw vooruitgang van werkomstandigheden.

Een 58-jarige vrachtwagenchauffeur werkt al vanaf zijn vijftiende. Terwijl het pijn begint te doen, blijft zijn pensioen boven hem hangen als de druiven voor Tantalus. Als het voor het grijpen lijkt, schuift het weer een stukje naar achter, van 58 naar 60 en misschien wel naar 65. ,,Ik ben het spuugzat'', zegt hij. Het is niet rechtvaardig om mensen met zware lichamelijke arbeid bijna vijftig jaar te laten werken, terwijl veel werknemers die wat langer hebben gestudeerd en geriefelijk op kantoor zitten, de veertig werkjaren niet eens halen. De vakbonden zullen dat per sector moeten repareren. Dat is een meer bescheiden rol dan het meeboetseren aan het oude poldermodel. De welvaart is groter dan ooit, de vliegvakanties, computers en auto's worden goedkoper maar in het werkende bestaan wordt het harder, zwaarder en minder solidair dan het was.